Rintje

Het is Sint-Maarten, en Rintje, Henriette en Tobias hebben lampions gemaakt. Het zijn heel bijzondere lampions die je niet vast hoeft te houden, maar die je op je hoofd kunt zetten, als een soort hoed. De moeder van Rintje heeft er een lampje in gemaakt met een batterij.

‘Als we nu ook nog een heel bijzonder lied zingen,’ zegt Henriette, ‘dan weet ik zeker dat we het aller-allermeeste snoep op gaan halen van iedereen!’

‘Wat wil je dan zingen?’ vraagt Rintje.

‘Een lied dat niets met Sint-Maarten te maken heeft!’ zegt Henriette. ‘Juist als je iets heel anders zingt, is het echt een verrassing. Die andere liedjes kent iedereen al.’

‘Zullen we dan een grappig liedje zingen?’ vraagt Tobias.

‘Of een heel erg zielig lied,’ zegt Henriette, ‘waar je om huilen moet. Dat heeft vast veel succes!’

‘O, maar dan weet ik wel een lied,’ zegt Tobias. ‘Over Sjakkie Vuilnisbakkie, dat hebben we ooit op zomerkamp geleerd van juf Tippy! Ik weet nog wel hoe het gaat,’

Hij werd geboren op de straat,

zijn moeder vies, zijn vader kwaad,

Hij had geen deken of bed

geen kluifje of een warme pet

de arme stakker rilde van de kou

en neimand, niemand zei: ik hou van jou.

Zo zwierf hij lang door stad en land

Op zoek naar liefde en een mand,

O, arme Sjakkie vuilnisbakkie!

O, arme Sjakkie vuilnisbakkie!

Maar op een dag zag hij haar lopen

Ze was een kluifje aan het kopen

Het was een meisje heel charmant

Een rashond van de hoogste stand

Ons Sjakkie vroeg haar om een kus

Maar zij sprong heel snel op de bus

Zo zwierf hij lang door stad en land

Op zoek nar liefde en een mand,

O, arme Sjakkie vuilnisbakkie!

O, arme Sjakkie vuilnisbakkie!

Zijn hart dat brak van liefdestranen

Hij zwierf nu eenzaam door de lanen

Hij liet zijn kop maar hangen

Geen kleur mee rop zijn wangen

Toen reed de bus hem aan Waarin het meisje zat

En hij was dood en dat was dat.

Hij zwierf niet meer door stad en land

De hemel was zijn warme mand

O, arme Sjakkie vuilnisbakkie!

O, arme Sjakkie vuilnisbakkie!

Als Tobias het een keer heeft voorgezongen, oefenen ze het lied met z’n drieën. Als het helemaal goed gaat, zetten ze hun lampionhoeden op en gaan van deur tot deur. Overal zingen ze over arme Sjakkie.

Henriette heeft gelijk. Iedereen vindt hun hoeden en het zielige lied heel erg mooi.

Aan het eind van de avond komen ze thuis met een enorme zak vol snoep. Ze hebben veel meer opgehaald, dan in alle jaren daarvoor!

    • Sieb Posthuma