Premier Maliki en Iran winnaars machtsstrijd in Irak

Nieuwsanalyse

Acht maanden na de Iraakse verkiezingen zijn de drie topposten nu verdeeld. De winnaar van toen is de grootste verliezer.

De eerste fase van de regeringsvorming in Irak is eindelijk afgerond, en de voorlopige winnaars zijn premier Nouri al-Maliki en Iran. Maliki verloor de parlementsverkiezingen op 7 maart maar maakte duidelijk hoe dan ook als premier te willen aanblijven. Het lukte hem. Iran hielp hem en versterkte zo zijn invloed in het buurland.

Gisteren bevestigde het parlement een akkoord over de verdeling van de topposten dat de voorgaande nacht na maandenlang ruziën, konkelen en manipuleren was bereikt. De shi’iet Maliki blijft premier en de Koerd Jalal Talabani president.

Verkiezingswinnaar Iyad Allawi, ex-premier en leider van de seculiere Iraqiya-beweging, is de grote verliezer. Zijn partij levert de parlementsvoorzitter, officieel nummer drie van het regime maar feitelijk machteloos, de sunniet Usama al-Nujaifi. Zo is naast de shi’itische meerderheid (60 procent) en de Koerdische minderheid (20 procent) formeel ook de sunnitische minderheid vertegenwoordigd in de macht. Daarop hadden met name de Verenigde Staten zwaar aangedrongen om de sunnieten geen aanleiding te geven zich opnieuw tot de gewelddadige oppositie te wenden.

Allawi zelf zette eerst in op het premierschap en, toen duidelijk werd dat hij lang niet genoeg steun kreeg van andere partijen, op het presidentschap. Maar de Koerden wilden zich niet opofferen en Maliki had hun steun nodig voor zijn premierschap. Hij gaat nu een ‘raad van nationale strategie’ leiden die toeziet op buitenlands-politieke en veiligheidszaken. Deze raad moet nog worden ingericht, en er is goede reden om te betwijfelen of hij werkelijk gezag krijgt. Daarvoor zou namelijk Maliki macht moeten inleveren.

Een Iraqiya-woordvoerder zei gisteren dat de raad alle strategische beslissingen over buitenlandse politiek en veiligheid zal nemen en „de macht van Maliki werkelijk zal intomen”. Maar vertegenwoordigers van de premier verzekerden gisteren direct dat dit absoluut niet het geval zal zijn. De Noorse analist Reidar Visser, die de ontwikkelingen in Irak al jaren op de voet volgt, sprak in zijn blog Iraq and Gulfanalysis al van de mogelijke „fraude van de eeuw”.

Om premier te kunnen blijven sloot Maliki na de verkiezingen een verbond met de fundamentalistisch-shi’itische Iraakse Nationale Alliantie waarvan hij zich vóór de verkiezingen had afgescheiden omdat hij erop rekende dat zijn partij wel op eigen kracht de grootste zou kunnen worden.

Binnen die herstelde shi’itische coalitie bestond aanvankelijk veel verzet tegen een voortgezet premierschap van Maliki, met name omdat hij de afgelopen vier jaar steeds meer macht aan zich heeft getrokken en autoritaire neigingen zou hebben. Het duurde nog tot oktober voor hij binnen het shi’itische blok voldoende steun had om tot premierskandidaat te worden genomineerd.

De omslag kwam toen de radicale, anti-Amerikaanse shi’itische geestelijke Muqtada Sadr, een belangrijke partner in de Iraakse Nationale Alliantie, zich achter Maliki’s aanblijven als premier schaarde. Sadr was niet vergeten dat Maliki de drijvende kracht was achter twee offensieven in 2008 tegen zijn militie. Hij zette in juli zelfs nog een flirt op met Allawi, maar de Iraanse leiders bewogen Sadr er uiteindelijk toe Maliki te steunen. Sadr werkt zelf in Iran aan zijn promotie tot ayatollah, een hoge rang in de shi’itische islam.

De Verenigde Staten, die nog 50.000 man troepen in Irak hebben en grote belangen in de regio hebben, verklaarden zich opgetogen over het akkoord. Maar het staat wel vast dat Washington er in werkelijkheid wegens de Sadr-Iran factor met zeer gemengde gevoelens tegenaan kijkt. Amerikaanse vertegenwoordigers hebben al aangegeven er grote moeite mee te hebben als op de veiligheidsministeries ministers namens Sadr komen – precies wat Sadr als tegenprestatie voor zijn steun voor Maliki heeft geëist.

Toenemende invloed voor Teheran in Irak is voor de Verenigde Staten ten minste even onwelkom op een moment waarop ze zich actief inspannen Iran te isoleren wegens zijn omstreden nucleaire programma. Maliki bezocht drie weken geleden nog Iran om steun te vragen voor de wederopbouw van zijn land. Sinds een Amerikaans-Britse legermacht in 2003 het bewind van de sunniet Saddam Hussein omverwierp, heeft Iran grote economische en politieke belangen in Irak opgebouwd.

Nu gaat Maliki een ministersploeg vormen die steunt op de helft plus een van de 325 parlementszetels. Nieuwe ruzies liggen in het verschiet over de invulling van de posten. Een aankondiging daarvan vormde gisteren het weglopen van parlementsleden van Iraqiya uit het parlement wegens door Maliki „verbroken beloften”. Volgens de grondwet moet het nieuwe kabinet binnen 30 dagen klaar zijn, maar in Irak vormen grondwettelijke voorschriften gewoonlijk geen obstakel.