Opzij, opzij, opzij

Nederlanders zijn te druk. En vrouwen nog meer dan mannen, blijkt uit onderzoek.

Op pad met een Arnhems gezin tijdens de ochtendspits .

Nederland, Arnhem, 11-11-2010 Ochtendspits bij een gezin met twee kinderen en werkende ouders. Foto Flip Franssen

„Komen we te laat op school, mama?” „Wij komen níet te laat.” Met een schuin oog op de klok geeft advocaat Herlinde Bos (36) zoon Kick (5) een aai over zijn bol. Dochter Cleo (1,5) hobbelt door de woonkamer, een plastic Buzz Lightyear in haar handen geklemd. In de keuken smeert Bart Groeliken (39), manager detachering, boterhammen met jam en appelstroop voor de kinderen en rent dan naar boven op zoek naar schone sokken voor Kick. Zijn eigen ontbijt schiet er vaak bij in.

Of het druk is? De ouders schieten beiden in de lach. Ja, natuurlijk is het druk. Het is altíjd druk als je allebei (bijna) fulltime werkt en daarnaast twee kleine kinderen opvoedt.

„Wij zijn een klassiek spitsuurgezin”, zegt Herlinde. Met de bijpassende klassieke stressmomenten rondontbijt en avondeten. „Zeker als ik ’s avonds de boel in mijn eentje doe, omdat Bart later thuiskomt, is het hectisch. Dan is het racen naar huis, eten koken, kinderen naar bed, opruimen, was draaien en om acht uur gevloerd op de bank.”

Vader Bart zegt: „’s Ochtends kun je veel stress voorkomen door vroeger op te staan. Maar de avonden laten zich minder goed plannen. Ik werk veel in Utrecht. Dan sta ik na mijn werk in de file en red ik het gewoon niet op tijd.”

Ruim de helft van de Nederlanders tussen de 25 en 60 jaar heeft het regelmatig te druk, blijkt uit gisteren gepubliceerd onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Vrouwen (60 procent) meer dan mannen (52 procent). Het maakt uit hoeveel mensen werken: hoe langer de werkweek, hoe meer gevoelens van stress en tijdsdruk. En ouders met kinderen onder de 13 jaar hebben meer last van tijdsdruk dan werkenden zonder kinderen. Allemaal logisch. Belangrijker is de vraag hoe die hoge stressniveaus omlaag kunnen worden gebracht. En, met het oog op de toekomst en de vergrijzende beroepsbevolking, wat er zou moeten gebeuren om vrouwen meer uren te laten werken.

Het SCP legde de onderzoeksgroep een aantal varianten voor. Ruimere winkeltijden, bijvoorbeeld. Of schooltijden die beter aansluiten bij het werk. Slechts een kleine groep (7 procent) zegt meer te willen werken als scholen en crèches langer open zijn. Wél gaan de handen op elkaar voor flexibel werken. Ruim 40 procent verwacht dat de balans tussen werk en privé sterk verbetert als de werktijden beter kunnen worden afgestemd met het gezinsleven. Door een uurtje later te beginnen bijvoorbeeld. Of door af en toe een dag thuis te kunnen werken.

Voor meer dan de helft van de werkende Nederlanders is flexibel werken zelfs een doorslaggevende voorwaarde bij het zoeken naar een nieuwe baan, blijkt uit onderzoek van TNS NIPO.

Het nieuwe kabinet gaat flexibel werken dan ook bevorderen, zei minister Henk Kamp (Sociale Zaken) woensdag in de Kamer. Hij wil alle regels over arbeidstijden en werkomstandigheden doorlichten en belemmeringen voor flexibel werken wegnemen, zodat arbeid en zorg beter gecombineerd kunnen worden. Regeringspartij CDA riep in hetzelfde debat werkgevers en vakbonden op binnen een half jaar afspraken te maken over flexibele werktijden.

Voor Bart en Herlinde uit Arnhem is flexibel werken al de dagelijkse praktijk. Vandaag brengt Bart Kick naar school, wacht even op zijn vader die op Cleo komt passen, en rijdt dan naar een klant. Zijn huidige baan koos hij mede uit door de mogelijkheid zelf zijn tijd in te delen. „Ik werk nu meer uren, maar kan het werk beter om het gezin plooien. Dat geeft rust.” Herlinde werkt regelmatig een paar uurtjes thuis („Als de kinderen slapen, anders kan het natuurlijk niet”) en haalt op woensdag de oudste van school. „Maar flexibiliteit betekent ook dat ik op zondag thuis werk als ik op maandag een zitting heb. Daar moet je dan ook niet over zeuren, vind ik.”