Ooit zal het lukken

Hij bolt zijn wangen en probeert het nog eens. Ooit komt de dag dat Miralem Sulej- mani doet wat hij wil doen, dat hij handelt als de goede voetballer die hij is. Of liever: die hij geweest is en weer zal zijn als de pech verdwijnt en Sulejmani in de spiegel kijkt en zegt: ‘Ik ben geen loser. Ik ben een snelle en wendbare dribbelaar en kan scoren. Maar nu nog even niet, en tot de verlossing komt zal ik zwoegen.’

Mijn god, wat zwoegt hij. Het was ook te veel geld. Uit de commentaren van SC Heerenveen kon je het al opmaken. Ruim zestien miljoen, de grootste transfer ooit tussen Nederlandse clubs, als Ajax-trainer Marco van Basten dat er voor over had, moest hij dat weten. Dus draaft ‘Mickey’ nu al bijna tweeënhalf seizoen door de Arena als een opgejaagd dier, en oogt hij een stuk ouder dan de 22 jaar die hij inmiddels bijna is. De miljoenen steken ergens tussen zijn schouderbladen en Mickey sprint van links naar rechts, maakt de raarste sprongen maar de miljoenen achtervolgen hem als een zwerm bijen. Het lukt niet. Hij wordt er gek van.

Had de Serviër maar de helft van de man die zondag even naast trainer Martin Jol zat, in de dug-out. Tscheu la Ling. Vlak voor een verdediger stil gaan staan met de bal voor de voeten, rechtop. Lichaamstaal: wat mot jij nou? Zien dat de back geïmponeerd is en hem dan achterlaten. In zijn Ajaxjaren, tweede helft jaren zeventig, bezorgde Ling zijn fans erotische wellust met zijn bluf. Mickey niet, die bezorgt het tegendeel. Hij bukt zich en wordt een dwerg, een goedaardig dwergje met een baardje. Dan geeft hij de bal een peer en gaat er verschrikkelijk hard achteraan. Heeft hij de bal nog voor de lijn ingehaald dan levert hij in zijn ijver doorgaans een te harde voorzet af, over iedereen heen. Nooit een te zachte.

Zodra hij de bal heeft moet hij iets speciaals doen, vindt Sulejmani, de man die iets heeft goed te maken. Hij speelt alsof de club hem rente in rekening brengt voor elke seconde zonder actie. Let op de kramp waarmee hij een-tweetjes opzet: in plaats van de bal beheerst te passen naar een medespeler geeft hij hem een geweldige slinger en sprint weg – duimen omhoog, hoofd omlaag –, ja, nu! Zodat hij niet ziet dat de ontvanger zijn hersenloze bal onvoldoende kan controleren en hem onmogelijk goed kan terugspelen. Weer mislukt. Maar niet getreurd, volgende keer trapt Mickey hem nog wat harder.

Zijn hoofd is een rommelzolder. Ergens moet zijn talent liggen, hij weet het zeker. Dus blijft hij zoeken en valt over een doos, klautert overeind en holt weer verder. Ooit zal het lukken.