Ontspannen blowen buiten bereik van de politie

Portugal probeert politie en justitie zoveel mogelijk op afstand te houden van drugsgebruikers. Ook in het buitenland groeit de waardering voor de aanpak.

Veronica had laatst een uur vrij op school. Ze had zin om te blowen, maar geen tijd om op en neer te gaan naar huis. Daarom besloot ze haar joint te roken op straat in de Portugese hoofdstad Lissabon. Totdat politieagenten haar zagen staan.

Onder Portugals drugsbeleid – dat in het mondiale debat over drugs steeds meer aandacht trekt – was Veronica (19) in overtreding. Ze moest mee naar het politiebureau, waar haar hasj werd afgepakt. Maar ze belandde niet in de cel en kreeg geen strafblad. Wel moest ze zich binnen drie dagen melden bij de ‘Commissie voor de Ontmoediging van Drugsverslaving’ (CDT). Daar zit ze deze ochtend tegenover psycholoog Vasco Gomes, die haar ondervraagt.

Hij: „Hoe vaak blow je?” Zij: „Elke dag.” Hij: „Veel?” Zij: „Meestal twee keer, 's ochtends en 's avonds.” „Wat voor drugs heb je nog meer ooit gebruikt?” Stilte. Veronica kijkt even weg, een flauwe lach speelt om haar gepiercete onder- en bovenlip. Dan: „Ik heb een keer lsd geprobeerd.” Na nog wat vragen legt Gomes haar uit dat ze de volgende keer voorzichtiger moet zijn. „Doe het thuis.”

Als Gomes en zijn juridisch medewerker het kantoor even verlaten, legt Veronica uit dat ze het gesprek „prettig” vond. Al erkent ze niet alle vragen eerlijk te hebben beantwoord. „Ik heb wel meer geprobeerd dan alleen lsd. Maar dat hoeven zij niet te weten.”

Gomes voert het gesprek, legt hij later uit, om te bepalen of Veronica professionele hulp nodig heeft. „Is ze een recreatieve gebruiker of echt verslaafd? Kan ze zelf de risico’s beoordelen?” Hij bevestigt dat ze waarschijnlijk loog bij de vraag of ze weleens andere drugs heeft gebruikt. „Maar de eerste keer dat iemand hier komt, krijgt hij het voordeel van de twijfel. En Veronica lijkt geen problematische gebruiker.”

„Het beleid dat Portugal voert is, voor zover ik kan nagaan, uniek in de wereld”, zegt Brendan Hughes. De Brit is wetenschappelijk analist van het Europees Waarnemingscentrum voor Drugs en Drugsverslaving, gevestigd in Lissabon. Er zijn naast Portugal, zegt hij, meer landen die gebruikershoeveelheden drugs hebben ‘gedecriminaliseerd’. Maar daar krijgen druggebruikers nog altijd alleen te maken met politie en justitie, terwijl de Portugese ontmoedigingscommissies vallen onder het ministerie van Volksgezondheid.

Of het ook werkt, is op basis van statistieken lastig te bepalen, zegt Hughes. „In de laatste tien jaar nam cannabis- en cocaïnegebruik licht toe. Maar dat deed het in andere Europese landen zonder dit beleid veelal ook, ook in landen die hun wet juist verscherpten.”

Hughes deed recentelijk onderzoek naar drugsgebruik in acht Europese landen die in de laatste tien jaar hun beleid versoepelden of aanscherpten. Zijn conclusie: „Er is geen wetenschappelijk bewijs dat veranderingen in wetten en regels een significant effect hebben op drugsgebruik.”

Hij vindt het interessant dat Portugal „een poging doet de botsing der filosofieën op te lossen tussen rechtshandhaving en gezondheidszorg”. In de preambules van de VN-drugsconventies staat dat drugs verboden moeten worden wegens de gevaren voor de volksgezondheid. Maar elke arts, legt hij uit, weet dat een drugsverslaving een chronische ziekte is. „Die zal dus niet verbaasd zijn als iemand blijft gebruiken en zal zeggen dat hij meer hulp behoeft. Dit terwijl politie en justitie zo iemand als recidivist zien, die steeds harder gestraft moet worden.”

Hoewel de Portugese aanpak nog niet zo wereldberoemd is als het Nederlandse gedoogbeleid, krijgt hij bijna tien jaar na invoering internationaal steeds meer aandacht. In de Angelsaksische pers verschenen de afgelopen anderhalf jaar verscheidene artikelen, bijna allemaal naar aanleiding van een lovende studie van het Cato Institute, een libertaire Amerikaanse denktank. Voorstanders van legalisering of decriminalisering van drugs in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk voeren het Portugese beleid sindsdien aan als te volgen voorbeeld.

Minder aandacht was er voor de eervolle vermelding die Portugal kreeg van de VN-drugsorganisatie UNODC. Mede door het falen van de ‘War on Drugs’ is die onder groeiende internationale druk geraakt haar pleidooi voor een puur repressieve aanpak te herzien. In 2009 resulteerde dit in een UNODC-rapport dat een volle pagina wijdde aan de praktijk in Portugal. De bepalingen in de wet, zei dit, „houden drugs uit handen van diegenen die ze ook zouden mijden onder een volledig verbod, terwijl behandeling van gebruikers wordt aangemoedigd in plaats van detentie.”

Dat kon gezien worden als een „voorzichtige goedkeuring” van het Portugese beleid, zegt EU-onderzoeker Hughes. Hij legt het uit als een teken dat het internationale drugsdebat begint te kantelen en dat Portugals beleid daar een belangrijkere rol in gaat spelen.

Manuel Cardoso toont zich als directielid van het Drugs en Verslaving Instituut van het Portugese minister van Volksgezondheid niet erg opgetogen met deze erkenning. „Portugal zal zijn beleid niet actief uitdragen in het buitenland. Wij zijn vooral blij met de geboekte resultaten in eigen land.” Zo daalde het aantal drugsdoden en het aantal hiv-besmettingen door het delen van naalden.

Bovendien, zegt Cardoso, neemt het beleid het stigma rond drugs weg. „Daardoor is de drempel minder hoog geworden om hulp of voorlichting te zoeken.”

Psycholoog Gomes deelt die mening. Hij spreekt de gebruikers die hij voor zich krijgt ook nooit bestraffend toe. „Het heeft voor mij geen zin hun boze vader te spelen. Ik leg hun de risico’s uit en hoop dat ze er wat mee doen.” Ongeveer 30 procent ziet hij voor een tweede keer terug, maar zelden een derde of vierde keer. Gomes is daarover niet naïef. „Natuurlijk komt dat vooral omdat ze in het vervolg wel behoedzamer zijn.”

Blower Veronica zegt dat ze na haar aanvaring met de politie en de ontmoedigingscommissie inderdaad voorzichtiger zal zijn. „Ik zal misschien minder gaan blowen, alleen nog maar ’s avonds en niet buiten. Dat is wel zo rustig.”