Onrust op de valutamarkten moet worden bedwongen

De spanning sluimert op de G20-bijeenkomst in Seoul. Westerse leiders willen dat de wisselkoersen van de munten van ontwikkelingslanden stijgen, en de ontwikkelingslanden zeggen dat speculatief buitenlands kapitaal hun problemen heeft verergerd. De onenigheid is niet alleen een politiek vraagstuk, maar zorgt ook voor hoofdbrekens bij bedrijven die over de grenzen heen investeren.

Ondernemingen uit ontwikkelingslanden hebben twee klachten. De eerste is dat de stijgende wisselkoersen van hun nationale munten de winsten ondermijnen. Voor bedrijven die hun producten of goederen in dollars of euro’s verkopen, zal de opwaardering van de lokale munt onvermijdelijk tot kortetermijnschade leiden. Maar op de langere termijn zullen sterkere munten helpen de handel in evenwicht te brengen. De topmannen van bedrijven uit ontwikkelingslanden moeten daar misschien gewoon maar aan wennen.

De tweede klacht, over wisselkoersschommelingen op de korte termijn, lijkt meer terecht. Ondernemingen moeten meer betalen om hun buitenlandse inkomsten en kosten af te schermen. Wisselkoersschommelingen zorgen ook voor onzekerheid over de rendementen die bedrijven verwachten te behalen wanneer ze besluiten de werkgelegenheid of de productiecapaciteit in andere landen uit te breiden. Voor landen die voor hun ontwikkeling afhankelijk zijn van buitenlandse investeringen is dat een bron van zorg.

De verwachte wisselvalligheid op de buitenlandse valutamarkten is sinds eind 2008 met zo’n 35 procent gedaald, maar blijft hoog. De impliciete volatiliteit van eenjarige opties op yen, pond en roepie is sinds midden 2007 verdubbeld, en die op de Koreaanse won zelfs verdrievoudigd, aldus Thomson Reuters. De zorgen over valutaoorlogen en het bijdrukken van bankbiljetten in de VS zijn de meest waarschijnlijke oorzaken.

Niet iedereen is bang voor volatiliteit. Banken die beschermingsconstructies tegen wisselkoersschommelingen verkopen zullen er zelfs blij mee zijn. Sommige regeringen hebben misschien wel baat bij een klein beetje beroering. China wil bijvoorbeeld graag dat beleggers denken dat de wisselkoers van de yuan net zo goed omlaag als omhoog kan gaan. Maar de leiders van de G20 verliezen wellicht uit het oog dat wisselvallige valutawaarden net zozeer een probleem kunnen zijn als te lage wisselkoersen. Dit maakt een compromis des te belangrijker.

Wei Gu

Vertaling Menno Grootveld