Niet meer slim zijn

In deze tijd van instant-roem is het verhaal van de Amerikaanse groep The National opmerkelijk. De doorbraak kwam na tien jaar ploeteren. Voorman Matt Berninger: „Ik word steeds nijdiger.”

De muzikanten van The National spelen samen zoals boeddhistische monniken zingen; hoe uiteenlopend de individuele klankkleur ook is, ze voegen ze zich naar elkaar. De Amerikaanse band gebruikt het traditionele instrumentarium van gitaar, bas, drums, en laat hun klanken samenvloeien tot een rivier van geluid. Zijarmen voegen zich toe, in de vorm van gedempte blazers en violen, en hun eigen karakter wordt naadloos opgenomen in het geheel. Welk instrument welke klank voortbrengt, is nauwelijks meer te onderscheiden. Op deze twinkelende stroom drijft de warme stem van voorman Matt Berninger. Geruststellend, warmbloedig, bijna rooskleurig. Totdat onlustgevoelens onstuitbaar opborrelen, en Berninger ijzingwekkend schreeuwt, als een man die met blote voeten in gebroken glas stapt.

Het heeft even geduurd voordat het publiek zich door The National liet wakker schrikken. Al sinds begin jaren negentig spelen deze muzikanten samen, vanaf 1999 onder de naam The National. Hun muziek, die ontstond uit de liefde voor popmuziek en die voor moderne klassiek, gold lang als academisch. Bij deze liedjes duurt het even voordat ze de luisteraar toelaten in hun ongewone structuren, waarin de refrein-coupletconstructie ondergeschikt is aan het sonisch verloop.

In dit tijdperk van instant-roem en flitscarrières is een lange adem bijna zeldzaam. Maar The National – oorspronkelijk afkomstig uit Ohio, nu gevestigd in Brooklyn, New York –, reisde meer dan tien jaar in oude tourbussen door het land, logeerde bij vrienden op de vloer en sjouwde zelf de apparatuur - totdat het voor Berninger nauwelijks meer vol te houden was. „Laat ik het zo zeggen”, hij kijkt op van een kop thee in de kleedkamer van Paradiso, „de erkenning van het grotere publiek en het comfort dat dat met zich meebracht, kwamen op het juiste moment.” Sinds 2005, toen de cd Alligator verscheen, groeide de bijval, en die neemt bij iedere nieuwe cd verder toe. Volgende week is The National een van de hoofdacts tijdens het Crossing Border-festival in Den Haag.

Het dit jaar verschenen High Violet, met een sluimerende schoonheid in nummers als Anyone’s Ghost en Terrible Love, is een voorlopig hoogtepunt in de carrière van de band. Maar de homogene muziek blijkt het resultaat van de nodige onenigheid. Berninger koos dit keer een ander uitgangspunt. „Ik wilde weg van het hoofd, meer richting het lichaam”, zegt hij. „Ik zocht naar klanken en liedjes waarbij je meteen iets voelt: adrenaline, lust, woede. Ik wilde niet slim meer zijn.” De muziek wordt gemaakt door zijn bandleden, bestaand uit de broederparen Aaron (gitaar, keyboard) en Brye Dessner (gitaar), en Scott (bas) en Bryan Devendorf (drums). „Aaron stuurde me zo’n vijftig ideeën voor nummers en ik hechtte me aan de rudimentaire schetsen. Later hebben we ze aangekleed met de nodige academische, orkestrale elementen, want voor de jongens”, hij gebaart naar het café, waar zijn bandleden wachten, „moet het tot een bepaald niveau ontwikkeld zijn, anders vinden ze er niets aan.” Hij grijnst. ,,Het op die manier verweven van hoge en lagere kunst, gaf het nodige gekrakeel. Niemand wil afstand doen van een dierbaar stukje muziek.”

Een beroemd liedje van The National is Fake Empire, dat Berninger schreef naar aanleiding van de tweede verkiezing van George W. Bush als president, en dat in 2007 verscheen op de cd Boxer. In Fake Empire beschrijft hij een utopische wereld: de hoofdpersoon danst door een stralende stad, ‘With our diamond slippers on/ do our gay ballet on ice/ bluebirds on our shoulders.’ Het lied werd door de Democraten gekozen als omlijsting van een aantal conventies in 2008. Berninger zegt dat hij niet meer in die stijl kan schrijven. „In Fake Empire bezing ik een nieuw en beter Amerika, maar het is een denkbeeldig land. Dus het was een escapistisch nummer. Die stijl kon ik niet volhouden. Inmiddels ben ik vader en ik weet dat de toekomst voor mijn dochter is. Zij erft onze rotzooi. Door dat besef ben ik nu realistischer en bezorgder. Op onze nieuwe cd zijn de liedjes niet meer escapistisch, ze zijn bang en nijdig.” Hij noemt als voorbeeld het epische Afraid Of Everyone, over een vaderfiguur die zich met zijn kind op de schouders een weg baant door een vijandig gebied; en Anyone’s Ghost waarin hij zingt: „Go out at night / and walk through the Manhattan valleys of the dead.” „Dat slaat op de ‘canyons’ van Wall Street, waar beleggers het kapitaal van de gewone burgers verkwistten.” Hij maakt zich boos op de huidige situatie van de politiek in zijn land, en op de media, die zo extreem verdeeld is in ‘links’ en ‘rechts’ dat hij nog slechts op het comedy-kanaal een genuanceerde weergave van de werkelijkheid kan vinden.

Ziet Berninger een verschil tussen politieke woede en persoonlijke woede? „Persoonlijke woede is overzichtelijker, die kun je oplossen. Als ik ruzie heb met mijn vrouw of mijn broer, komen we er uiteindelijk wel uit. Woede over de politiek is ellendiger, omdat je niet kunt ingrijpen. Ik zou het ook eigenlijk geen woede noemen, eerder wanhoop.”

Tijdens optredens van The National komt die wanhoop af en toe naar buiten. Dan verandert Berningers geruststellend stem in een huiveringwekkende schreeuw. Het zijn verrassende doorbrekingen in de concentratie en toewijding aan de muziek van de bandleden. Die maken de optredens van The National tot een bijna religieus aandoende ervaring. Dat is ook waar de naam van de nieuwe cd naar verwijst; Berninger ontdekte de term ‘high violet’ in het werk van een oude mysticus, als beschrijving van een staat van verlichting.

Voor de stuurs uitziende Berninger zijn concerten niet altijd gemakkelijk. Zoals The National een zekere inspanning van het publiek vraagt om mee te reizen in het universum van de muzikanten, kost het ook Berninger moeite. „Iedere avond moet ik mijn verlegenheid overwinnen”, zegt hij. „Iedere avond moet ik weer een plaats zoeken in de muziek. Dat kost elke avond een paar glazen wijn.”

De beloning is evenredig: voor het publiek en voor Berninger zelf. „Inmiddels weet ik dat het uiteindelijk wordt gewaardeerd. Omdat we zo’n vijftien jaar bestaan en het publiek ook ons oude werk heeft omarmd, weten wij dat onze filosofie werkt. Het duurt even, maar het komt goed.”

High Violet van The National is verschenen bij V2. The National treedt op 20/11 Crossing Border, Den Haag; 17/2 Cross-Linx Festival, Utrecht; 18/2 Cross-Linx Festival, Eindhoven; 19/2 Cross-Linx Festival, Groningen; 20/2 Cross-Linx Festival, Rotterdam.Meer over Crossing Border in Boeken, p. 8-9