Nederland heeft 500 plassen die nog mooier kunnen worden

Een einde aan de ruzies. Dat beoogt staatssecretaris Atsma (Milieu, CDA) met een gloednieuw voorstel om licht vervuilde grond en bagger te storten in de vijfhonderd diepe zandwinplassen die Nederland rijk is. Daar komen strengere normen en nieuwe voorwaarden voor.

Het idee was ooit twee vliegen in één klap te slaan. De plassen zijn ontstaan bij de winning van zand voor onder meer de wegenbouw. Provincies, waterschappen en gemeenten willen ze aantrekkelijker maken voor natuur en recreatie door ze ondieper te maken, waardoor de oevers minder steil worden. Dat kan met licht vervuilde grond of slib dat uit grachten en sloten in de directe omgeving is opgebaggerd, en dat daarmee een mooi tweede leven krijgt. Dat is duurzaam.

Maar omwonenden van plassen kwamen de afgelopen jaren in verzet, bang dat zij een giftige stinkplas krijgen. Bekend werd vooral het zogenoemde Mobagat, op de grens van Barneveld en Ede, waar grote protesten opstaken tegen het storten van slib. Zou dat ze aantrekkelijker maken? Alsof de omwonenden er niet al jaren zelf graag in zwommen en visten? Het omgekeerde is inmiddels gebeurd, zeiden ze.

Nu ligt er een ‘handreiking’. Atsma heeft met zo veel mogelijk partijen afspraken gemaakt. Locaties moeten voortaan worden onderzocht op geschiktheid. Provincies en gemeenten mogen er zelf een besluit over nemen. Omwonenden hebben inspraak en kunnen tegen zulke besluiten in beroep gaan. De waterschappen worden op kosten gejaagd, naar schatting ongeveer vier miljoen euro per jaar, maar ze hebben dat geld ervoor over. Het bedrijfsleven, vooral de grondbanken die handelen in het slib en de grond, is zo ver nog niet. Het wil zich niet volledig binden. Want veel zandwinplassen zullen niet geschikt blijken, en waar moet de bagger dan heen? In geluidswallen verwerken wellicht, of in dijken. Dat is duurder. En die dijken en wallen liggen meestal niet dicht in de buurt. En om vervolgens met honderden vrachtwagens de bagger daarheen te brengen? Dat is weer niet duurzaam.

Atsma hoopt dus op lokale compromissen. Zodat omwonenden na onderzoek toch blij kunnen zijn met hun vernieuwde plas. Letterlijk stelt de handreiking: „De balans tussen hergebruik van grond en baggerspecie en bescherming van het milieu is via het aanvullend beleid dan ook bijgesteld. Hiermee kunnen de zorgen bij omwonenden en regionale overheden die hier vragen over hebben gesteld voor een deel worden weggenomen.”