Liefde tot in de lucifers

Het culturele leven van Den Haag wordt nogal eens onderschat. Ten onrechte, zoals alleen al blijkt uit het jaarlijkse festival Crossing Border, dat van 17 tot 20 november weer tientallen schrijvers en artiesten naar de Hofstad lokt. Op deze pagina’s een keuze uit het overigens al uitverkochte programma, met thuis te lezen boeken van een beroemdheid als DBC Pierre, debutante Amanda Maxwell en een daverende verrassing uit de Filippijnen. Plus antwoord op de vraag wat is jongeren- literatuur? Zie ook het CS (p. 15) voor de muziek van het festival.

Amanda Maxwell: Als ik dat had geweten. Vertaald door Boukje Verheij. De Harmonie, 160 blz. € 16,90

Er is niets bijzonders aan een tienerverliefdheid, zo’n obsessieve bewondering voor een man die knapper, leuker, beroemder en bovendien stukken ouder is. Toch? Op het homeopathisch onderzoeksinstituut waar de zeventienjarige Stella secretaresse is, werkt een mensenschuwe onderzoeker van in de veertig. Hij heeft een Amerikaans accent. Ze zuigt elk moment van zijn aanwezigheid op, duidt elke blos in haar voordeel, verzamelt de lucifers die hij op het toilet afsteekt. ‘Eigenlijk had ik twee geheimen over Jerome. Het eerste was dat ik verliefd op hem was. Echt verliefd! [...] Het tweede was dat hij (misschien) JD Salinger was.’

In de verhalenbundel waarmee de in Nieuw-Zeeland geboren Australische schrijfster Amanda Maxwell debuteert, Als ik dat had geweten (Nobody Told Me There’d Be Days Like These), nu voor het eerst buiten Australië uitgegeven, neemt het verhaal ‘JD, of niet’ een speciale plaats in. Het is meer dan een anekdote over verliefdheid en puberteit. Het sentiment is universeel, de geestige twist bedt het verhaal in in een traditie van romans over adolescenten, en de spanning werkt: het onzichtbare onderzoekersleven en het door gevoelens en ‘betekenisvolle’ details gevulde puberleven van het kantoormeisje moeten wel botsen.

Maxwell zet stijl en absurde details in om haar verhalen meer dan alledaags te maken: in ‘Vlindermes’ (‘Butterfly Knife’) verbergt de hoofdpersoon niet alleen een jeugdvriend in haar boomhut, maar peinst ze ook over hoe het huis waarin hij iemand heeft neergestoken, in tweeën kan zijn gespleten. Dan gebruikt Maxwell heldere, onopgesmukte taal. ‘Zomertijd’ (‘Summertime’), de geschiedenis van Pieper, een eenzame jongen die net naar Perth is verhuisd, opent juist weer bijna poëtisch: ‘De eerste drie maanden regende het niet en had ik geen vrienden. In deze nieuwe omgeving was de hitte overal. Onder mijn voeten was de grond zo bruin, zacht en mul als een hagedissenrug.’ Even makkelijk klinken haar personages waarheidsgetrouw puberaal.

De rode draad in deze bundel is de jonge leeftijd van de hoofdpersonen – op een enkele uitzondering na. Er zijn lucifers, hagedissen, surfplanken, er is Stella’s uitbundige verliefdheid en Piepers passiviteit – daartussen door slingert zich een reeks verhalen van Vancouver naar Seattle, door New York, langs de Australische stranden. Nergens zijn Maxwells personages echt thuis: ze verhuizen, komen terug, maar voelen zich nimmer op hun gemak met hun leeftijd – zelfs in het verhaal ‘Spa Town’, dat over twee bejaarde geliefden gaat.

Maxwells verhalen tonen personages die in zichzelf gekeerd zijn, gelaten, en over de ontwapenende openheid beschikken die zo kenmerkend is voor deze leeftijdsfase. Door hen te laten emigreren, verhuizen, vluchten, toont ze aan dat die emoties universeler zijn dan de levens van de toevallige personages van haar verhalen. Ontheemd zijn we allemaal, in bepaalde situaties; ontworteldheid hoort erbij. Salingers Holden is geen puber, hij is een mens, zoals we allemaal wel iets van Stella en Pieper hebben, bijvoorbeeld het verlangen te bewonderen, de onmacht contact te maken.

Als ik dat had geweten biedt die conclusies niet in grote woorden, maar vooral in lichte, dromerige, tragische en komische verhalen. In die laatste categorie valt het verhaal dat Maxwells talent onder de aandacht bracht van de Nederlandse uitgever: ‘Hoe word ik fotogeniek’. Het verscheen in het jongerencultuurblad Vice. De hoofdpersoon spiegelt zich aan actrice Scarlet Johansson. ‘„Shhh”, klonk het. Toen ik omlaag keek, deed ik een heel griezelige ontdekking. Het geluid kwam van de glossy op mijn schoot. Ik tilde het tijdschrift voorzichtig op en bracht heel langzaam mijn oren in de richting van Scarlett Johanssons lippen. En dit is wat ik hoorde. „Doooouuuche”.’ Geen shower dus, maar een (vaginale) douche. Het is een scène die, als alle verhalen in Als ik dat had geweten, op zijn minst een milde glimlach opwekt.

Maxwell staat vrijdag op Crossing Border.