Krimp bbp schokt Nederland

Terwijl de economie van de eurozone in het derde kwartaal redelijk gezond oogde, kromp de Nederlandse economie licht. Vooralsnog lijkt dat op een eenmalige dip.

Waar niemand op had gerekend, blijkt toch te zijn gebeurd: de Nederlandse economie kromp in het derde kwartaal met 0,1 procent ten opzichte van het kwartaal daarvoor. Een peiling onder analisten leverde vooraf schattingen op die varieerden van een groei van 0,2 procent tot 0,7 procent, met een gemiddelde van 0,5 procent groei. Dat is bij lange na niet gehaald.

Dat de economie op jaarbasis groeide met 1,8 procent mag geruststellend lijken, maar de groei van kwartaal op kwartaal geeft het momentum van de economie beter weer. Het krimpcijfer van vanmorgen is, hoe gering ook, significant. Nóg zo’n uitslag over het nu lopende vierde kwartaal, en de Nederlandse economie bevindt zich technisch gezien in een nieuwe recessie.

De groei in Nederland steekt schraal af bij die van de buren. De economie van de eurozone groeide met 0,4 procent in het derde kwartaal, een lichte afname ten opzichte van het begin van het jaar, maar nog steeds positief. In Duitsland nam het volume van het bruto binnenlands product in het derde kwartaal toe met 0,7 procent ten opzichte van het tweede kwartaal, toen de groei zelfs een enorme 2,3 procent bedroeg.

De verwachting was dat Nederland daarbij zou aanhaken, zoals in het tweede kwartaal wel gebeurde. Nu schaart het zich onder de krimpers, waaronder met name Griekenland, waar het volume van de economie vorig kwartaal met 1,1 procent afnam.

Waar ligt de tegenvallende groei in Nederland aan? Analisten vermoedden vanmorgen vooral een maatschappelijke oorzaak, en technische effecten. De langdurige en moeizame kabinetsformatie kan de bestedingen van huishoudens hebben beknot, met name omdat er onzekerheid was over de omvang en aard van de bezuinigingen die het nieuwe kabinet zich voornam. Daar bovenop komt het nieuws over de precaire positie van de pensioenfondsen, die kon resulteren in hogere premies, of lagere uitkeringen.

Onzekerheid is niet goed voor de bestedingen, want de burger houdt in dat geval zijn hand liever even op de knip.

Het technische aspect zit hem in de voorraadvorming. Bedrijven teren als de conjunctuur tegenzit liever even in op hun bestaande voorraden. Dat pakt in de telling van het bruto binnenlands product negatief uit. Maar wanneer de economie aantrekt worden die voorraden juist weer aangezuiverd. Deze extra productie zorgt voor een positief voorraadeffect, waardoor de economische groei er juist beter uitziet dan eigenlijk het geval is. Dit verschijnsel deed zich in de eerste helft van dit jaar voor, maar raakt uiteindelijk uitgewerkt. Dat drukte de groei in het derde kwartaal.

Of de trend zich voortzet in het vierde kwartaal is nu de vraag. Vooralsnog ziet het er naar uit dat het een tijdelijke dip betreft. Een teken kan zijn dat het aantal banen in het derde kwartaal nog groeide, zij het met een zeer bescheiden 0,1 procent. Economen van ING concludeerden vanmorgen dat het herstel van de eurozone weliswaar minder hard gaat, maar nog steeds intact is. Daar kan Nederland van blijven profiteren, met name via de (weder-)uitvoer naar het Duitse achterland. Maar dan moet de rust op de financiële markten wel terugkeren. Minister Verhagen van Economische Zaken stelde vanmorgen in een reactie op de tegenvallende groeicijfers dat hij had gerekend op een kleine plus in het derde kwartaal, en waarschuwde voor nieuwe tegenvallers. „De situatie rond Ierland laat zien dat het economisch herstel ook de komende tijd kwetsbaar blijft,” zei hij. „Dit kan een weerslag hebben op de kredietverlening aan bedrijven.”

Voor het kabinet wordt het nu spannend of de prognose van 1,75 procent economische groei, die het Centraal Planbureau voor heel 2010 heeft staan, nog wordt gehaald. Nóg een tegenvallend kwartaal als dit, en 2010 komt gemiddeld uit op een groei van rond de 1,6 procent. Maar als het derde kwartaal slechts een tijdelijk dip bleek, en de groei verder gaat op een tempo van 0,5 procent in het vierde kwartaal, dan komt voor het hele jaar 1,75 procent uit de bus. En dat is exact wat de rekenmeesters van het CPB hadden voorzien.