In Oud-Zuid krijgen de kinderen wel snoep

Elders in de stad hebben mensen geen tijd om de deur open te doen voor zingende kinderen. Dus is het met Sint-Maarten druk in Amsterdam-Zuid.

Amsterdam 11-11-2010 Kinderen zingen liedjes aan de deuren van de Van Eeghenstraat en krijgen snoep Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

Else Zwart is helemaal naar de chique Van Eeghenstraat gekomen met haar zoontje Felix (7). Een paar kilometer op de fiets, in de stromende regen. Hier, in deze buurt, doen ze tenminste open met Sint-Maarten, zegt Zwart. Ze begrijpen wat er verwacht wordt: snoep, veel snoep, en een vriendelijk onthaal. In de gemengde Amsterdamse buurt waar zij woont, kun je daar niet van uitgaan. „En het is leuk om even naar binnen te kijken in deze prachtige huizen.”

Weer of geen weer, een paar honderd ouders en kinderen gingen gisteravond langs de huizen in de straten bij het Vondelpark, een van de mooiste wijken van Amsterdam. Het onweerde en regende, maar er werd op hun komst gerekend. De voordeuren gingen open, zoals elk jaar. Massief houten voordeuren, marmeren entrees. De bewoners zaten klaar met een bak snoep of marsjes. De Van Eeghenstraat staat vol kapitale villa’s, lang geleden bewoond door families als de Brenninkmeijers (C&A). Tegenwoordig gelden de vierkante meters als de duurste van de stad. Er wonen enkele BN’ers als acteur Jeroen Krabbé, maar ook keurige, bij het brede publiek onbekende families.

Felix zingt, vrijwel onhoorbaar, een sint-maartenlied voor een jongen die de deur heeft opengedaan. Het is koud, de zelfgemaakte lampion is verlept van de regen. Maar hij krijgt snoep! Net als de kinderen die achter hem in de rij staan.

Het heeft iets aandoenlijks: vaders in pak en moeders met aktetasjes die, net uit het werk, meelopen met hun kinderen in de stromende regen. Er zijn opvallend veel expats. Fransen, Russen, Amerikanen. Voor hen worden de hoge huren in deze buurt betaald door multinationale werkgevers.

Amsterdam-Zuid krijgt elk jaar meer sint-maartengangers. Gisteren waren het er maar een paar honderd door het slechte weer, vorig jaar kwamen er wel duizend ouders en kinderen op af. Het heeft te maken met de sterke verdeling van de stad: in Bos en Lommer, de Indische Buurt en de wijken buiten de ringweg A10 is ruim de helft van de bewoners allochtoon. Of er wonen alleenstaanden: studenten, ouderen, werkende singles. „Zij hebben geen tijd om met snoep achter de deur te zitten wachten. Of durven na donker niet open te doen”, zegt een moeder.

In de ‘witte wig’, zoals het op het stadhuis heet, wonen relatief veel autochtone gezinnen met hoogopgeleide ouders. Die wig heeft zijn punt in het centrum van de stad en waaiert uit over de grachten naar Oud-Zuid, Oud-West, De Rivierenbuurt, Buitenveldert en de Watergraafsmeer.

Het heeft ook te maken met een hang naar tradities. Tien jaar geleden werd Sint-Maarten niet gevierd in de hoofdstad. Nu verkoopt Blokker lampionnen en oefenen kinderen op basisscholen en crèches de optocht. Een moeder die werkt bij de Amsterdamse rechtbank: „Ik vind het juist leuk met slecht weer. Dat heeft iets ouderwets onbeschermds.”

Maar echt onbeschermd is het allemaal niet. Kinderen van twee, drie jaar die niet één lied kennen, krijgen toch snoep. Ook kinderen die bevangen door plankenkoorts niet durven te zingen, zoals de zusjes Emma (6) en Willemijn (4), krijgen snoep. Kinderen snoep weigeren, verzucht een andere moeder, is niet van deze tijd.