In een tochtige hal puntjes sprokkelen

De tennissers Jesse Huta Galung en Igor Sijsling staan vandaag in de kwartfinale van de challenger in Aken.

De top-100, een belangrijke barrière voor spelers, lonkt.

tennis, 37 th abn-amro world tennis tournament , rotterdam, 09-02-2010, huta galung met volley

Het was ‘kids day’, gisteren bij het challengertoernooi in het Duitse Aken. Jongeren tot 18 jaar kregen gratis toegang tot het tennisevenement. De persvoorlichter noemt het samen met het feest van morgenavond het „hoogtepunt” van de week. Aan het begin van de middag was er slechts een handvol kinderen te bekennen. Het hielp de wat troosteloze ambiance in de oude, tochtige tennishal weinig.

Voor het bereiken van de top-100 van de wereldranglijst zijn de challengers van groot belang. Het wordt ook wel de ‘eerste divisie’ van het internationale mannentennis genoemd. Vaak zijn de omstandigheden weinig inspirerend en valt de publieke belangstelling tegen. „Ik ben daar helemaal niet mee bezig”, zegt de Nederlander Igor Sijsling (23). „Ik wil hier zoveel mogelijk punten halen. Daar gaat het om.” In zijn gewonnen partij in de tweede ronde, woensdagavond, zaten er slechts enkele tientallen toeschouwers op het slecht verlichte centercourt.

Sijsling staat vandaag net als Jesse Huta Galung (25) in de kwartfinale van het indoortoernooi in Aken, met een totaal prijzengeld van 42.500 euro. Beide Nederlandse tennissers staan in de schaduw van Thiemo de Bakker en Robin Haase. Waar de laatste twee wekelijks uitkomen op ATP-toernooien, moeten Huta Galung en Sijsling op de challengers vechten voor hun punten. Vooral de laatste maanden gaat ze dat goed af. Dit seizoen hebben Huta Galung en Sijsling bijna geruisloos een flinke sprong gemaakt op de wereldranglijst. Huta Galung steeg in één jaar tijd van de 337ste naar de 126ste plaats, Sijsling klom van plek 245 naar 145. De top-100, een belangrijke barrière, lonkt.

Huta Galung heeft net te horen gekregen dat zijn Servische tegenstander door een rugblessure niet kan tennissen, waardoor de Nederlander zonder te spelen doorgaat. De glans in zijn felblauwe ogen verraadt dat hij blij is met de opgave. „Natuurlijk. Maar eigenlijk wil je spelen.” De top-100 is volgens hem een kwestie van tijd. „Als het moet gebeuren, is het begin volgend jaar. Ik ben nu dichterbij dan ooit”, zegt Huta Galung, die jarenlang rond de tweehonderdste plek stond.

Vorig seizoen kende Huta Galung een dramatisch slechte periode. Hij leed liefst dertien nederlagen op rij, onder meer tegen de nummer 1.284 van de wereld. Tijdens de marteltocht langs de toernooien heeft de naar Limburg verhuisde Haarlemmer niet aan stoppen gedacht, vertelt hij desgevraagd. Het positivisme van zijn coach Willem Jan van Hulst en het plezier in het spelletje hielden hem op de been. „Natuurlijk was het heel frustrerend. Het gaat op een gegeven moment in je hoofd zitten. Maar ik ging de volgende dag altijd weer trainen.” Uiteindelijk vormde zijn huwelijk op 2 oktober vorig jaar „de perfecte break”. Daarna won hij in een maand tijd drie futuretoernooien, een niveau lager dan de challengers.

Net als Huta Galung verkeert ook Sijsling momenteel in goede vorm. De Amsterdammer, zoon van een Nederlandse vader en een Joegoslavische moeder, won afgelopen weekeinde de challenger in het Duitse Eckental en maakt deze week in Aken wederom indruk. Zijn doel voor komend seizoen is duidelijk: de top-100. „Vanaf nu wordt het steeds moeilijker om hoger te komen. Maar ik voel dat ik in staat ben om die stap te maken”, zegt Sijsling.

Wat moet hij verbeteren om bij de beste honderd tennissers van de wereld te komen? Sijsling, die tot dusver een wisselvallige carrière kende met veel blessureleed: „Niks. Ik moet gewoon doorgaan en gezond blijven.”

Davis-Cupcaptain Jan Siemerink, niet aanwezig in Aken, ziet meer verbeterpunten. Op de vraag waar Sijsling en Huta Galung nog progressie kunnen boeken, zegt Siemerink: „Op gebied van techniek, tactiek, fysiek en mentaliteit.” Met de ranking van nu hebben ze hun plafond nog niet bereikt, denkt de oud-topspeler. „Zij hebben allebei de kwaliteiten om de top-100 te halen. Maar dan moeten ze wel constanter gaan presteren.”