Hij ging voor goud, maar had er niet echt zin in

Verhagen was beschadigd. En Eurlings wilde een gezin. En dus moest Balkenende weer leider worden van het CDA, de partij die VVD-light werd.

Utrecht : 5 juni 2010 CDA-lijsttrekker Balkenende op campagne in de Utrechtse binnenstad. foto © Roel Rozenburg

Jan Peter Balkenende vroeg het hem meerdere keren. Maar Camiel Eurlings wilde écht niet. Hij koos voor zijn privéleven. Hij wilde een gezin stichten, samen met zijn Hongaarse vriendin. Dat was niet te verenigen met het leiderschap van het CDA. Eurlings vertelde Balkenende dat zelfs een keer met tranen in de ogen, zo ging het verhaal in het CDA. In de dagen dat de coalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie op springen stond, werd er nog één keer druk op Eurlings uitgeoefend. Vergeefs.

De keuze van Eurlings zou weleens van grote betekenis geweest kunnen zijn voor het CDA. Nu moest Balkenende tegen zijn zin opnieuw lijsttrekker worden, terwijl bijna iedereen in het CDA aanvoelde dat zijn ‘houdbaarheidsdatum’ was overschreden. Het CDA overtrof vervolgens de historische verkiezingsnederlaag van 1994. De partij ging van 41 naar 21 zetels. Het betekende het einde van het tijdperk-Balkenende.

Dat Jan Peter Balkenende met tegenzin lijsttrekker werd, en dat hij met een onduidelijke boodschap op pad werd gestuurd, staat in het rapport Verder na de klap van de commissie-Frissen. Gouverneur Léon Frissen van Limburg onderzocht met zeventien partijgenoten op verzoek van het partijbestuur hoe het kon dat het CDA zo’n nederlaag kreeg te verwerken. Het rapport zou dinsdag openbaar worden, maar dat gebeurt nu vanavond omdat grote delen gisteren uitlekten via het tv-programma Nieuwsuur.

De commissie trekt conclusies die voor velen binnen en buiten de partij niet als een verrassing zullen komen. Zo zei de huidige minister van Defensie, Hans Hillen, in 2008 al: „Het CDA is programmatisch tot stilstand gekomen.” Hij noemde Balkenende een leider van de harmonie. „Wie met zijn gezicht naar de harmonie loopt, loopt met zijn rug naar de toekomst.”

Toch zijn de woorden die de commissie-Frissen nu op papier heeft gezet hard van toon: het CDA lijdt aan ideeënloosheid, is een VVD-light geworden, de CDA-fractie had in de vorige kabinetsperiode nauwelijks ‘politiek profiel’, alles stond in het teken van risicomijding, er was geen ruimte voor second opinions en kritische reflecties. Omdat vanuit de partijtop geen eigen agenda kwam, ging het CDA meedeinen op de Haagse politieke golven. Kiezers hebben een zesde zintuig, aldus Frissen, voor het feit dat een partij geen aansluiting meer heeft bij de samenleving.

Het zijn constateringen die doen denken aan het vorige evaluatierapport van een verkiezingsnederlaag, die van de commissie-Gardeniers uit 1994. Toen werd er ook gesproken van een collectief falen en stelde de commissie dat het CDA een uitstraling had gekregen van een „zelfgenoegzame, verzakelijkte bestuurderspartij”.

Er is wel een verschil met 1994. Toen ontbrak het aan eenheid en centrale regie. Nu was de regie eerder te sterk. Maar die regie uitte zich bij het partijbestuur niet in een goede blik op de toekomst, met name waar het ging om de opvolging van Balkenende. Toen bleek dat Eurlings niet wilde, en Maxime Verhagen te veel beschadigd werd geacht door de kabinetscrisis, was er geen alternatief.

Zet de luiken weer open. Ga vanuit de beginselen de inhoud moderniseren. Dat is de voornaamste aanbeveling die de commissie-Frissen doet. Ook dat komt weer overeen met het „herbronnen” van Til Garderniers. Maar ook nu is er weer een groot verschil. Het CDA zit niet in de oppositie, maar heeft gekozen voor regeringssamenwerking met VVD en PVV. Het CDA moet zich van Frissen cs. niet in de mal van de links-rechtstegenstelling laten drukken maar vanuit het midden opereren.

Dat is geen eenvoudige opdracht in een centrum-rechts kabinet dat lijkt te kiezen voor een rechtse uitstraling. Of het de CDA-fractie lukt een sterk profiel in het politieke midden op te bouwen, ligt ook niet direct voor de hand – gezien de ontwikkelingen van de afgelopen maanden. De commissie stelt zelf dat de kandidatenlijst onevenwichtig was, met te weinig herkenbare en nieuwe kandidaten. Daar komt bij dat de kandidaten die zich in de discussie over het al dan niet gaan regeren met PVV-steun wel herkenbaar opstelden – Ab Klink, Ad Koppejan en Kathleen Ferrier – intern harde verwijten over zich uitgestort kregen.

Vervolgens konden de verknochte voorstanders van regeringsdeelname of meer rechtse CDA’ers de belangrijke posten tegemoet zien. In het kabinet: Maxime Verhagen, Henk Bleker en Hans Hillen bijvoorbeeld. Gerd Leers gold jaren als kritische CDA’er, maar ook hij koos op het partijcongres in oktober opvallend openlijk voor de lijn-Verhagen. De fractie koos de rechtse jurist Sybrand van Haersma Buma tot voorzitter. Coskun Çörüz, die op het partijcongres tot verdriet van de lokale CDA’ers met een moslimachtergrond de samenwerking met de PVV verdedigde, zit nu in het fractiebestuur. De commissie constateert dan ook dat de nieuwe agenda vanuit de partij moet komen.

Regeringsdeelname kan wel helpen. CDA-toppers blijven zichtbaar. Zo was integratieminister Leers al volop in beeld. De christen-democraten kunnen hoop putten uit het partijcongres van 2 oktober. Met 4.000 mensen, een broeierige sfeer en felle discussies was dat een bijeenkomst die zijn weerga niet kende in de politieke geschiedenis. Sindsdien zegden 380 mensen op, maar er kwamen 1.100 leden bij.