Help, onze verbeelding is versleten!

Al vóór verschijnen werd de debuutroman van Miguel Syjuco bekroond met de Man Asian Literary Prize. Dat blijkt volkomen terecht.

Miguel Syjuco: Ilustrado. Vertaald door Michèle Bernard, Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes. Mouria, 336 blz. € 19,95

‘Door fictie kan de realiteit soms tegenvallen’ – een waarheid als een koe in het geval van Ilustrado, het even merkwaardige als bijzondere romandebuut van de in Canada wonende Filippijn Miguel Syjuco. Want behalve als roman doet het boek ook dienst als biografie van de Filippijnse schrijver Crispin Salvador. En dat gebeurt zo overtuigend dat kort na verschijning van Ilustrado tal van lezers zeker wisten dat deze Crispin Salvador echt bestaan had, een illusie die werd gevoed door de keurige Wikipedia-pagina die aan deze ‘erkende’ Filippijnse auteur was gewijd. Inmiddels is de site aangepast en is de mystificatie teruggebracht tot anekdotiek: er staat nu dat Salvador een verzinsel is van de auteur van Ilustrado.

Een spelletje spelen met de lezer, dat past goed bij een roman die al geruime tijd voor verschijnen was bekroond: in 2008 kreeg Ilustrado op basis van de tekst van het manuscript de Man Asian Literary Prize. Maar de waarderingsgeschiedenis van het boek is niet vreemder dan het boek zelf. Een poging tot weergave: aan het begin van Ilustrado wordt het lichaam van de hierboven genoemde Crispin Salvador aangetroffen in de Hudson. Zelfmoord lijkt het, maar het vermoeden van moord steekt de kop op, omdat Salvador als verlichte intellectueel de corrupte politiek in de Filippijnen aan de kaak wilde stellen in zijn boek (in manuscriptvorm) The Bridges Ablaze. Dat boek was bedoeld als sluitstuk van zijn oeuvre. Dat werd het dus ook, maar niet op de geplande manier. Ondertussen heeft de jonge Filippijn Miguel Syjuco – ja, de schrijver is een personage in zijn eigen boek – het plan opgevat om een biografie te schrijven over zijn oude vriend Crispin Salvador.

Alsof dat nog niet ingewikkeld genoeg is, worden niet alleen de aanzetten tot de biografie opgenomen, maar ook fragmenten uit het werk van Salvador zelf, waaronder fragmenten uit zijn boek met de veelzeggende titel De Autoplagiarist. Ondertussen krijgt de lezer ook nog passages voorgeschoteld over de ongelukkige jeugd van Miguel bij zijn grootouders, wordt er verteld over de tot mislukken gedoemde relatie tussen Miguel en een wereldverbeteraarster, keert Miguel terug naar zijn geboorteland en krijgt de lezer geschiedenis- en maatschappijlessen over de Filippijnen voorgeschoteld.

Het materiaal daarvoor bestaat uit interviews die ooit gehouden zijn met Salvador, maar ook uit blogs waarin gescholden wordt op Filippijnse politici in een stijl die bij vlagen aan het Nederlandse GeenStijl doet denken. En als het allemaal te ingewikkeld wordt, komt de auteur Syjuco er soms tussendoor om kort de overwegingen van zijn personage Syjuco weer te geven of om verschillende mogelijkheden voor het verloop van het verhaal uiteen te zetten.

Het nadeel van bovenstaande samenvatting is dat veel lezers inmiddels zullen zijn afgehaakt: hoe leuk kan een roman zijn die zo geforceerd is opgebouwd? Maar dat is een misverstand. Natuurlijk kan je al vanaf het begin op je vingers natellen dat Salvador en het personage Syjuco één zijn, aanwijzingen daarvoor krijg je genoeg. Het gaat echter niet om dit soort spelletjes, die Syjuco overigens met groot en aanstekelijk plezier speelt.

Want het boek biedt vooral een mooi portret van de identiteitscrisis waarin de Filippijnen verkeren. Die laag geeft de zoektocht naar en het spel met identiteit diepte en geloofwaardigheid. ‘Wat is de Filippijnse literatuur? Leven in de marge, een vervlogen tijd, verlies, ballingschap, existentiële arme ik- angst, postkoloniale diefstal van de identiteit. Tagalog-woordjes die her en der worden rondgestrooid voor de couleur locale, exotisch gecursiveerd.’

Van een dergelijk effectbejag kan Syjuco niet beschuldigd worden, maar hij heeft wel begrip voor die verwarring van zijn (ex-)landgenoten. Na de Spaanse, Amerikaanse en Japanse overheersing is het ook niet verrassend dat de Filippijnen hun wezen uit het oog dreigden te verliezen. Het is een land geworden waarin politici met het hart op de juiste plaats nooit aan de macht zullen komen in een land dat steeds Amerikaanser wordt, aldus de personages.

Die worsteling wordt weerspiegeld in de zoektocht van de personages naar hun identiteit. Hoe is het om te leven in ballingschap – dat is de centrale vraag die Salvador zich stelt. Hoe verantwoord je je tegenover leeftijdsgenoten dat je als goed opgeleide Filippijn het land de rug toekeert? En waar Miguel aanvankelijk nog veel geloof hecht aan de kracht van de literatuur hebben de Filippino’s zelf, vooral de generatie die Salvador nog kende, niets met het ‘postkoloniale machismo werk’ van Salvador. Ze zetten hem weg als een auteur die zijn ‘landsmannen’ vergat, en in plaats daarvan liever over de Filippino’s schreef dan voor. Wie veranderingen wil brengen, moet journalist worden, luidt het advies aan Miguel. Aan auteurs heb je namelijk niets: schrijven over corruptie maakt nog geen einde aan corruptie, net zo min als een schrijver die over seks schrijft iemand zwanger maakt. Miguel concludeert: ‘Onze verbeelding is versleten. Dus in elke Filippijnse roman vind je wel een scène over de zegeningen van het koken, of over de sensualiteit van tropisch fruit. En ieder kort verhaal lijkt te moeten eindigen met ellende of met genadige epifanieën. En alle mogelijke variaties daarop. Een onderliggend geloof in de deus ex machina. God die uit de hemel neerdaalt om alles goed of juist slechter te maken.’

Natuurlijk, al deze elementen, tot en met het fruit, zijn in dit boek terug te vinden. Op een wezenlijke uitzondering na: van een versleten verbeelding is in deze schitterende roman geen sprake.

Miguel Syjuco is zaterdag op Crossing Border.