Gesprekken

Geert Wilders heeft inmiddels één ‘indringend’ gesprek met Kamerlid Eric Lucassen achter de rug, maar het is een ‘ernstige zaak’ en daarom heeft hij nog enkele gesprekken nodig. Een beetje personeelsmanager zou zulke gesprekken vóór iemands aanstelling houden, maar al doende leert men. Het lijken me geen gemakkelijke gesprekken. Wat moet je zo iemand vragen?

„Is het waar dat jij tegen je buren gezegd hebt: ik ga in je brievenbus pissen?”

„Heb je over iemand urine uitgegooid?”

„Heb je bij een dove man drie emmers water over zijn gehoorapparaat gegooid?”

„Heb je buurvrouwen voor ‘dikke zeug’ en ‘kankerhoer’ uitgemaakt?”

En wat doe je als de ondervraagde je trouwhartig aankijkt en zegt: „Natuurlijk niet, Geert, je kent me toch?”

Wilders zal even zijn bekende tong in zijn bekende wang hebben geduwd voor hij zwaarder geschut in stelling bracht. „En dan is er nog iets, Eric, is het waar dat jij als beroepsmilitair twee jonge vrouwelijke rekruten seksueel hebt misbruikt?”

Erics brede kaak viel bijna loodrecht naar beneden. „Die vrouwtjes wilden het zelf maar al te graag, Geert, maar ja, je kent die D66-rechters, dus bewijs dat maar eens.”

En daar zat Wilders. Het was hem opgevallen dat Lucassen in de loop van het gesprek steeds dreigender begon te kijken. Opeens besefte hij weer hoe verschrikkelijk klein een Kamermeerderheid van 76 zetels was. Stel je voor dat Lucassen zijn massieve kop in de wind gooide en een eigen onafhankelijk zeteltje vorderde. Wat zouden Maxime en Mark daar wel niet van vinden? Hij móést die kerel er uitgooien, maar hoe?

„We zijn moe, we praten morgen verder”, zei hij.

Thuis zette hij nog even de tv aan, Nieuwsuur van de Staatsomroep. Nu Clairy Polak er niet meer zat, keek hij er weer vaker naar. Ach, daar had je die Nobelprijswinnaar Mario Vargas Llosa. „Een populist die een moderne fascist kan worden”, hoorde hij hem zeggen. Hij slikte. Ging het over hém? Was híj ook „een monster dat gestopt moest worden”?

Bedroefd zocht hij de website www.artikel7.nu op. Pownews had beweerd dat dit een extreem-rechtse website was waarop ook de PVV-Kamerleden Richard de Mos en Jhim van Bemmel en de PVV-Europarlementariër Daniel van der Stoep publiceerden. Je kon er ‘leuke columns’ plaatsen, vonden ze. Wilders begon een bijdrage te lezen van ene Martien Pennings, ooit door GeenStijl vanwege zijn extreme ideeën voorgoed in de ban gedaan. Pennings schreef: „Het is een razernij die mij in een vrij constante greep heeft en die mijn gezondheid heeft aangetast. Die bovendien geestelijk iets met (mij) heeft gedaan. Ik betrap mezelf tegenwoordig op geweldsfantasieën, waarin een heel zootje linkse iconen ter executie tegen de muur wordt gezet of met de blote handen gewurgd. Ik luister met gekweld genoegen naar mijn vriend Roelf wiens favoriete fanatasie is dat de pitbulls van de Haagse getatoueerde klasse hen op hun eigen Binnenhof verscheuren!”

Boven een andere bijdrage, over Femke Halsema en Tofik Dibi, had Pennings een foto met een schavot en een galg laten plaatsen. Wilders zuchtte diep. Hij begreep dat er ook met enkele andere PVV-collega’s indringende gesprekken moesten worden gevoerd.