Diagnose zonder kuur

In ‘De Islam’ betogen 34 auteurs dat de islam niet deugt. Maar de diagnose is radicaler dan de consequenties, vindt Sjoerd de Jong. Ex-Kamerlid Sam Cherribi (VVD) vertelt een ander, maar ook selectief verhaal.

Europa, Nederland, Utrecht,31-01-2009 Voor de derde keer organiseert Stichting OntdekIslam in samenwerking met het Landelijk Platform Nieuwe Moslims de Nationale Bekeerlingendag. Een dag waarop 'nieuwe moslims' elkaar ontmoeten, lezingen beluisteren, ervaringen uitwisselen en inspiratie opdoen. Dit jaar zal de dag gehouden worden in de Omar Al Farouk Moskee in Utrecht. Foto: Evelyne Jacq

Sam van Rooy, Wim van Rooy: De Islam. Kritische essays over een politieke religie. Academic & Scientific Publishers, 784 blz. € 29,95.

Sam Cherribi: In The House of War. Dutch Islam Observed. Oxford U P, 278 blz. € 70,- (geb.)

De islam is eindeloos fascinerend. Tenminste, als je op de Nederlandse boekenmarkt afgaat. Al jaren krijgen we een permanente cursus bijscholing in fundamenten en essentie van de godsdienst, pardon: politieke ideologie, der mohammedanen.

Dat heeft ertoe geleid dat half Nederland – en we mogen hopen: de goede helft – nu weet in welke soera het slaan van een vrouw wordt gerechtvaardigd, en wat taqiyya behelst. Weinig niet-islamitische naties zijn inmiddels zo gedrenkt in koran-exegese als het moderne, seculiere en verlichte Nederland.

Daarom eerst even een quiz, om uw parate kennis op dit gebied te testen. Van wie is het volgende zoetige citaat over de nauwe banden tussen christendom en islam, die onverzoenlijke, wezenlijk van elkaar verschillende religies, zoals ons nu door tal van islamdeskundigen wordt ingepeperd ?

‘In de eeuwen van confrontatie en conflict hadden moslims en christenen meer oog voor hun onderlinge verschillen dan voor hun overeenkomsten. Toch zijn die uitzonderlijk groot, want de twee religies en de twee culturen hebben veel gemeen. Beide delen de erfenis van de beschavingen van het Midden-Oosten; beide namen de joodse religieuze traditie over van moreel monotheïsme, van profetisch missiebesef en van openbaring die is vastgelegd op schrift; beide zijn ook erfgenamen van het Griekse denken. Hoe hevig christenen en moslims ook met elkaar van mening verschillen, alleen al het feit dat ze daartoe in staat zijn, met gebruikmaking van een gedeelde logica en begrippen, toont aan hoezeer ze aan elkaar verwant zijn. [...] Ze delen hetzelfde conceptuele universum. Geen van beide zou een zinvolle dialoog kunnen voeren met een hindoe, of een confucianist.’

Is dit zalvende citaat (‘dialoog’!) afkomstig van:

a) Mohammed Rabbae (of een andere GroenLinkser)

b) Huub Oosterhuis (of een andere softe christen)

c) Uw recensent (of een ander vermeend lid van de linkse kerk)

Helaas. Het was Bernard Lewis (uit zijn fraaie, tweedelige tekstbundel Islam, 1974), de gevierde islamoloog die tegenwoordig veelvuldig als getuige à charge wordt opgevoerd tegen de islam en de dreigende islamitische kolonisatie van Europa. Eerlijk is eerlijk, Lewis vervolgt zijn betoog met een opsomming van grote en diepgaande verschillen: de afwijkende theologie van de islam (geen erfzonde, kruisdood of opstanding), de vermenging van geestelijke en seculiere macht, en de andere wordingsgeschiedenis van beide religies: het christendom vanuit de verdrukking, de islam agressief en direct zegevierend. Dat zijn dan weer de kenmerken die er bij ons sinds 2002 worden ingehamerd. Maar waar is de rest eigenlijk gebleven, en dat open oog voor de niet geringe overeenkomsten?

Aan de auteurs die bijdragen aan de vuistdikke bundel Islam. Kritische essays over een politieke religie samengesteld door vader en zoon Van Rooy, zijn die in elk geval niet besteed. De Vlaamse publicist Wim van Rooy, een heftig maar ook erudiet criticus van het multiculturalisme (De malaise van de multiculturaliteit, 2008), zet de islam al in zijn ‘Woord vooraf’ neer als ‘een wereldwijd totalitair stelsel dat al 1400 jaar bestaat, nergens Verlichting heeft gebracht, op elke cultuur parasiteerde en die ten slotte volledig of ten dele ausradierte’.

Zwartboek islam

Goed, dat weten we dan. Aanvankelijk luidde de titel, meer ter zake, ‘Zwartboek Islam’. Maar dat durfde geen uitgever aan, onthult zoon Sam van Rooy in zijn ‘Inleiding’. Ook hij is helder over de inzet van de auteurs: ‘telkens komt dezelfde ongemakkelijke essentie naar voren: de islam deugt niet’.

Die helderheid is helaas ook een beetje een spoiler. Waarom zou je, na inleidingen die zo weinig aan de verbeelding overlaten, dan nog de 768 pagina’s tekst lezen die erop volgen?

Ik heb het toch maar (grotendeels) gedaan. En ja: wie een compleet beeld wil krijgen van de polemische islamkritiek in het moderne Europa, heeft veel aan dit boek. Alle fouten, zonden en misdaden van de islam worden uitputtend behandeld: de plicht tot jihad, de onderdrukking van vrouwen, de Arabische slavenhandel, de religieuze intolerantie, de ontbrekende scheiding van kerk en staat, et cetera. Het zijn al bijna evergreens geworden. De auteurs – onder wie Nederlandse bekenden als Afshin Ellian, Mat Herben, Ehsan Jami en Hans Jansen – zijn het roerend met elkaar eens over de dreigende ‘islamisering’ van Europa. Ze vinden elkaar ook in hun afkeer van cultuurverraders die zich schuldig maken aan ‘zelfislamisering’.

Alleen, veel nuance, frictie of discussie kom je er niet in tegen. De diagnose is gesteld. Alles staat vast. En wat deprimeert, is de ondergangsstemming die uit sommige van de bijdragen spreekt. De verdediging van het Westen gaat kennelijk niet gepaard met veel geloof in de dominantie of veerkracht ervan. ‘Het einde nadert’, noteert Hans Jansen somber.

Opmerkelijk is dan weer dat de auteurs geen extreme consequenties trekken uit hun toch radicale diagnose. Want als we in een oorlog op leven en dood verwikkeld zijn met een eenvormige, agressieve islam, die bovendien aan de winnende hand is (en dat zijn de twee premissen van dit boek), zit er maar één ding op: de noodtoestand uitroepen. Er is geen tijd te verliezen.

Dus, zou je zeggen: alle moslims het land uit. Allemaal, want je kunt ze nooit vertrouwen: ze kunnen immers altijd radicaliseren als ze de Koran eenmaal goed begrijpen, of ze hébben dat al gedaan en liegen nu tegen ons (taqiyya!). En: alle moskeeën sluiten (weg met dat slappe onderscheid tussen extreme en ‘gematigde’ – een gematigde islam bestaat immers niet).

Toch zoekt de lezer, radeloos gemaakt door de schrikwekkende artikelen, in dit boek tevergeefs – en maar gelukkig ook – naar zulke harde ingrepen. De meeste auteurs verklaren de oorlog en duiken weg in de loopgraaf.

Of zouden ze hun eigen diagnose toch met een korreltje zout nemen? En is dit boek meer een cursus ‘zelf-deïslamisering’ voor intellectuelen dan een oorlogsverklaring? Dat lijkt me stug. Daarvoor stralen de artikelen te veel gewichtige ernst uit. Bovendien, ook een spelletje kan menens worden.

Ik twijfel wel sterk aan die diagnose. Wie de mondiale krachtsverhoudingen bekijkt, ziet een Arabische wereld in verval, en een nog altijd oppermachtig Westen (en Verre Oosten). Die combinatie kan tot grote crises leiden, maar tot islamitische kolonisatie? Daarvoor ontbreken niet alleen de generaals, maar ook de legioenen: de moslims in Europa zijn geen op afstand bestuurde marionetten van een centraal comité ergens in Ryad of Mekka. Ja, de moslimgemeenschappen in Europa barsten van de maatschappelijke achterstand, frustratie en rancune – en dat zal nog veel ellende geven – maar ze maken op geen enkele manier de indruk dat ze de boel hier zouden kunnen ‘overnemen’. Ook niet over vijftig jaar. Segregatie en sociale apartheid liggen eerder in het verschiet – ook geen prettig vooruitzicht.

Een heel andere kijk op de ‘islamisering’ van Nederland is te vinden in In The House of War van het oud-VVD-Kamerlid Sam Cherribi. Hij beschrijft juist de beknelde positie van moslims in Nederland en Europa, de druk waaraan zij blootstaan van buiten én vanuit hun gemeenschap, en manieren om die druk te verlichten. Volgens Cherribi, die na de ‘rechtse revolutie’ van 2002 zijn heil zocht in Amerika (en zijn voornaam veranderde van Oussama in Sam), staan Nederlandse moslims bloot aan drievoudige druk (in zijn jargon: een ‘trifecta van dwang’). Allereerst de dagelijkse noodzaak om een leven op te bouwen in een nieuw en (voor de eerste generatie) vreemd land; dan is er de interne druk door tegenstrijdige eisen van de eigen en de autochtone gemeenschap; en ten slotte proberen ambassades en organisaties uit de landen van herkomst invloed op hen uit te oefenen. In die machinerie van dwang worden moslims vermalen tot een amorf ‘islamitisch gevaar’ danwel een vage ‘moslimbroederschap’.

Theologisering

Tegen die dwang bepleit Cherribi een vorm van maatschappelijke glasnost. Die kan er komen door gaten te prikken in deze hogedrukpan en individuele moslims de ruimte te geven hun eigen weg te zoeken. Dat betekent een einde maken aan de verkettering van de islam in Nederland, maar het betekent ook het uitrangeren van conservatieve import-imams.

In het eerste deel van zijn boek geeft Cherribi, in Marokko geboren in een seculier gezin, een nuttig overzicht van de immigratiegeschiedenis van Marokkanen in Nederland. In het tweede, beduidend minder zakelijke deel komen Pim Fortuyn, Ayaan Hirsi Ali, Theo van Gogh en Geert Wilders aan bod. Hij verwijt hen een ‘theologisering van de publieke ruimte’ – het debat gaat niet meer over integratie, maar over de Koran. Dat is de paradoxale erfenis van de seculiere strijd tegen de ‘islamisering’.

Helaas wordt die terechte observatie bedorven door de verbeten toon die Cherribi aanslaat over Hirsi Ali. Ernstiger is dat hij ook niet het hele verhaal vertelt. Hij wijdt geen woord aan Mohammed B. of de Hofstadgroep. Wie een boek schrijft met observaties over de Nederlandse islam, kan niet om deze figuren heen. Wat is hun betekenis?

De auteurs van Islam zouden het vermoedelijk wel weten: zij zijn de voorhoede, de ergste moslims van allemaal!

Maar als dat waar is, ziet het er nog niet zo slecht uit voor het Westen.

    • Sjoerd de Jong