Bezweringsformules

Evaluaties van verloren verkiezingen laten zich lezen als thrillers. De uitkomst staat vast. De vraag is alleen wie de daders zijn en vooral waarom ze met open ogen naar de electorale afgrond zijn gehold.

De commissie die onder leiding van gouverneur Frissen van Limburg de verkiezingsnederlaag van het CDA van 9 juni onderzocht, is daarop geen uitzondering. Frissen schetst een ontluisterend beeld. De partij had amper een idee over de reden van haar bestaan. Ze was intern verdeeld over de koers. En ze werd geleid door bangige mannen die zich, uit angst voor politieke en persoonlijke risico’s of bij gebrek aan beter, krampachtig rondom de premier schaarden. Het partijbestuur was intussen niet bij machte een wisseling van de wacht te organiseren. Balkenende kon weinig anders doen dan het toch maar weer proberen. Hij had zich, toen zijn vierde kabinet was gevallen, in de hoek laten schilderen door zijn eigen spindoctors. Kritische tegengeluiden werden niet meer gehoord. Die waren eerder al effectief gesmoord.

De conclusies lijken op die van oud-minister Gardeniers die de vergelijkbare nederlaag van 1994 onderzocht. Zij schetste ook het beeld van een ‘zelfgenoegzame bestuurderspartij’, zij het dat er volgens haar toen ‘gebrek aan regie’ was en nu juist sprake van te veel technocratische sturing.

Hun beider aanbevelingen zijn eveneens nagenoeg identiek. De christen-democratie moet zich weer concentreren op ‘inhoud’ en ‘zelfbewust’ in het politieke midden opereren.

Dat zijn klassieke bezweringsformules. Maar het CDA heeft daar nu weinig aan. Anders dan in 1994 heeft de partij immers geen tijd voor bezinning op haar programma en leiders.

Het CDA heeft het midden verlaten door als juniorpartner deel te nemen aan een conservatief kabinet dat een aantal noodzakelijke hervormingen heeft moeten offeren ter wille van de gedoogsteun van de PVV. Bovendien heeft het CDA geen potentiële leiders in parlement en regering. Vicepremier Verhagen is te controversieel om een middenpartij aan te voeren. Fractievoorzitter Van Haersma Buma lijkt meer een veredelde secretaris te willen worden. En minister Leers van Immigratie en Asiel wordt nu al zo gemangeld door zijn portefeuille en gedoogpartner Wilders dat het hem moeite zal kosten om een breder politiek profiel te creëren.

Het is natuurlijk niet uitgesloten dat er toch onverwachte talenten opduiken. Dat is volgens Frissen echter niet genoeg. De cultuur van de hele partij en het politieke personeel moet worden opengegooid, is een van de aanbevelingen.

Zo’n ingrijpende strategische wending is alleen mogelijk in een organisatie die zich veilig kan voelen. Maar een partij op de tweede rang in een minderheidskabinet weet zich juist bedreigd en pleegt daarom haar toevlucht te zoeken in tactiek, regie en controle.

Het is dus de vraag of het CDA het rapport van de commissie-Frissen nu wel kán uitwerken. De partij heeft dat zichzelf aangedaan door in dit kabinet te stappen.