Alles hangt af van de G2

Vandaag eindigt in Korea de top van de 20 belangrijkste economieën.

Doet de G20 ertoe of zal zij snel aan betekenis verliezen?

Exposities, dansfeesten, concerten, culinaire festivals, huizenhoge LG-beeldschermen. In smetteloos Seoul eindigt vandaag de vijfde G20-top van staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Financiën, waar meer dan 10.000 politici, ambtenaren, ondernemers en journalisten op af zijn gekomen. Voor Zuid-Korea gaat de bijeenkomst over aanzienlijk meer dan wereldeconomische kwesties, zoals een mogelijke valutaoorlog, handelspolitieke twisten of de van West naar Oost verschuivende machtsverhoudingen in het Internationale Monetaire Fonds.

„Eindelijk een kans om te ontsnappen uit de schaduw van China en Japan. Eindelijk gaat het een keer niet over ons conflict met Noord-Korea. Even bevinden we ons in het centrum van de wereld, in het oog van de economische diplomatie en niet in de periferie”, zegt Moon Chung-in. De hoogleraar politieke wetenschappen aan de Yonsei Universiteit bekent tijdens een Koreaanse barbecue trots te zijn op zijn land en zijn geboortestad. Die stralen uit dat Zuid-Korea, net als China, de mondiale crisis 2008 uitstekend heeft doorstaan.

De Zuid-Koreaanse president Lee Myung-bak wordt door voor- en tegenstanders vaak „de bulldozer” genoemd. Hij zegt dat hij het voor elkaar heeft gekregen dat de G20 voor het eerst in Azië en voor het eerst in een opkomende economie wordt gehouden, en niet in een van de landen van de oude G8. Een teken van verschuivende verhoudingen in de wereld. Lee heeft ervoor gezorgd dat de G20 afspraken kan maken over internationale ontwikkelingshulp en een financieel veiligheidsnet voor arme landen. Rijke landen moeten als het aan Lee ligt niet langer financiële hulp geven aan ontwikkelingslanden, maar dat geld gebruiken om structurele armoede op te lossen.

Maar deze ‘Korea-initiatieven’ zijn inmiddels overschaduwd door valuta- en handelspolitieke geschillen tussen de VS en China en ook tussen de VS en Duitsland. „De G20 dreigt aan belang in te boeten”, denkt de Canadese econoom Donald Bearn, hoogleraar aan de Universiteit van Toronto en mededirecteur van de G20 Researchgroup.

Twee jaar geleden kwamen de regeringsleiders voor het eerst bijeen in „een sfeer van angst en paniek”, zegt de Canadees in Seoul. „Financieel crisismanagement was toen dringend noodzakelijk na de ineenstorting van Lehman Brothers. Die crisis is voorbij, de wereldeconomie groeit weer, dus kan de vraag gesteld worden waarom we de G20 nog nodig hebben. Het is een informele verzameling landen, er hangt een waas van institutionele vaagheid over. Er is bijvoorbeeld geen mechanisme om landen te dwingen zich aan de afspraken te houden.”

Als deze G20 niet in staat is resultaat te boeken, dus waar voor zijn geld levert, dan dreigt deze club heel snel relevantie te verliezen, voorspelt Bearn. „Het hangt allemaal af van de G2: de VS en China”, aldus Bearn.

Bearn voegt er aan toe dat er op dit moment niets beters is om het Westen, het Oosten, opkomende en gevestigde landen, grondstoffenproducenten en grootverbruikers bij elkaar te brengen. „We kunnen niet meer terug naar de tijden van de G8. Er is behoefte aan een sturend orgaan in de wereldeconomie, want anders komt er niets van alle beloftes over duurzame groei en bestrijding van de armoede”, denkt Bearn.

Als het gaat om nieuwe kapitaalseisen waar banken aan moeten voldoen (Basel III) en strengere regels voor investeringsfondsen verwacht Bearn geen onoverkomelijke problemen meer, hoewel de voorstellen meer symbolische dan inhoudelijke waarde hebben. Dat geldt ook voor de politieke goedkeuring van de nieuwe stemverhoudingen in het IMF, waarover de ministers van Financiën al eerder een akkoord hebben bereikt.

Maar bij het besturen van de wereldeconomie – in jargon: „het opheffen van de mondiale onevenwichtigheden” – is de G20 sterk verdeeld. Een hele reeks meningsverschillen heeft in de voorbereidingen op deze top de wil tot samenwerking ernstig op de proef gesteld: over de waarde van de Chinese yuan, de omvang van de handelsoverschotten van China en Duitsland, het bijdrukken van nieuw geld in de VS en Japan, de beperkingen op het vrije kapitaalverkeer in opkomende landen en andere protectionistische maatregelen.

Bearn, die sinds de G8-top van Toronto in 1988 de economische diplomatie nauwgezet volgt, zegt dat de solidariteit van twee jaar geleden is weggeëbd. „Niet zo verwonderlijk, nu de groei overal aantrekt, maar nog heel zwak is in de VS en Europa. Maar de belangrijkste reden is dat de VS hebben geprobeerd een front te vormen tegen China. Heel onverstandig.”

De VS hoopten, aldus Bearn, dat China onder G20-druk zou besluiten de yuan op te waarderen en de omvang van zijn handelsoverschotten aan maxima te binden. „Dat is mislukt omdat Duitsland en Frankrijk daar om uiteenlopende redenen helemaal niets voor voelen. De Chinese diplomatie heeft zeer succesvol geopereerd als het gaat om het weerstaan van de Amerikaanse druk.”

China verzet zich met het argument dat snelle opwaardering van de yuan zal leiden tot massale sluiting van fabrieken die van de export afhankelijk zijn, een hogere werkloosheid en sociale onrust. En samen met Duitsland is China tegen het voorstel van de VS en Zuid-Korea om handelsoverschotten aan maximumpercentages te binden.

Verwijten over egoïstisch gedrag doen de Chinese partijleiders af met een verwijzing naar het „eenzijdige” besluit van de Amerikaanse centrale bank om 600 miljard dollar in de Amerikaanse economie te pompen. Tegelijkertijd beseft assertief China terdege dat zijn steeds grotere rol in de wereldeconomie verplichtingen schept. „We zijn ambivalent”, erkent de Chinese hoogleraar internationale betrekkingen Jin Canrong van de Renmin Universiteit in Peking. „Het is een platform om onze stem te laten horen en onze invloed, die past bij onze nieuwe status, te doen gelden. Maar er zijn ook aarzelingen, want deelnemen betekent ook verplichtingen aangaan, verantwoordelijkheid nemen. Het debat daarover is nog niet afgerond”, aldus Jin, wiens inzichten vaak worden afgedrukt in de partijpers.

Niet alleen wordt van China verwacht dat de yuan uiteindelijk een vrij verhandelbare munt wordt, maar ook dat de structuur van de Chinese economie wordt hervormd om de groei van de wereldeconomie te bevorderen.

Dat impliceert stimulering van de binnenlandse vraag: Chinezen moeten minder sparen en meer uitgeven aan westerse producten en hun afhankelijkheid van export verminderen, adviseren internationale instellingen als het IMF.

Dat zijn, zegt Jin Canrong, ingewikkelde economische en ook culturele kwesties, die de autonomie van China raken. „China is daartoe bereid, maar wel in eigen tempo en zonder bemoeienis van anderen en niet onder druk van het Westen, dat niet langer de wereldeconomie domineert. Als het Westen de G20 daar wel voor gebruikt, zal de G20 geen lang leven beschoren zijn.”

    • Oscar Garschagen