Alle aspecten van de mens spelen

Sylvia Hoeks, actrice in Vuurzee, De Storm en Tirza, is begonnen als fotomodel.

Het acteren komt bij haar voort uit een fascinatie voor het menselijk handelen.

„Ik wilde leren om mezelf als instrument te gebruiken”, legt Sylvia Hoeks uit wanneer haar keuze om actrice te worden ter sprake komt. Voormalig model en inmiddels succesvol actrice in ondermeer Staatsgevaarlijk, Vuurzee, Duska (ze kreeg daarvoor een Gouden Kalf), De Storm en recentelijk Tirza zal tijdens het gesprek meerdere malen benadrukken dat het haar gaat om leerzaamheid en leren.

Hoeks (1983) werd op haar veertiende model. „Na mijn eindexamen ben ik naar Parijs vertrokken. Dat vond ik overweldigend. De mensen, karakters, de archetypes van de mode, die inspireerden me heel erg. Ik kwam in een wereld waar mensen wijken voor niets of niemand. De modewereld dat was een soort circus waar iedereen in kostuum rondloopt. Een sprookjeswereld waarin je kunt verdwalen. Maar op een gegeven moment had ik het wel gezien, ik kon me er niet verder ontwikkelen. Ik deed haute-coutureshows, prêt-à-porter en fotoshoots. Maar het was toch veel van hetzelfde. Toen heb ik de overstap gemaakt naar acteren.”

Was dat een ingeving of had je die ambitie al langer?

„Als kind wilde ik altijd al graag verhalen vertellen; dat is vanaf mijn achtste mijn drive geweest. Ik zat altijd in een boom achter in de tuin verhalen te vertellen, voerde toneelstukjes op in de huiskamer. We gingen mijn zusje van vijf jaar opmaken en ik prikte bijna haar ogen uit omdat ik het precies goed wilde doen. Ik was constant bezig met spelen.”

Was jij het ook het type kind dat de hoofdrol had in de eindmusical van de lagere school?

„Ja, terwijl ik toen echt het meest verlegen kind was dat je je kunt voorstellen. Toen ik die hoofdrol mocht spelen, wisten mijn ouders niet wat er gebeurde. Ik had als het ware twee kanten: altijd een beetje onzichtbaar willen zijn, als Sylvia, maar je in een rol toch heel erg thuis voelen. Ik ben het gelukkigst als ik andere mensen speel.”

Zijn die twee te scheiden?

„Het gaat mij niet om de aandacht, ik vier bijvoorbeeld nooit mijn verjaardag. Maar wat mijn drive is – het klinkt allemaal heel hoog en beladen – is een zoektocht naar menselijk handelen. Als ik geen actrice was geworden, had ik psycholoog of journalist willen worden. De vraag: waarom kies je niet voor A, terwijl dat veel makkelijker en logischer is, maar kies je voor B? Je speelt van alles, van iemand die overspel pleegt tot iemand die een moord begaat. Dat is toch geweldig? Hoe zou je dat doen: iemand martelen, iemand vermoorden? Hoe voelt dat? Als mens bega je die niet, maar het is wel leuk om te weten hoe dat voelt.

„Acteren doe ik uit een merkwaardige fascinatie voor menselijk handelen; waarom doen mensen wat ze doen? Ik vind dat enorm interessant, en daar komt wel de drang om te acteren vandaan. Dat je emoties, hoop, wensen, teleurstelling, woede, alle aspecten van mensen, kunt spelen. Je zet jezelf open door je fantasie te gebruiken, samen met je tegenspeler een situatie te spelen die het publiek zal herkennen, misschien uit hun eigen leven. Of misschien een nieuw licht zal schijnen op een bepaald dilemma waarmee de toeschouwer kampt in zijn of haar leven. Het is zo leuk om al die emoties aan te raken, en je daarin te verliezen. Om te laten zien hoe mensen bepaalde dingen kunnen meemaken. Een deurtje open te doen, kraantje open te zetten, zodat mensen zich ermee kunnen vergelijken.”

En als je dat nu toepast op ‘Tirza’, waar kom je dan uit?

„Misschien zit er wel een vader in de zaal die denkt: ik ben misschien niet zo heftig als Jörgen [Jörgen Hofmeester, de vader van Tirza, red.], maar wellicht moet ik mijn dochter wat losser laten. Als je dat bereikt, dat is het leukste wat er is. Daarom wilde ik ook zo graag werken met Rudolf van den Berg, dat is een bezield iemand, dat zie je ook aan De avonden, Zoeken naar Eileen. De eerste keer dat ik met hem sprak over Tirza bleek al dat we elkaars passie voor menselijk handelen voelden en herkenden. Je wilt begrip opbrengen voor het hoofdkarakter, ik wil begrip krijgen voor Jörgen.

Is dat gelukt?

„Ja. Die vader-dochterrelatie moest niet weerzinwekkend zijn, niet seksueel uitleggerig. Het moest geen incest zijn. Een relatie die nét op het randje is, net niet te vangen. Maar er moest wel wat mis mee zijn, wat in balans werd gehouden door de enorme liefde. Juist daardoor kon het net iets te ver gaan. Dat moet je op een bepaalde manier laten zien, aan kleine dingen. En als het lukt om niet alles weg te geven maar wel een vraag op te wekken, ‘wat is hier aan de hand, de mensen houden van elkaar, maar er is iets mis’, als dat lukt, dat is gewoon het meest geweldige wat je kunt hebben. Dat is het doel.”

Heb je rollen geweigerd omdat er te weinig van die zoektocht naar keuzes in zat?

„Jazeker. Als ik kies iets te doen, moet het script goed zijn. Maar ik let misschien nog wel meer op de regisseur; of hij me aanspreekt in wat hij maakt of hoe hij over een project praat. Wat zijn passie is. Ik hou van mensen die bevlogen zijn. Er moet hart en ziel in zitten. Het stuk dat ik nu ga doen, is een toneelstuk met Jakop Ahlbom, Ivar van Urk en Kees Hulst samen: Dracula. Ik heb het script nog niet gelezen, maar ik vertrouw er helemaal op dat het goed komt.

„Ik weet intuïtief dat ik met Jakop Ahlbom wil werken, en met Jeroen van den Berg die de tekst heeft geschreven. Zijn voorstellingen zijn zo magisch, leerzaam, met zo’n precisie en goed heftig.

Heb je achteraf spijt van een rol omdat die diepgang er toch niet in zat?

„Als een script me niet aanspreekt, is het ook beter als iemand anders het gaat doen. Van de rollen die ik tot nu toe heb gespeeld, heb ik nooit spijt gehad. Elke keer heb ik iets van mezelf laten zien dat ik niet eerder kon laten zien. Of ben ik iets tegengekomen dat ik nog niet was tegengekomen.”

Wat heb je van Tirza geleerd?

„Net als Tirza heb ik het gevoel dat ik verantwoordelijkheid draag voor iemand anders’ geluk. Bij Tirza is dat voor haar vader, bij mij voor de mensen van wie ik hou. Je kunt nooit voor de ander invullen wat hem of haar gelukkig maakt. Dat moet je loslaten. Ik zie graag mensen om me heen gelukkig, maar je hebt er geen grip op. Wat ik van Tirza heb geleerd, is dat je soms beter los kan laten omdat je dan meer hebt.”

Speelt het ook nog mee dat Tirza, met de angst voor het vriendje van zijn dochter waarin Jörgen Mohammed Atta ziet, maatschappelijk relevant is? Is een actuele rol aantrekkelijker?

„Ik denk niet dat Rudolf van den Bergh daar op heeft gemunt. Jörgen wil sowieso het vriendje van de dochter weg hebben: hij neemt zijn dochter van hem af. Hij verliest de controle over zijn leven: hij verliest zijn baan, zijn beleggingen in hedgefunds zijn in rook opgegaan, zijn vrouw heeft hem verlaten, wanneer ze terugkomt verafschuwt ze hem en zijn dochter begint een eigen leven. Al die gebeurtenissen bundelt hij samen tot het vriendje, tot de figuur van ‘Mohammed Atta’. En dat is maatschappelijk wel interessant, nu we met Wilders zitten en Ground Zero.

„In de film is dat zeker aanwezig, maar de relatie met de actualiteit leg je toch vooral als kijker. Als acteur concentreer je je op de situatie van de vader die, nadat hij alles kwijtraakt, een wanhoopsdaad begaat.”