Zonder beloningen geen topprestaties

Judoka Marvin de la Croes behaalde in 2006 de wereldtitel bij de junioren. Nu blijven resultaten uit en heeft hij geen vaste trainer. „Ik voelde me de man.”

Een brede lach siert het gezicht van Marvin de la Croes bij de vraag wat hij zoal in zijn juniorentijd heeft uitgespookt. Hij liep ’s nachts over daken, werd na kwajongensstreken bijna een hotel uitgezet en judode eens met z’n mobiele telefoon nog op zak. De 21-jarige judoka met Antilliaanse roots beseft na magere jaren bij de senioren dat het afgelopen moet zijn met de „gekkigheid”, wil hij de Olympische Spelen halen. „Ik heb veel kansen gekregen, maar ze niet benut.”

De la Croes, wiens ouders van Curaçao komen, stapte als vierjarige voor het eerst Budo School Arnhem binnen. Hij had plezier in de sport, maar herinnert zichzelf als „lui, dik en tegendraads”. Zijn houding veranderde toen hij als veertienjarige districtskampioen werd. „Ik had nooit beseft dat ik om medailles zou kunnen judoën, wist niet eens van het bestaan van Europese kampioenschappen.” Hij werd opgenomen in de jeugdselectie en beleefde zijn hoogtepunt in oktober 2006, toen hij in Santo Domingo de wereldtitel behaalde bij de junioren.

Een doorbraak bleef uit, want De la Croes werd gegrepen door de betrekkelijke roem. „Ik kwam in kranten en iedereen in mijn kringetje wilde mijn aandacht. Stiekem werd ik meegesleept en voelde ik me de man. Ik vond dat ik normaal bleef, maar mijn trainer vond dat niet. Ik werd nonchalant, luisterde niet en trainde maar half. Ik had mijn cios [opleiding voor sportleraar] net afgerond, was niet toegelaten tot een vervolgopleiding en lag de hele dag op bed. Een luizenleventje. Het duurde meer dan een jaar voordat mijn trainer me weer kon bereiken.”

Twee jaar na zijn wereldtitel won de De la Croes zilver bij de WK voor junioren, vlak voor de overstap naar de senioren. Hij ruilde zijn vertrouwde judotrainer Bert Docter in Arnhem in voor een nieuwe omgeving in Nijmegen, bij Gerrie Theunissen. De bedoeling was met enkele talenten, zoals Jeroen Mooren, een olympisch traject te volgen, maar voor De la Croes was het verblijf van korte duur. „Gerrie en ik komen niet overeen, ik ben te eigenwijs.”

De la Croes’ prestaties bleven onder de maat. Hij begon aardig met vier vijfde plaatsen bij wereldbekertoernooien, maar verloor bij EK’s en WK’s steevast in de eerste of tweede partij. De la Croes wijt de teleurstellingen aan het verdriet van een verbroken relatie en de moeizame strijd op het juiste wedstrijdgewicht (tot 90 kilogram) te blijven. Een maand geleden werd hij zelfs geweigerd bij de kwalificatie voor de NK van afgelopen weekeinde omdat hij te zwaar was. „Ik schaamde me, ging af voor mezelf en mijn omgeving. Dat hoop ik nooit meer mee te maken.”

De la Croes meldde zich niet af voor de wedstrijd in Rotterdam, tot ergernis van bondscoach Maarten Arens. „Ik baalde zo erg dat ik ook na afloop geen contact meer heb gezocht.” Als straf voor zijn gemakzucht werd hem deelname aan de wereldbekerwedstrijd van vorige maand in Rotterdam ontzegd. „We hebben een gesprek gehad waarin de bondscoach zei: ‘Je hebt alle schijn tegen’. Dat ben ik met hem eens.”

De la Croes geeft eerlijk toe dat hij marchandeert met voeding, waardoor hij soms vier tot zes kilo te zwaar is. Hij gunt zichzelf wel eens een broodje kebab, een extra bord tagliatelle of – suikerhoudende – frisdrank. „Ik ben fatsoenlijk met mijn gewicht bezig, maar heb wel beloningen nodig. Dat is een kwestie van je lichaam goed kennen. Ik weet dat ik het twee weken voor wedstrijden weer voldoende kan aftrainen.”

Arens verweet De la Croes geen topsportmentaliteit te hebben, kritiek die Cor van der Geest als technisch directeur van de judobond ook op generatiegenoten had. „Ik denk niet dat onze instelling slecht is”, zegt de judoka. „De nieuwe lichting heeft veel gewonnen bij de junioren. De sport is met nieuwe regels zwaarder geworden voor Nederlandse judoka’s. Wij moeten onze stijl helemaal veranderen. Ik denk dat de bond zich geen zorgen hoeft te maken, al is het niet mogelijk altijd genoeg talent te hebben. In elke sport vallen gaten.”

Vier jaar geleden klonk het hem zo logisch in de oren: Marvin de la Croes als natuurlijke opvolger van olympisch kampioen Mark Huizinga. Maar nu heeft hij geen vaste trainer en kleeft aan hem het imago van flierefluiter. Dat raakt De la Croes, die zichzelf als gevoelsmens omschrijft. Hij werkt bij een Arnhems kinderdagverblijf en geeft judolessen aan basisscholieren en gehandicapten. Liefst sluit hij zich weer aan bij Docter, die hij als vaderfiguur omschrijft. Maar de trainer hield hem voor dat hij eerst wat moet bewijzen voor hij in de armen wordt gesloten.

Nu traint De la Croes stoïcijns, wisselend in Arnhem en Nijmegen, bezoekt sportpsycholoog Joost Leenders en wacht op een nieuwe kans. Hij hoopt op een dag te bewijzen dat hij nog steeds de dynamische, snelle en aanvallende judoka uit zijn juniorentijd is. „Ik heb genoeg mogelijkheden gehad, maar kon het niet waarmaken. Dat moet nu veranderen. Maar judo moet voor mij ook een beetje leuk zijn. Keihard trainen vind ik prima, als ik dan ook eens een dagje met vrienden mag snowboarden.”