Wat wil Leers nu eigenlijk bereiken?

Het is een publiek geheim dat het CDA deelneemt aan het kabinet om Wilders te ‘ontmaskeren’.

Maar vooralsnog lijkt vooral minister Leers te struikelen.

Wat zouden de beweegredenen van Gerd Leers zijn geweest om zich te laten installeren als minister voor Immigratie en Asiel in het eerste kabinet-Rutte? De minister zonder portefeuille heeft zich in een relatief klein tijdsbestek weten te manoeuvreren naar een plek waar de grootste klappen vallen. En eigenlijk moet hij dat van tevoren geweten hebben.

Of het een record is durf ik niet met zekerheid te zeggen. Maar het is op zijn minst een prestatie om in de eerste maand na beëdiging vier keer naar de Kamer te worden geroepen, de laatste keer deze week om uit te leggen waarom hij in Brussel ingestemd heeft met afschaffing van de visumplicht voor Bosniërs en Albanezen.

De redenen die ten grondslag liggen aan de aanvragen tot verantwoording zijn vrij evident. Het kabinetsbeleid botst op tal van fronten met Europese wetgeving. En het kan niet anders dan dat Leers zichzelf daarvan bewust moet zijn geweest. De vraag omtrent de beweegredenen wordt nog interessanter voor wie het gedoogakkoord nader bekijkt. In de immigratieparagraaf wordt maar liefst tien keer (!) verwezen naar EU-richtlijnen waarbij het kabinet inzet op wijziging of aanpassing ervan. Omdat het kabinet op dit gebied afhankelijk is van derden kan de paragraaf over nieuwe eisen aan gezinsmigratie de prullenbak in. Zeker als blijkt dat de EU weigert om wetgeving over dit onderwerp aan te scherpen.

Een leeftijdseis van 24 jaar voor partners? Jammer. Toelating van maximaal één partner per tien jaar? Kansloos. Verhoging van de inkomenseis naar ten minste 120 procent van het minimumloon? Volstrekt onhaalbaar en al eerder afgewezen. Om nog maar te zwijgen over de invoering en uitvoerbaarheid van een toets waaruit blijkt ‘of de band met Nederland groter is dan de band met andere landen’. Aldus de letterlijke tekst van het gedoogakkoord.

Ziet u het al voor u? Een IND-medewerker die met een decibelmeter registreert bij welk doelpunt er harder wordt gejuicht gedurende de oefeninterland Nederland-Turkije op 17 november aanstaande.

Hoe kun je als weldenkend mens instemmen met dergelijke onuitvoerbare voorstellen? En dat op een beleidsterrein waar je persoonlijk verantwoordelijk voor wordt gehouden. Alsof je doelbewust je eigen politieke dood regisseert. En, tegelijkertijd, hoe kan Wilders dit soort zaken accepteren in het gedoogakkoord met de wetenschap dat ze onuitvoerbaar zijn?

De voormalig burgervader van Maastricht zit klemvast in een val die zijn partij zelf heeft gezet. Immers, het is een publiek geheim dat het CDA deelneemt aan het kabinet om Wilders te ‘ontmaskeren’. Vooralsnog lijkt het vooral Leers zelf te zijn die struikelt over Europese piketpalen en een in zijn nek hijgende Tweede Kamer. Keer op keer zullen Nederlandse initiatieven van dit kabinet stranden op een terugfluitend Europa. Leers rent van Den Haag naar Brussel en terug. Om uiteindelijk met, zoals Wilders het dinsdag omschreef, kwalificaties als ‘warrige teksten’ en een ‘uitermate zwak’ optreden afgeserveerd te worden. Waarom zou je zoiets willen?

De enige reden waarom Leers toch ‘ja’ heeft gezegd tegen het ministerschap is te reduceren tot de letterlijke tekst van het regeerakkoord.

In alle gevallen waarbij het gaat om wijziging of aanpassing van EU-richtlijnen, wordt gesproken over de gokterm ‘inzet’.

Wie inzet, kan verliezen. Dat weten gokkers. Dat weet Leers, dat weet Wilders. Blijkbaar is inzetten op zich voldoende en is de statistische kans op ‘verlies bij inzet’ ingecalculeerd.

Het gaat dus slechts om een inspanningsverplichting voor de bühne. Geen resultaatverplichting in beleid. En dat is exact de reden waarom Wilders vraagt om ‘meer ruggengraat’ en niet om meer resultaat. Zo lang dit kabinet met het sprookje omtrent de onuitvoerbare voorstellen de Kamer en de kiezers zoet weet te houden, zo lang zal Gerd Leers’ carrière als minister duren. En vanuit dat oogpunt doet hij het zo slecht nog niet. Hij praat en overlegt, wordt op het matje van de Kamer geroepen en wekt zonder noemenswaardige resultaten de indruk zijn best te doen. Hij fungeert als paard in het politieke schaakspel van zowel Wilders als Verhagen: hij mag rare sprongen maken, moet hard werken maar zal uiteindelijk geslachtofferd worden omwille van een hoger doel.

En Leers zelf? Die wist wel waarom hij er niet zoveel aan kon doen: „Het voorstel was al rond voor ik hier in Brussel aankwam.” En zo zal het de komende maanden wel vaker gaan. Te laat in Brussel als hij weer eens voor een spoeddebat in Den Haag zal moeten blijven. Ook al mag hij dan met 130 op de snelweg terug naar België.

Auke van Ast is docent maatschappijleer. Hij won vorige maand de essaywedstrijd van nrc.next.

Is minister Leers een schaakstuk in het spel van Wilders en Verhagen? Discussieer mee op nrcnext.nl