Top in Seoul markeert verschuiving macht

Doet de G20 er toe of zal zij snel aan betekenis verliezen? Dat is de kernvraag voor leiders van de belangrijkste economieën, bijeen in Seoul.

Nieuwe exposities, dansfeesten, gratis concerten, culinaire en ginsengfestivals, letterlijk huizenhoge LG-beeldschermen, waarop de androgyne leden van de ook in China razend populaire K-Boys buitenlandse gasten verwelkomen met een opgewekte ‘sunshine-summit-song’.

Voor Zuid-Korea gaat de G20 van staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Financiën, die vandaag begint in smetteloos Seoul, over aanzienlijk meer dan wereldeconomische kwesties, zoals een mogelijke valutaoorlog, handelspolitieke twisten of de van west naar oost verschuivende machtsverhoudingen in het IMF.

„Eindelijk een kans om te ontsnappen uit de schaduw van China en Japan. Eindelijk gaat het een keer niet over ons conflict met Noord-Korea. Even bevinden we ons in het centrum van de wereld, in het oog van de economische diplomatie en niet in de periferie”, zegt Moon Chung-in.

De hoogleraar politieke wetenschappen aan de Yonsei Universiteit bekent tijdens een Koreaanse barbecue trots te zijn op zijn land en zijn geboortestad die uitstralen dat Zuid-Korea, net als China, de mondiale crisis 2008 uitstekend heeft doorstaan.

De opgewonden sfeer in een van de architectonisch fraaiste steden van Azië doet Moon Chung-in sterk denken aan de Olympische Spelen van 1988 en het WK voetbal van 2002 (samen met Japan).

„In zekere zin is deze G20 net zo als de Olympische Spelen, omdat hiermee wordt bevestigd dat democratisch Zuid-Korea als dertiende economie van de wereld, en de derde van Azië na China en Japan, een belangrijke speler is geworden. We zijn dankzij onze export goed door de crisis van van 2008-2009 gekomen. Onze president presenteert dit evenement als onze politieke coming-out. Overdreven misschien, maar de bulldozer heeft wel een punt”, denkt Moon Chung-in.

De Zuid-Koreaanse president Lee Myung-bak wordt in de politieke cartoons op een straatexpositie bij het stadhuis en door voor- en tegenstanders vaak „de bulldozer” genoemd. Hij claimt dat hij het voor elkaar gekregen heeft dat de G20 voor het eerst in Azië en voor het eerst in een opkomende economie wordt gehouden en niet in een van de landen van de oude G8. Ook al een teken van verschuivende verhoudingen in de wereld.

Lee, die burgemeester was van Seoul en daarvoor de baas van de Hyundai-groep wil „een economische president” zijn, zegt hoogleraar Moon: „Hij is geobsedeerd door de wens de vader te worden van het Akkoord van Seoul”.

Dat ‘Akkoord van Seoul’ moet nieuwe afspraken bevatten over internationale ontwikkelingshulp en een financieel veiligheidsnet voor arme landen. Rijke landen moeten als het aan president Lee ligt niet langer financiële hulp geven aan ontwikkelingslanden, maar dat geld gebruiken om structurele armoede op te lossen.

Deze ‘Korea-initiatieven’ zijn inmiddels overschaduwd door valuta- en handelspolitieke geschillen tussen de VS en China en ook tussen de VS en Duitsland. „Los van het feit dat er over die zogenaamde valutaoorlog een hoop nonsens wordt beweerd – er is helemaal geen oorlog – dreigt de G20 aan belang in te boeten”, denkt de Canadese econoom Donald Bearn, hoogleraar aan de Universiteit van Toronto en mededirecteur van de G20 Researchgroup.

Twee jaar geleden kwamen de regeringsleiders voor het eerst bijeen in „een sfeer van angst en paniek”, zegt de Canadees in Seoul. „Financieel crisismanagement was toen dringend noodzakelijk na de ineenstorting van Lehman Brothers. Die crisis is voorbij, de wereldeconomie groeit weer, dus kan de vraag gesteld worden waarom we de G20 nog nodig hebben. Het is een informele verzameling landen, er hangt een waas van institutionele vaagheid over. Er is bijvoorbeeld geen mechanisme om landen te dwingen zich aan de afspraken te houden.”

Als deze G20 niet in staat is resultaat te boeken, dus waar voor zijn geld levert, dan dreigt deze club heel snel relevantie te verliezen, voorspelt Bearn. „Het hangt dus allemaal af van de G2, van de VS en China.” aldus Bearn.

Bearn voegt er aan toe dat er is op dit moment niets beters is om het Westen, het Oosten, opkomende en gevestigde landen, grondstoffenproducenten en grootverbruikers bij elkaar te brengen. „We kunnen niet meer terug naar de tijden van de G8. Er is behoefte aan een sturend orgaan in de wereldeconomie, want anders komt er niets van alle beloftes over duurzame groei en bestrijding van de armoede”, denkt Bearn.

Als het gaat om nieuwe regels voor het kapitaal en de liquiditeit van banken (Basel III) en de producten van investeringsfondsen verwacht Bearn geen onoverkomelijke problemen meer, hoewel de voorstellen meer symbolische dan inhoudelijke waarde hebben. Dat geldt ook voor de politieke goedkeuring van de nieuwe stemverhoudingen in het IMF, waarover de ministers van Financiën al eerder een akkoord hebben bereikt.

Maar bij het besturen van de wereldeconomie – in het jargon: „het opheffen mondiale onevenwichtigheden” – zal de G20 minder succesvol zijn, verwacht Bearn. En hij niet alleen. Een hele reeks meningsverschillen – over de waarde van de Chinese yuan, de omvang van handelsbalansen van China en Duitsland, het persen van nieuw geld in de VS en Japan (quantitative easing, geldverruiming), de beperkingen op het vrije kapitaalverkeer in opkomende landen en andere protectionistische maatregelen – heeft in de voorbereiding van deze G20 de wil tot samenwerking ernstig op de proef gesteld.

Bearn, die sinds de G8-top van Toronto in 1988 de economische diplomatie nauwgezet volgt, zegt dat de solidariteit van twee jaar geleden is weggeëbd. „Niet zo verwonderlijk, nu de groei overal aantrekt, maar nog heel zwak is in de VS en Europa. Maar de belangrijkste reden is dat de VS hebben geprobeerd een front te vormen tegen China. Heel onverstandig.”

De VS hoopten, aldus Bearn, dat China onder G20-druk zou besluiten de yuan op te waarderen en de omvang van de handelsoverschotten aan maxima te binden. „Dat is mislukt omdat Duitsland en Frankrijk daar om uiteenlopende redenen helemaal niets voor voelen. De Chinese diplomatie heeft zeer succesvol geopereerd als het gaat om het weerstaan van de Amerikaanse druk. Het gevolg is wel dat de slotverklaring vaag zal blijven, tenzij de presidenten Obama en Hu een akkoord bereiken.”

China verzet zich met het argument dat snelle opwaardering van de yuan tot massale sluiting van exportfabrieken, werkloosheid en sociale onrust zal leiden. En samen met Duitsland is China tegen het voorstel van de VS en Zuid-Korea om handelsoverschotten aan „indicatieve” maximumpercentages te binden.

Of de G20 succesvol is of niet is voor de Chinese partijleiders van ondergeschikt belang. Verwijten over egoïstisch gedrag worden afgewimpeld met een verwijzing naar het „eenzijdige” Amerikaanse Fed-besluit om 600 miljard dollar aan nieuw gedrukt geld in de economie te pompen.

Tegelijkertijd beseft assertief China terdege dat zijn steeds grotere rol in de wereldeconomie verplichtingen schept. „We zijn ambivalent”, erkent de Chinese hoogleraar internationale betrekkingen Jin Canrong van de Renmin Universiteit in Peking. „Het is een platform om onze stem te laten horen en onze invloed, die past bij onze nieuwe status, te doen gelden. Maar er zijn ook aarzelingen, want deelnemen betekent ook verplichtingen aangaan, verantwoordelijkheid nemen. Het debat daarover is nog niet afgerond’’, aldus Jin, wiens inzichten vaak worden afgedrukt in de partijpers.

Niet alleen wordt van China verwacht dat de yuan een vrij verhandelbare munt wordt, maar ook dat de economische structuur van het wordt hervormd om de groei van de wereldeconomie te bevorderen.

Dat impliceert stimulering van de binnenlandse vraag: Chinezen moeten minder sparen en meer uitgeven aan westerse producten en hun afhankelijkheid van export verminderen, adviseren internationale instellingen als het IMF.

Dat zijn, zegt Jin Canrong, ingewikkelde economische en ook culturele kwesties, die de autonomie van China raken. „China is daartoe bereid, maar wel in eigen tempo en zonder bemoeienis van anderen en niet onder druk van het Westen, dat niet langer de wereldeconomie domineert. Als het Westen de G20 daar wel voor gebruikt, zal de G20 geen lang leven beschoren zijn.”