Stickertjes met de maagd Maria op de basisschool

In Polen ontkom je niet aan religie. Ook niet op scholen, al zijn publiek. Zesjarigen gaan op excursie naar de kerk. Ouders durven zich er niet tegen te verzetten.

Opeens valt er een ijzige stilte over de ouderavond. Ik kijk vertwijfeld mijn vrouw aan, zij mij, we turen het klaslokaal in, glimlachen als boeren met kiespijn, maar het leed is geschied. We hebben het grote taboe ter sprake gebracht en het warme bad waarop we gehoopt hadden is een koude douche.

„Nee”, antwoordt de lerares stijfjes. „We hebben geen alternatief voor religie.”

Religie, dat wil zeggen, de lessen die onze zesjarige hierover sinds kort op zijn Poolse basisschool volgt – gegeven door een non in habijt, die met een akoestische gitaar liedjes zingt over de Heer en de kinderen wekelijks trakteert op stickers met engeltjes en de Maagd Maria. The Sound of Music, maar dan in het echt.

We hebben niets tegen deze zuster Irene, maar katholiek zijn we niet. Alleen met Pasen gaan we naar de kerk met, zoals de Poolse traditie het voorschrijft, gedroogde worst, brood en eieren in een mandje, waar dan vervolgens een wijwaterkwast overheen gaat. Een met theater omgeven ritueel waarvan we de charme nog wel inzien.

Religie op een Poolse school, een publieke nog wel, is andere koek. Dat gaat over catechisatie, leren bidden, excursies naar de kerk, over hemel en hel. Dat gaat over onze zoon en ons constitutionele recht op waardevrij onderwijs. Een recht waarnaar we kunnen fluiten, want seculier zijn is in Polen, waar 90 procent van de bevolking verklaard katholiek is, kennelijk onbestaanbaar.

Er zijn weinig kerken in Europa die zoveel moreel krediet hebben als de Poolse. Onder het communisme kozen veel priesters de kant van het volk, dissidenten vonden in kerken onderdak en financiële ondersteuning, de uitverkiezing in 1978 van de Pool Karol Wojtyla tot paus Johannes Paulus II gaf de vrije vakbond Solidariteit (Solidarnosc) van Lech Walesa vleugels. Na 1989 werd dat krediet omgezet in harde munt. De Poolse Staat sloot een concordaat met het Vaticaan, maakte abortus vrijwel onmogelijk en opende de schooldeuren voor priesters en nonnen. Officieel is religie niet verplicht en moeten scholen ook een alternatief bieden: ethiek. In de praktijk gebeurt dat nauwelijks.

Ook de huidige rechts-liberale regering, die in morele kwesties conservatief is, lijkt zich bewust van de scheefgroei. Zij overweegt de mogelijkheid om ethieklessen via internet te geven, aan een groot aantal leerlingen tegelijkertijd. Wat betreft de linkse oppositie een schaamlap die voorbij gaat aan het echte probleem: de discriminatie van minderheden, in dit geval niet-katholieken.

De ouderavond begint met het invullen van formulieren. Werkelijk overal wordt toestemming voor gevraagd: of ons kind fruit mag eten, melk mag drinken, of er foto’s van hem op de website van de school mogen worden geplaatst. We kunnen hem inschrijven voor extra programmaonderdelen: schaken, judo, basketbal. Over religie: geen woord. De Poolse heldenmoed, tijdens de oorlog, onder het communisme, is legendarisch, maar in de klas merken we er weinig van. Ook het naar ons idee redelijke voorstel om de religielessen niet in het midden, maar aan het einde van de dag te plaatsen, zodat ze subtiel kunnen worden overgeslagen, wekt geen enthousiasme. „Het is natuurlijk morele chantage”, zegt een ons welgezinde vader na afloop. „Als ik de keuze had zou ik de religie laten schieten, maar ik wil niet dat mijn kind gestigmatiseerd raakt.”

Scholen hoeven wettelijk alleen ethieklessen te verzorgen als hiervoor meer dan zeven ongelovigen kunnen worden gevonden. Op onze school, legt de lerares uit, zijn er slechts vijf geteld, inclusief onze zoon. „Als u wilt kunnen we hem tijdens de religieles tijdelijk in de bibliotheek onderbrengen”, zegt ze. Tja, willen we dat?

Helaas is onze zoon in deze kwestie, geheel buiten zijn schuld om, bondgenoot van de kerk. „Religie is ontzettend leuk”, zegt hij, als we het onderwerp voorzichtig aansnijden. „Zuster Irena speelt gitaar, net als jij, pa!” Probeer maar eens aan een zesjarige uit te leggen dat het repertoire van zuster Irena toch echt heel anders is.