Spieren worden jonger

Bij muizen waarvan beschadigde spieren behandeld werden met gezonde stamcellen, bleken de spieren niet te verouderen: ze krompen en verslapten niet.

Naarmate mensen ouder worden, neemt hun spiermassa af. Mensen van 75 hebben ongeveer de helft van de spiermassa die ze hadden toen ze 20 waren. Maar dat proces is misschien te stuiten, blijkt uit onderzoek bij muizen.

Onderzoekers uit Colorado en Washington beschadigden opzettelijk spieren van jonge muizen. Die behandelden ze vervolgens met spierstamcellen van even oude dieren. De beschadigde spieren herstelden snel en werden zelfs ongeveer anderhalf keer zo zwaar. Tegen de verwachting in bleven de opgepepte spieren tot op hoge muizenleeftijd (24 maanden) even groot en sterk, terwijl de onbehandelde spieren geleidelijk dunner en slapper werden. Het onderzoek werd gisteren gepubliceerd in Science Translational Medicine.

Waardoor de spiermassa normaal gesproken afneemt met de leeftijd is onbekend. Hormonale factoren spelen een rol, maar ook onder meer het afnemend vermogen om kleine beschadigingen te repareren. Het verlies aan spiermassa gaat doorgaans gepaard met een toename van de hoeveelheid lichaamsvet en (daarmee samenhangend) een verhoogde kans op obesitas en diabetes type 2.

Het grootste deel van ons leven houden opbouw- en afbraakprocessen in de spieren elkaar in evenwicht. Door training, eiwitrijke voeding en anabole steroïden kunnen de opbouwprocessen de overhand krijgen. In de ouder wordende spier neemt de invloed daarvan echter af. Mogelijke oorzaken zijn een slechtere doorbloeding, een minder goede opname van eiwit uit de voeding en een verminderde gevoeligheid voor insuline, waardoor de aanvoer van energie in de vorm van glucose afneemt. Niettemin kunnen spieren van ouderen met een gericht bewegingsprogramma, een combinatie van krachttraining en wandelingen, op peil gehouden worden. Door speciaal voor ouderen ontwikkelde bewegingsprogramma’s worden ook de nog aanwezige stamcellen geactiveerd. Die zorgen voor aanmaak van meer spierweefsel en nemen ook in aantal toe.

Zo’n oefenprogramma hadden de getransplanteerde muizen duidelijk niet nodig. Het aantal stamcellen steeg na de transplantatie sterk en bleef hoog. Blijkbaar werden door de ingreep omstandigheden gecreëerd die voorkomen dat de leeftijd grip krijgt op hun aantal – maar welke omstandigheden dat zijn, blijft vooralsnog duister.

Mogelijk doet het ertoe dat de spieren verwond waren. Intacte spieren bleven na stamceltransplantatie onveranderd. Bij verwondingen komen tal van signaalstoffen vrij die nodig zijn voor beperking van de schade en herstelprocessen. Misschien speelt één daarvan een bepalende rol. De onderzoekers hopen te kunnen achterhalen welke dat is en hoe deze gebruikt kan worden om zonder een ingrijpende transplantatie spierherstel te bevorderen.

Dat zou niet alleen goed nieuws zijn voor ouderen die hun spierkracht zien afnemen. Ook mensen met spierdystrofie en mensen die hun spieren zien slinken omdat ze langdurig bedlegerig zijn, zouden ervan kunnen profiteren.