Solo-koken

Ik heb geen kinderen en ik woon ook niet samen met een partner. Ik moet mijn keuken wel delen met vier huisgenoten, maar die reken ik over het algemeen niet tot mijn huishouden. Hoewel ik vaak zat met of bij anderen kook, zijn er ook dagen dat ik in mijn uppie moet koken en eten.

Voor veel vriendinnen is solo-koken het toppunt van sociale troosteloosheid en is het zaak om dit verschijnsel zoveel mogelijk te vermijden. Onder het mom van „het is niet leuk om uitgebreid te koken als je er niet met meerdere mensen van kunt genieten” en „alleen eten is het beste excuus om een avondje makkelijk te doen”, wordt een pakje noodles in een kommetje gekwakt en voor de televisie naar binnen geschrokt.

Ik zou liegen als ik zeg dat ik nooit makkelijk eet, maar ik vind het heerlijk om in de keuken te staan. Of dit nu voor mezelf of voor tien anderen is, maakt me op deze momenten vrij weinig uit.

Een gerecht dat zich perfect leent voor de solist onder de keukenprinsessen is risotto, wat qua bereiding enige toewijding en concentratie vereist. Hoe minder onvoorspelbare impulsen van buitenaf, hoe beter voor je risotto. De kunst is om tijdens het koken de risotto voortdurend te blijven omscheppen en ervoor te zorgen dat het geen kans krijgt om aan te koeken. De risotto moet constant in de gaten worden gehouden.

Niet makkelijk in een drukke keuken. Eén moment van onoplettendheid kan zwartgeblakerde gevolgen hebben. Daarom is risotto het ideale gerecht voor de eenzame kok.

Risottotaart, voor 1 persoon:

100 gr verse bladspinazie

350 ml groentebouillon

70 gram risottorijst

1 kleine of een halve ui

15 gram boter

1 el pesto

1 teentje knoflook

25 gram geraspte Parmezaanse kaas

1 ei

paneermeel

olijfolie

zout en peper

Snipper de ui en pers de knoflook. Fruit de knoflook en ui in een scheutje olijfolie in een pan met dikke bodem. Voeg de risotto toe en schep om tot de rijstkorrels glazig zijn.

Verwarm de groentebouillon in een apart pannetje en voeg al roerende een beetje bouillon toe aan de rijst. Breng aan de kook en blijf roeren tot het vocht is opgenomen door de risotto.

Voeg nogmaals een beetje bouillon toe en blijf dit proces herhalen tot de groentebouillon volledig door de rijst is opgenomen.

Haal de pan van het vuur. Breek een eitje boven de risotto en roer deze er samen met de boter doorheen. Was de spinazie en laat goed uitlekken. Voeg de spinazie, de pesto en de Parmezaanse kaas toe en meng alles goed door elkaar. Vet een kleine springvorm (ca. 12 cm) in met olie of boter en strooi een dun laagje paneermeel over de bodem.

Vul de springvorm met de risotto en bak de taart in een voorverwarmde oven op 180 graden in ongeveer 30 minuten gaar.

Maandag: Klary Koopmans, dinsdag: Menno Steketee, woensdag: Roos Ouwehand, donderdag: Stéphanie Versteeg, vrijdag: Joël Broekaert of Elsje Jorritsma.