Puinruimen na zege in pensioenconflict

De Franse president Nicolas Sarkozy heeft de strijd om de pensioenen gewonnen van de betogers in de straat. Nu zal hij moeten werken om zijn populariteit terug te winnen.

Nicolas Sarkozy feliciteerde zichzelf gisteren in de wekelijkse ministerraad. „Met deze wet is ons pensioenstelsel gered.” Dinsdagavond had hij de zwaar bevochten verhoging van de pensioenleeftijd van 60 naar 62 jaar officieel van kracht verklaard.

De Franse president heeft de krachtproef met de vakbonden en de linkse oppositie gewonnen. Maar pas bij de presidentsverkiezingen in het voorjaar van 2012 zal blijken of de slag om de pensioenen hem ook een politiek gewin heeft opgeleverd. Voorlopig wijst niets daarop.

Het geldt als een prestatie dat de president na de zomer maar liefst acht dagen van staking en protest weerstond. Niet zelden worden grote hervormingen in Frankrijk ingetrokken na sociale onrust. Zo moest premier De Villepin in 2006 bakzeil halen in een conflict over een flexibel arbeidscontract voor jongeren. Door de pensioenwet behendig door het parlement te loodsen én hard op te treden tegen blokkades van raffinaderijen en brandstofdepots wist Sarkozy de bonden onder de duim te houden.

Maar economen en commentatoren betwijfelen of de Franse pensioenen, die uit de premies van werkenden worden betaald, inderdaad „gered” zijn met de nieuwe wet. Andere Europese landen verhogen de pensioengerechtigde leeftijd verder, tot 66 of 67 jaar.

Ondertussen lijkt Sarkozy’s vasthoudendheid hem bij de kiezers niet veel krediet te hebben opgeleverd. De president blijft kampen met zeer lage populariteitscijfers. Slechts 26 procent van de Fransen heeft vertrouwen in hem, bleek vorige week uit een peiling van TNS Sofres.

De ‘hyperpresident’ probeert echter opnieuw het initiatief naar zich toe te trekken. Al voor de zomer maakte hij duidelijk dat hij de laatste etappe van zijn presidentschap wil beginnen met een nieuwe ministersploeg. Nu het pensioenhoofdstuk is afgesloten, is de herschikking van het kabinet aanstaande. Naar alle waarschijnlijkheid maakt het Elysée-paleis begin komende week bekend wie welke ministerspost krijgt. En, niet in de laatste plaats, wie de minister-president wordt.

In Frankrijk wijst de president rechtstreeks de premier aan; nogal eens worden premiers tussentijds vervangen. Dat lot leek de afgelopen weken ook premier François Fillon te zijn beschoren, zo maakten Franse kranten op uit signalen uit het Elysée. Sarkozy zou jaloers zijn op Fillon wegens diens grotere populariteit. De twee kunnen naar verluidt al geruime tijd slecht met elkaar overweg.

Door de conservatieve Fillon te ontslaan, zou Sarkozy zich na het pensioenconflict bovendien van zijn sociale kant kunnen laten zien. Als gedoodverfd opvolger van Fillon gold nog tot vorige week minister van Milieu Jean-Louis Borloo. Borloo is tevens leider van de Radicale Partij, een kleine middengroepering die onderdak heeft gevonden in de centrum-rechtse UMP-partij van Sarkozy.

Maar de flamboyante Borloo, die openlijk lobbyde voor het premierschap, stuitte op veel weerstand van de conservatieve en gaullistische meerderheid binnen de UMP. Daarom is het mogelijk dat Sarkozy Fillon toch op zijn plek zal houden. Ook omdat de premier zich buiten het kabinet zou kunnen ontwikkelen tot een geduchte concurrent van Sarkozy – een scenario dat de president zich in de aanloop naar de verkiezingen van 2012 niet kan veroorloven.

Niet uitgesloten wordt dat Sarkozy alsnog kiest voor een kandidaat uit een jongere generatie. Namen die de ronde doen zijn François Baroin (45), de ambitieuze minister van Begroting; Luc Chatel (46), minister van Onderwijs; en de intellectueel en minister van Landbouw Bruno Le Maire (41).

De herschikking van het kabinet betekent waarschijnlijk dat minister van Buitenlandse Zaken Bernard Kouchner het veld moet ruimen. Kouchner, een links politicus en medeoprichter van Artsen zonder Grenzen, werd in 2007 door Sarkozy binnengehaald om een „opening” te maken naar links Frankrijk. Maar Kouchner kreeg te maken met bemoeienis en pesterijen van hoge adviseurs van Sarkozy, die het buitenlands beleid nog verder naar zich toetrok dan Franse presidenten toch al doen.