Productiedwang de norm in hbo

Hbo-leerlingen klagen al jaren over de veel te lichte toetsen. Ze willen meer leren, maar dan komt de diplomaproductie in gevaar, stelt Leo Prick.

Universiteiten en hogescholen klagen over de geringe bagage die studenten van de middelbare school meekrijgen, maar het is de pot die de ketel verwijt. Met uitzondering van de basisscholen geldt namelijk voor alle onderwijsinstellingen dat ze zijn verworden tot diplomafabrieken.

Scholen voor voortgezet onderwijs worden publiekelijk afgerekend op hun resultaten. Dit lijkt een uitstekende manier om scholen te dwingen hun best te doen, maar de gevolgen zijn funest – de scholen spelen nu op veilig.

Scholen nemen alleen leerlingen aan van wie ze zeker weten dat ze succesvol zijn. Twijfelgevallen worden verwezen naar een lager schooltype. Zo laten scholen voor havo mondjesmaat leerlingen toe van de mavo, bang als ze zijn voor de naam van de school. Hoewel onderwijs bedoeld is om het beste uit de leerlingen te halen, worden hierdoor veel leerlingen juist gedwongen om onder hun niveau te presteren.

Bovendien zijn er andere negatieve effecten. Voor een onderwijsfabriek is het efficiënt om te werken met standaardleerlingen. Iedereen die niet standaard is, wordt bestempeld als probleemgeval. Omdat leerlingen geen standaardproducten zijn, vertoont het aandeel van de zogeheten zorgleerlingen al jarenlang een stijgende lijn.

De productiedwang heeft ook gevolgen voor de interne verhoudingen. Leraren worden door de leiding gemaand om minder hoge eisen te stellen en de lesstof te beperken tot de exameneisen. Zo conformeert iedereen, van hoog tot laag, zich aan de doelstellingen van de diplomafabriek.

De aandacht gaat momenteel uit naar de hogescholen. Daar zouden duizenden diploma’s zijn uitgereikt waar een luchtje aan zit. De voorzitter van de HBO-raad, Doekle Terpstra, vond het nodig om tot kalmte te manen, omdat er nog niets bewezen is. Maar verrassend kan dit nieuws voor hem toch niet zijn. Uit de oordelen van studenten bij visitaties moet ook hem toch duidelijk zijn dat diplomaproductie bij de hogescholen vooropstaat.

De oordelen van de studenten over het niveau van de toetsing zijn vernietigend. Zij vinden dat de hogescholen veel te licht toetsen – en dat vinden ze al 25 jaar. Pim Breebaart, voorzitter van het college van bestuur van de Stenden Hogeschool in Leeuwarden, heeft hier herhaaldelijk op gewezen. Dat kan Terpstra toch niet zijn ontgaan.

Dat hogescholen luchthartig voor sinterklaas hebben gespeeld bij het vertalen van praktijkervaringen in studiepunten, is dus niet meer dan logisch. Waarom zou je als docent wat dat betreft ineens wel serieuze eisen stellen?

Leo Prick is medewerker van NRC Handelsblad.