Met 50 ben ik geen bejaarde

Mag er enig onderscheid komen tussen personen van 50, 60, 70 en 80-plus? Nu zijn we allemaal ‘plussers’ en daarmee afgeschreven, schrijft Heleen Crul.

‘Kunt u een gesprek volgen in een groep van drie of meer personen (zonodig met behulp van een gehoorapparaat?) Kunt u een voorwerp van 5 kilo (bijvoorbeeld een volle boodschappentas) 10 meter dragen? Zelfstandig een ontbijt en lunch klaarmaken? Wilt u deelnemen aan een cursus valtechniek voor ouderen of ouderengymnastiek?’

Met dit soort vragen worden 65-plussers in Nijmegen dezer dagen overvallen via e-mail of per post. Het is een vragenlijstonderzoek van de GGD, geadresseerd aan een steekproef uit het bevolkingsregister. Doel is meer inzicht in de kwaliteit van leven van ouderen, of juist het gebrek daaraan. Je zal 65 of 66 jaar zijn en 23 pagina’s ziekten en hulpbehoevendheid voor je neus krijgen. Behoefte aan mantelzorg? Aanpassing van je huis? Urineverlies, vergeetachtigheid? Het gevoel dat je in de verkeerde film zit neemt gaandeweg toe. Dit is niet voor boven de zestig, maar voor boven de 75 jaar.

Waarom is het onderscheid tussen zestig-, zeventig- en tachtigjarigen in onze samenleving verdwenen? Worden we allemaal met vijftig ‘vijftigplusser’ én senior voor de rest van ons steeds langer wordende leven? In de praktijk houdt dat een verbanning in naar de kantlijn van het maatschappelijk speelveld, waar je de rol als toeschouwer krijgt toebedeeld.

De generaties voor ons hadden in hun levensloop nog een officiële overgangsfase naar het ouder worden, namelijk de middelbare leeftijd tussen 45 en 65 jaar. Daarna was je met 65 jongbejaard, met 75 middelbaar bejaard en met 85 hoogbejaard. Kwalificaties die getuigen van realisme. Waarom wordt ons die middelbare leeftijd niet meer gegund? Daar zou meer recht en reden voor zijn dan ooit – de huidige vijftigers en zestigers lijken tien jaar jonger dan hun ouders en twintig jaar jonger dan hun grootouders op die leeftijd. Ze onderscheiden zich van die (groot)ouders ook door hun hogere opleiding, meer welvaart, een dynamischer levenswandel en een hogere levensverwachting. Bovendien verkeren de meesten in een goede gezondheid. Ze doen nog steeds wat ze altijd al deden: fitness, tenniscompetitie, halve marathon, fietsen, skiën, wandelsport. Sommigen slikken bloeddrukverlagende middelen, hebben last van een lichte artrose, een enkeling heeft een nieuwe heup, maar dat is het dan meestal wel.

Het enige waar vijftigers en zestigers chronisch aan lijden, is de onterechte discriminatie en onheuse bejegening die hun voortdurend ten deel valt. Het bashen van ‘die vermaledijde babyboomers’ is een nationale sport geworden, ouder worden een bijna strafbaar delict. Door de politiek en in de media worden we neergezet als een soort tijdbommen – potverterende, asociale levensgenieters die de AOW en het pensioen van jongeren ‘opeten’ en de gezondheidszorg in de nabije toekomst onbetaalbaar zullen maken. Met z’n allen vormen we een ‘grijze plaag’ – een veel gebruikte term – die het land de komende twintig, dertig jaar duurzaam zal ontwrichten. Deze gangbare opvatting vindt zijn wortel in het waanidee dat je maatschappelijk en economisch nut vanaf je vijftigste dramatisch daalt.

Bovendien is ook de beeldvorming over vijftigers en zestigers stereotiep ouwelijk. Iedere keer als de verhoging van de pensioenleeftijd bij het NOS Journaal of RTL Nieuws aan bod komt, krijgen we strompelende hoogbejaarden te zien. Twee vrouwen met een grijs krulpermanent en gezondheidsschoenen die moeizaam achter de rollator een zebra oversteken. Een bejaard echtpaar met gedateerde kleding dat elkaar moeizaam op de been houdt. Een ouderwetse opa die met beide handen een wandelwagen met kleinkind voortduwt, terwijl uit zijn mond een rokende pijp steekt. En dan is er nog dat bankje waarop we bejaarden zien die samen naar eendjes kijken.

In de reclamespotjes is het al niet beter: de emancipatie is aan oma voorbijgegaan, haar stamppot is de kroon op haar carrière als vrouw. Tv-reclame beperkt zich doorgaans tot kinderen, jongeren, dertigers en veertigers. Vijftigers en zestigers lijkt afgeschreven te zijn als consument, terwijl ze in de praktijk juist drievoudig consumeren. Ze doen aankopen voor zichzelf, voor hun kinderen en voor hun kleinkinderen. „De vijftigplusmarkt is een oceaan waarop niemand durft te varen”, vatte een directeur van een reclamebureau de situatie samen.

Ouderen verschillen onderling veel meer dan jongeren, dertigers en veertigers. Daarom is een onderverdeling in leeftijdsgroepen een noodzakelijk en adequaat instrument. Op die manier worden mogelijkheden en onmogelijkheden van de diverse fases die ouderdom met zich meebrengt zichtbaar. De kwalificatie ‘senior’, die vijftigjarigen nu ten deel valt, zou daarom moeten worden gereserveerd voor 70-plussers. De groep daaronder, tussen de 50 en 70 jaar, kan dan als ‘medioren’ worden aangeduid, hetgeen ook wordt gerechtvaardigd door het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd.

Deze nuancering doet recht aan de werkelijkheid waarin we leven en draagt bij aan een realistischer beeld van het ouder worden.

Heleen Crul is publiciste en auteur van het boek Tussen de generaties.