Kwetsbaar instituut

Behalve over de vrijheid van meningsuiting voor politici buiten het parlement, gaat het proces-Wilders inmiddels ook over de rechterlijke macht zelf.

Dit weekend lekte een tamelijk vernietigende analyse uit van een lid van het parket bij de Hoge Raad over de beslissing van de Amsterdamse wrakingskamer om het proces over te doen. Die zou onjuist zijn geweest.

En eergisteren gaf een raadsheer van de Hoge Raad te kennen dat hij zich „kon voorstellen” dat het proces naar een andere rechtbank verplaatst wordt. Daarop nam de Hoge Raad officieel afstand van beide meningen. De publicatie van de analyse van de wrakingsbeslissing op het weblog van het Nederlands Juristenblad wordt officieel door de procureur-generaal „betreurd”. In beide gevallen betrof het privé-opvattingen, die niet namens het hoogste rechtscollege werden geuit. Dat overigens over geen van beide onderwerpen iets te zeggen heeft.

Zou het publiek dat onderscheid ook maken? Is dit een moment waarop privé-opvattingen van leden van de Hoge Raad de sfeer rondom het proces-Wilders verder moeten beïnvloeden? Of zelfs moeten bepalen?

De voorlopige uitkomst van het proces-Wilders heeft al voor een grote schok gezorgd. De constatering van de wrakingskamer dat de vrees van Wilders voor „een zekere mate van vooringenomenheid” bij zijn rechters „begrijpelijk” is, heeft het bestaande wantrouwen tegen de rechterlijke macht fel aangewakkerd.

De uitspraak leek precies de kritiek van Wilders te bevestigen. Voor, tijdens en na het proces heeft hij zijn rechters immers consequent aangeduid als bevooroordeeld, politiek gemotiveerd of incompetent. Zijn processtrategie is erop gericht zowel het instituut als de rechters zelf zoveel mogelijk zwart te maken.

Dat heeft bij de rechterlijke macht zelf gezorgd voor begrijpelijke ergernis. Men is er gewend aan vanzelfsprekend gezag. Een wrakingsprocedure ziet men als een garantie voor evenwicht, voor objectiviteit en eerlijkheid.

Een geslaagde wraking zou het vertrouwen juist moeten bevestigen. Het omgekeerde was het geval.

Deze krant bepleit doorgaans een rechterlijke macht die communiceert, zich transparant opstelt en het publieke domein niet schuwt.

Maar hier wordt vooral zichtbaar wat er gebeurt als daarbij geen regie is. In het proces-Wilders wordt nu jammer genoeg ook geoordeeld over het publieke vertrouwen in de rechter als instituut. Door diverse hoge magistraten wordt onvoldoende begrepen dat ieder woord over dit proces politieke betekenis heeft. Of dat nu wordt uitgesproken bij een besloten dinertje tegen een gast van buiten, per e-mail aan een collega of bij een toevallige ontmoeting met een radioverslaggever. Alles telt, alles weegt. Niets is waardevrij.

Iedere rechter in Nederland is nu in de positie om zich fataal te verspreken over deze zaak.

De PVV-leider zal het allemaal opvatten als verder blijk van zijn gelijk.

En dat is ongelooflijk jammer. Want hij heeft het niet.