IMF dominant binnen de G20

Afspraken die regeringsleiders op eerdere G20-toppen maakten, worden onvoldoende nagekomen. Behalve als het IMF ze begeleidt, zeggen twee economen.

Een valutaoorlog voorkomen. Mondiale handelsafspraken vlottrekken. Het evenwicht tussen exportlanden en importlanden herstellen. Dit zijn maar drie van de tientallen beloftes waarmee de regeringsleiders van de twintig grootste economische machten vandaag de G20-top ingingen. Maar kunnen zij die beloftes waarmaken?

Lang niet allemaal, stellen Stéphane Rottier van de Belgische Nationale Bank en Nicolas Véron van de Brusselse denktank Bruegel vast. Twee jaar na de allereerste G20-top in Washington turfden de twee economen 47 afspraken en keken zij of die waren uitgevoerd.

Kernprobleem, schrijven zij in hun verslag, is dat de G20 geen bindende wetgeving kan produceren (zoals de Verenigde Naties of de Europese Unie) waar alle deelnemers zich aan moeten houden. De tijdgeest werkt ook niet mee. „Na jaren van deregulering leven met name westerse landen in een tijd van herregulering,” zegt Rottier, die momenteel met de Belgische delegatie in Seoul zit. „De trend is dat er méér afspraken gemaakt moeten worden op wereldniveau, van banktoezicht tot handelsafspraken. Maar er is een tweede trend: de wereld wordt multipolair. Het mondiale financiële zwaartepunt schuift naar het oosten, westerse dominantie vermindert. Het gevolg is dat er méér afspraken gemaakt moeten worden door méér landen met méér uiteenlopende belangen dan ooit tevoren. Dat is de formidabele uitdaging waar de G20 voor staat.”

Die uitdaging is vaak gewoon te groot. Zo werden er op de eerste G20 van regeringsleiders in Washington in 2008 alleen al 39 afspraken over financiële regulering gemaakt. Maar van die 39 werden er maar een paar goed opgevolgd. Zo kwam van de afspraken die door nationale autoriteiten moesten worden doorgevoerd, het minst terecht. Voorbeelden: betere toepassing van internationale boekhoudstandaarden en de coördinatie van exitstrategieën uit de crisis.

Met afspraken die door bestaande financiële clubs moesten worden uitgewerkt of geïmplementeerd – zoals het Bazel-comité of de Financial Stability Board - ging het beter. Uit het verslag blijkt dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) gemaakte afspraken het best begeleidt. Van de meer dan twintig organisaties die in het financiële reguleringscircuit meedraaien, heeft het IMF de meeste mensen, de meeste ervaring en de meeste legitimiteit – landen over de hele wereld zijn er lid van. Zo heeft het IMF op aanvraag van de G20 de controle op de financiële sector vergroot en waarschuwt ze voor problemen.

De conclusie dat het IMF zich ontpopt tot dominante ‘onderaannemer’ van de G20, wordt door andere waarnemers bevestigd. „IMF-chef Dominique Strauss-Kahn,” zegt een van de waarnemers, „is achter de schermen de machtigste man van de G20”. Nu de VN op veel fronten is lamgelegd door noord-zuid-twisten en de G8 te westers is bevonden, ontstaat de vraag of de G20 de ‘nieuwe economische wereldregering’ wordt. Of moet het IMF die rol spelen? Dat Frankrijk volgend jaar G20-voorzitter wordt, maakt die vraag des te pertinenter: Franse diplomaten zeggen dat president Sarkozy er hard aan werkt om die laatste vraag met ‘ja’ te beantwoorden.