Ierland voedt nieuwe angst schuldencrisis EU

Twijfel over de houdbaarheid van de Ierse staatsschuld heeft geleid tot hernieuwde onrust op de de Europese obligatiemarkt. Vanochtend steeg het renteverschil tussen Duitsland en Ierland naar het hoogste niveau ooit. Ook voor de Portugese en Spaanse overheid werd geld lenen duurder. De kosten voor het verzekeren van Spaanse, Ierse en Portugese schuld tegen wanbetaling staan op recordhoogte.

Directe aanleiding voor de onrust was de beslissing van LCH Clearnet, een bedrijf dat bemiddelt bij de handel op de financiële markten, om een extra zekerheid van 15 procent te vragen voor de handel in Ierse staatsschuld. Daarop daalden de koersen van Ierse obligaties scherp, en liep de rente sterk op.

Vanmorgen steeg de Ierse rente op tienjarige staatsobligaties opnieuw. Na een sprong met ruim een half procentpunt gisteren, liep het renteverschil met Duitsland opnieuw op, ditmaal met 0,2 procentpunt, tot 6,81 procent. Voor vijfjarige obligaties liep het verschil met Duitsland op tot 7,64 procent. De handel verliep moeizaam, met grote verschillen tussen aan- en verkoopkoersen.

Ierland kampt met de kosten van steun aan de banksector, die opgelopen zijn tot 50 miljard euro, en zorgen over een begrotingstekort van 32 procent van het bruto binnenlands product dit jaar. Dublin ontkende geruchten dat het in gesprek zou zijn met het Internationaal Monetair Fonds (IMF) of de Europese Unie over financiële steun. De EU zette eerder dit jaar een noodfonds op van 440 miljard euro om een schuldencrisis in de budgettair zwakke landen voor te zijn. Samen met al verleende steun van 110 miljard voor Griekenland en IMF-steun bedraagt de totale financiële ruimte voor steun 750 miljard euro.