Ierland in diskrediet

Terwijl de ogen van de internationale gemeenschap vandaag gericht zijn op Seoul omdat daar de leiders van de twintig belangrijkste economische machten samenkomen, ontvouwt zich in Europa een nieuw drama. Gisteren steeg de rente op Ierse staatsschuld met een recordsprong tot ruim 8,5 procent. Dat is de hoogste stand sinds de invoering van de euro in Ierland. Het verschil tussen de rente op Ierse en veilige Duitse staatsschuld staat nu op meer dan 6 procent, ook een record.

Met deze renteverschillen gaat de euro, het project van de gemeenschappelijke munt in Europa, een nieuwe gevaarlijke fase in. Ditmaal is niet Athene, maar Dublin de lont in het kruitvat. Ierse banken staan er veel slechter voor dan in de loop van de kredietcrisis was aangenomen. Het bedrag dat de Ierse regering aan steun moet uittrekken staat op 50 miljard euro. Dat is circa 50.000 euro per Iers doorsneehuishouden en leidt dit jaar tot een begrotingstekort van maar liefst 32 procent van het bruto binnenlands product.

De Ierse regering stelt tot medio volgend jaar voldoende geld in kas te hebben, maar zal vroeg of laat weer een beroep moeten doen op de kapitaalmarkt. De stijgende rente zorgt voor een negatieve spiraal: de hoge rentelasten verergeren de begrotingsnood verder.

Op de markt wordt daarom verwacht dat, na Griekenland, ook Ierland een beroep zal doen op noodfinanciering door de Europese partners, in de vorm van een speciaal opgezet fonds van 440 miljard euro. Daarom zijn de markten nerveus.

Er is binnen Europa namelijk geen overeenstemming over de toekomst van dit fonds, dat over minder dan drie jaar permanent zal moeten worden.

Duitsland stelt zich op het standpunt dat beleggers in de staatsschuld van een euroland een deel van de verliezen zelf moeten dragen als dit land niet meer aan zijn verplichtingen kan voldoen. Zo niet, dan draait de Duitse belastingbetaler op voor de schade. Bovendien is een redding waarbij verlies wordt geleden in tegenspraak met de ‘anti-uitkoopclausule’ in het Verdrag van Lissabon.

Dit vooruitzicht dat staatsschuld onder Duitse druk zal worden ‘afgestempeld’ en slechts een deel terugbetaald wordt, schrikt de markten af. Zij verrekenen mogelijk verlies steeds meer door in de koersen van de staatsobligaties.

Weliswaar is er twee weken geleden in Brussel een compromis gesloten over een verdragsverandering die meer duidelijkheid moet gaan bieden. Maar de Duitse regering heeft sindsdien al laten weten dat ze hoe dan ook aanstuurt op een systeem waarbij beleggers een deel van de schade dragen.

Tegelijkertijd kan juist de impliciete belofte dat beleggers buiten schot blijven weer voor rust op de markt zorgen, waardoor de negatieve spiraal kan worden doorbroken en de kans op begrotingsherstel toeneemt.

De lidstaten van de eurozone moeten tussen deze uitersten dus snel een werkbaar en duidelijk compromis vinden. Zo niet, dan beslist de markt het wel voor hen.