Hogere pensioenpremie is bepaald geen optie

Het artikel ‘Kamp geeft sociale partners een jaar de tijd’ (NRC Handelsbad, 2 november) bevat onjuistheden en halve waarheden, die de lezer op het verkeerde been zetten.

Minister Kamp wordt gekenschetst als een ‘gelovige’, een van die halve zolen die nog gelooft in het pensioenstelsel, en er wordt gesuggereerd dat hij er verstandig aan zou doen premiestijgingen van tientallen procenten te eisen.

De suggestie wordt gewekt dat fondsbesturen onbetrouwbaar zijn en het stelsel niet deugt. Dat stelsel werd onlangs door onafhankelijke waarnemers het beste ter wereld genoemd.

De opmerking dat veel fondsen ‘technisch failliet’ zijn, is onjuist. Het is een probleem van gekozen systematiek, niet van de reële economie. Door via de rente te oordelen over de financiële situatie van pensioenfondsen ontstaat bij een lage rentestand onderschatting en bij hoge rente overschatting; in de jaren negentig wilde iedereen de fondsen nog ‘afromen’.

Het structurele probleem van de pensioenen is de toegenomen levensverwachting. Daardoor moeten de premies bij ongewijzigd beleid door een steeds kleinere groep worden opgebracht. Premiestijging is geen adequaat antwoord, omdat niemand bereid is torenhoge premies te betalen. Derhalve is verhoging van de pensioenleeftijd de enige optie.

Gelukkig grijpt minister Kamp de crisis niet aan om ons uitmuntende stelsel ter discussie te stellen, maar zoekt hij een pragmatische oplossing.

Onze regelingen hebben twee voordelen die deze uitermate concurrerend maken, en die samenhangen met het collectieve karakter: het overlijdensrisico komt ten goede aan het collectief en cherry picking via toe- en uittreding is onmogelijk.

Walter Dresscher

Voorzitter Algemene Onderwijsbond