Geen dictatuur? Geen preambule

Vooral landen met een recent dictatoriaal verleden vinden een preambule wenselijk. „Waarom in Nederland de inspanning leveren?”

Geen proclamatie van ‘Wij, burgers van Nederland …’, zo adviseert de Staatscommissie. In plaats van een preambule moet de Grondwet worden voorafgegaan door een ‘algemene bepaling’ die juridisch bindend is.

Een wervende tekst over onze nationale identiteit zou niet passen binnen het „minimalistische karakter” van onze Grondwet. En we zouden het waarschijnlijk ook nooit eens worden over de inhoud, zo schreven de professoren Paul Cliteur en Wim Voermans van de Universiteit Leiden vorig jaar in een essay over het fenomeen preambule.

Zij inventariseerden voor de Staatscommissie de grondwetten van ons omringende landen. De juristen concludeerden dat er eigenlijk geen goede reden of aanleiding is om wél een preambule aan de Nederlandse Grondwet toe te voegen. Zo vonden zij geen bewijs dat zo’n verklaring de Grondwet populairder maakt, noch dat het vastleggen van nationale waarden of identiteit enige opvoedende effecten of sociale cohesie tot gevolg zou hebben. Onder het mom van die wensen was eerder voor een preambule gepleit.

Cliteur en Voermans vergeleken grondwetten van de andere lidstaten van de EU. Van de 27 lidstaten hebben 13 een specifieke preambule. Opvallend is dat voornamelijk landen met een recent dictatoriaal verleden een dergelijke voorverklaring wenselijk vonden: Tsjechië, Bulgarije, Hongarije, Polen, Slowakije, Litouwen, Portugal, Slovenië, Duitsland en Spanje. Het belangrijkste motief voor het opnemen van een preambule lijkt het afrekenen met dat recente verleden te zijn.

De Portugese grondwet werd in 1974 geschreven na het „omverwerpen van het fascistische regime”. Het herstel van de monarchie was in Spanje reden koning Don Juan Carlos I leidend te maken in de preambule. En de Poolse begint met „het bestaan en de toekomst van het thuisland”.

Aangezien in Nederland geen sprake is van een „nieuwe start” en identiteit wel in de Grondwet kan worden vastgelegd, maar er niet door wordt gecreëerd, wordt tegen de tussentijdse toevoeging gepleit.

Ten slotte blijft „de vraag of er in een veelstromenland als Nederland enige kans bestaat op een compromis over een tekstvoorstel voor een preambule”, schrijven Cliteur en Voermans. Bovendien kunnen kleine stromingen een grondwetsherziening blokkeren. „Waarom zou je de inspanning willen leveren, een waarschijnlijk scherpe discussie aan willen gaan, als aan het eind van het verhaal 26 leden van de Eerste Kamer het voorstel kunnen wegstemmen.”

Zo beginnen de grondwetten van andere landen...