EU-verdragen zijn deel van Nederlands recht

Het redactioneel commentaar van 5 november (‘Toets grondrechten’) vraagt terecht aandacht voor het feit dat zestig jaar geleden het Europees Verdrag voor de Bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM) ontstond. „Haal de mensenrechten naar huis en houd Straatsburg op de reservebank”, zo besluit het commentaar. Maar die mensenrechten hebben we al in huis gehaald. Burgers kunnen bij onze eigen rechters al een halve eeuw rechtstreeks een beroep doen op het verdrag als zij menen dat hun grondrechten door overheden zijn geschonden. De Grondwet bepaalt immers dat zulke verdragen onderdeel zijn van het Nederlandse recht, en zelfs hoger recht vormen dan de wet. Als die rechters vaststellen dat, in een concreet geval, een wetsbepaling in strijd is met het EVRM, dan moeten zij het verdrag voor laten gaan: onze rechters ‘toetsen’ dus al actief aan grondrechten, namelijk die van het EVRM. Het Hof in Straatsburg heeft alleen een rol als hoogste beroepsinstantie, in het geval de burger de uitspraak van onze rechters niet aanvaardt. Het zit dus al op de reservebank, al houden onze rechters terdege rekening met diens uitspraken. „Lidstaten die een grondwet hebben waarop burgers direct een beroep kunnen doen, zijn beter af dan landen die het op Straatsburg laten aankomen.” Onzin.

Alleen wanneer onze Grondwet een betere rechtsbescherming zou bieden aan de burger dan het EVRM, dan zou dit waar kunnen zijn. Maar dan moeten we het eerste hoofdstuk van de Grondwet herschrijven. Nu biedt het EVRM in vrijwel alle opzichten een betere bescherming van de grondrechten van de burger dan onze Grondwet.

Erik Jurgens

Emeritus hoogleraar staatsrecht