Eerst fietsen dan pas de Lieve Heer

(Ex-)topsporters begeleiden terminaal zieke patiënten in kader ‘Buddies for life’.

Aan het project doen onder anderen Johan van der Velde en Jan Ykema mee.

„Hé Johan, weet je nog, die wedstrijd op de Passo di Gavia? In je korte broek als eerste naar de besneeuwde bergtop? Wat was het zwaar hè. En wat was je goed!”

Joop Reinartz (63) doet geen moeite zijn bewondering voor ex-wielrenner Johan van der Velde te verhullen. Trots zit hij naast hem op de bank. Zijn bleke gelaat steekt schril af bij het gebronsde lichaam van zijn vroegere idool, die een dag eerder terugkeerde van de Amstel Gold Race op Curaçao.

De een is voormalig renner van de TI-Raleigh-ploeg van Peter Post. Hij behaalde eindoverwinningen in de Ronde van Romandië, de Ronde van Nederland, de Ronde van Engeland, de Dauphiné Libéré, en etappezeges in de Ronde van Italië en Frankrijk. De ander was tot enkele maanden geleden fanatiek amateur bij wielervereniging Rouleurs in Ulvenhout. Toen kreeg Reinartz van de artsen te horen dat hij aan een ongeneeslijke vorm van alvleesklierkanker lijdt.

Van der Velde is een van de (ex)-topsporters die terminaal zieken begeleidt in het kader van ‘Buddies for life’, een nieuw project van de stichting Topsport for Life en het Nederlands Instituut voor trainingen Stervensbegeleiding (NIS). De andere deelnemers zijn ex-schaatser Jan Ykema, motorcoureur Jurgen van den Goorbergh, ex-tennisster Manon Bollegraf, oud-voetballers Björn van der Doelen en Jean-Paul de Jong en de voormalige wielrenners Petra de Bruin, Teun van Vliet, Nita van Vliet, Egon van Kessel, Erik Dekker, Rob Harmeling en Maarten Ducrot.

Een keer per week bezoekt Van der Velde zijn trouwe fan. Wat ze zoal doen? „Vooral praten”, zegt Van der Velde. „Over wedstrijden, nieuwe talenten, winnaars en verliezers.” Reinartz: „En over mijn droom: het beklimmen van de Alpe d’Huez.” Na zijn bestraling gaat hij trainen. Want de ‘Hollandse berg’ rijden is geen peulenschil – zeker als je door je ziekte te licht bent en wankel op je benen staat. „Hopelijk leef ik volgende zomer nog”, zegt Reinartz met een flauwe glimlach. „Maar ik zal aan die start verschijnen. Eerst fietsen, dan de Lieve Heer.”

Volgens Miel in ’t Zand, initiatiefnemer van Buddies for Life, zijn lang niet alle topsporters geschikt om buddy te worden. „Die mensen zijn gewend alle aandacht naar zich toe te trekken. Sport is hun leven, de omgeving past zich vaak aan.” Van de 75 sporters die In ’t Zand benaderde, waren slechts dertien bereid mee te werken. ‘Prachtig initiatief’, zeiden de meesten. ‘Maar wel heftig’. Ook de overvolle agenda werd vaak aangevoerd als reden om niet aan ons project mee te werken.

Volgens Van der Velde hebben hedendaagse wielrenners zelden meer iets voor een ander over. De vercommercialisering van hun sport – een vaak terugkerend onderwerp in huize Reinartz – heeft het contact met de fans geen goed gedaan. „Neem de gebroeders Schleck”, moppert Van der Velde. „Die liepen op Curaçao straal voorbij aan hun supporters. Ze verdienen miljoenen per jaar. Krijgen een gratis vakantie op een zonnig eiland aangeboden. Maar een hand uitsteken is te veel gevraagd.”

Reinartz volgt Van der Velde al een kwart eeuw. Hij stond langs de kant bij diens wedstrijden in Nederland, België en Frankrijk. „Johan is een natuurtalent”, vindt de voormalige portier. „Hij heeft doorzettingsvermogen en karakter, maar is geen kilometervreter. Aan trainen had hij een broertje dood.” Op de vraag waarom het contact met Van der Velde belangrijk voor hem is, zegt Reinartz: „Ik keek jarenlang tegen hem op. Nu is hij mijn buddy. Een kans op duizenden!”

Zijn vrouw Marian meldt vanachter de keukentafel dat de sms’jes van de bekende wielrenner – zoals laatst vanuit Curaçao – voor een goede sfeer zorgen in huis. „Johan is iemand van naam. Als zo’n persoon tijd voor je maakt, doet dat veel. Je hebt toch het gevoel: hij denkt aan mij.” De ervaring leert volgens haar dat mensen met een grote boog om terminaal zieken heenlopen. „En als ze al geïnteresseerd zijn, komt daar vaak eigenbelang bij kijken.”

De topsporters die aan Buddies for Life deelnemen hebben volgens Van ’t Zand gemeen dat zij zelf ook met ziekte of de dood zijn geconfronteerd. Soms aan den lijve, zoals de van een hersentumor herstellende wielrenner Teun van Vliet, soms in de familie- of vriendensfeer. „Mijn moeder kreeg op haar 58ste te horen dat zij leukemie had”, vertelt Van der Velde. „Vier maanden later was zij dood.” Dat soort ervaringen heeft hem geïnspireerd om buddy te worden. „Als ik zelf ernstig ziek word, hoop ik ook op goede gesprekspartners. Maar laten we hopen dat het daar niet van komt.”

Kijk voor meer informatie op www.n-ex-t.nl