Akkoord in Irak over top van regering

Acht maanden na de parlementsverkiezingen hebben de Iraakse leiders een akkoord bereikt over de verdeling van de belangrijkste regeringsposten. Verkiezingswinnaar Allawi heeft zijn verzet tegen deelneming in een kabinet onder huidig premier Maliki opgegeven.

Dat heeft de Koerdische leider Masoud Barzani, president van de autonome regio Koerdistan, vandaag bekendgemaakt. De shi’iet Nouri al-Maliki blijft premier en de Koerden houden het presidentschap, naar wordt aangenomen in de persoon van Jalal Talabani. De seculiere Iraqiya-partij van ex-premier Iyad Allawi, die nipt vóór Maliki’s partij als grootste uit de verkiezingen kwam, krijgt het voorzitterschap van het parlement.

Allawi zelf gaat een nieuwe raad voor nationale strategie leiden. Het was niet meteen duidelijk wat die functie inhoudt en hoeveel macht eraan is verbonden.

Allawi is weliswaar een shi’iet, maar op zijn partij hebben voornamelijk sunnieten gestemd. Zijn deelneming in de regering waarborgt een sunnitische stem in de macht: een sunniet uit zijn partij zou vanmiddag als parlementsvoorzitter worden gekozen. Er werd vanochtend echter nog geruzied over de vraag wie de post zou moeten krijgen.

Gevreesd werd dat uitsluiting van de sunnitische minderheid (20 procent, tegen 60 procent shi’ieten en 20 procent Koerden) sunnitische steun voor sunnitische extremisten zou versterken. Hoewel het geweld is teruggelopen, blijven sunnitische terroristen nog actief tegen shi’ieten en de laatste tijd ook weer tegen christenen.

Het akkoord zou vanmiddag door het parlement worden bevestigd. Verwacht wordt dat het invullen van de posten in de nieuwe regering van nationale eenheid nog enkele weken zal vergen. Irak verbrak begin oktober al het record van de langste kabinetsformatie. Dat was in handen van Nederland, dat in 1977 na een formatie van 208 dagen een CDA-VVD-coalitie onder premier Van Agt kreeg.

Het probleem was dat aanvankelijk andere partijen Maliki niet terugwilden als premier, terwijl hijzelf tegen elke prijs wilde aanblijven. Daarbij kon hij rekenen op de steun van het machtige buurland Iran, dat tegenstribbelende shi’itische partijen aan zijn zijde bracht. Allawi werd gesteund door Syrië en Saoedi-Arabië.

Het eerste kabinet van Maliki omvatte eveneens de drie grote religieuze en etnische minderheden. Conservatieve shi’itische partijen hadden de meeste macht, wat in Maliki-2 naar het zich laat aanzien niet veel anders zal zijn. Belangrijke dossiers blijven de veiligheid – zeker nu de laatste Amerikaanse militairen zich het komend jaar terugtrekken – de corruptie en de economie. De toekomst van de oliestad Kirkuk blijft een potentiële oorlogsaanleiding tussen de Koerden en de rest van de Irakezen. (Reuters, AP, AFP)