Zo gaat het meestal in Brussel...

De PVV is boos op minister Leers. Die stemde er maandag in Brussel mee in dat Albanezen en Bosniërs geen visum meer nodig hebben. Hoe ging dat?

Op één terrein vlot het niet zo met de ‘quick wins’ van het kabinet-Rutte, de ambitie om meteen in de wittebroodsweken veel daadkracht te tonen. Dat is het terrein van de Europese Unie.

Tijdens zijn debuut op de Europese top, eind oktober in Brussel, moest premier Rutte een compromis accepteren over stijging van de EU-begroting met 2,9 procent, terwijl hij zelf inzette op nulgroei. En afgelopen maandag zag minister Gerd Leers (Immigratie en Asiel, CDA) zich in Brussel gedwongen vóór opheffing van de visumplicht voor Albanezen en Bosniërs te stemmen, hoewel hij er niets voor voelde.

„Natuurlijk” had Leers tegen moeten stemmen, was de reactie van PVV-leider Geert Wilders na de EU-ministersvergadering.

Maar zelfs als minister Leers dat had gedaan, was het visumvrij verkeer voor Albanezen en Bosniërs er gewoon gekomen.

De visumplicht voor kortdurend verblijf in de EU, zoals vakanties, is één van de gebieden waarop sinds het van kracht worden van het Verdrag van Lissabon bij meerderheid van stemmen wordt besloten. Het aloude veto op het gevoelige terrein van justitie, politie en immigratie is grotendeels afgeschaft.

Ook het kabinet-Rutte, dat gedoogd wordt door een uitgesproken anti-Europese partij, heeft te maken met het Lissabon-verdrag. De nieuwe spelregels betekenen dat Nederland minder gemakkelijk in zijn eentje een heel dossier kan blokkeren, zoals oud-minister van Buitenlandse Zaken Verhagen (CDA) bijvoorbeeld lang heeft gedaan met de toetreding van Servië.

Afgelopen weekend werd er druk heen en weer gebeld tussen het Belgisch voorzitterschap en Nederland, Duitsland, Frankrijk en Denemarken. Den Haag eiste een verklaring van de Europese Commissie dat het visumvrij verkeer weer zal worden opgeheven bij een te sterke toestroom of ordeproblemen in één of meer lidstaten. Alleen dan zou Nederland de unanimiteit niet doorbreken.