Tom en Gerri, de reddingsboei der eenzamen

Another Year. Regie: Mike Leigh. Met: Jim Broadbent, Lesley Manville, Ruth Sheen, Oliver Maltman, Peter Wight. In: 20 bioscopen. ****

De toon van Another Year is meteen gezet. Een maatschappelijk werkster probeert een vrouw met slaapproblemen over te halen tot therapie. Een oester is zij, de lippen een streep, de ogen wanhopig en stug in de verte starend. Nee, ze wil niet praten, gewoon slaappillen. Maar als haar dochter een maand niet sliep, wat zou zij haar dan vragen? „Ik weet niet. Eet je wel goed?” Haar geluk dan, op een schaal van één tot tien? „Één.” Verandering is moeilijk, maar is het dan niet beter over je problemen te praten? „Nee. Niets verandert ooit.”

Ouderdom, uitzichtloosheid en eenzaamheid, daarover gaat Another Year. Al zijn mensen niet ongelukkig omdat ze oud zijn, maar omdat ze ongelukkige mensen zijn. In films van de Britse regisseur Mike Leigh overwint men zelden zijn eigen karakter. Mysterieus of onpeilbaar zijn personages nooit: Leighs houdt motieven kraakhelder, we leren ze kennen met al hun tics, wratten en onhebbelijkheden. Daarom vergeven wij ze ook alles. En stralen Leighs films zoveel warmte uit. En is Another Year nooit deprimerend.

Another Year is Mike Leigh in vorm. Voortreffelijk observerend, zoals dat heet. Personen, dialogen, situaties: ze komen bekend voor, een variant op iets wat of iemand die je zelf kent. Die begrafenis waarin een redeloos agressieve zoon alle zuurstof uit de kamer zuigt. Die barbecue die niet op gang komt omdat iedereen zo vol is van eigen sores.

Ouderdom staat beslist niet gelijk aan misère, dan bewijst het echtpaar Tom en Gerri (inderdaad ja). Hij is geologisch ingenieur, zij maatschappelijk werkster. Ze zijn niet manisch gelukkig zoals het sprankelende elfje Poppy in Leighs vorige film Happy-Go-Lucky. Maar gewoon zonnig, mild en stabiel, en daarom reddingsboei, licht in de duisternis, voor al hun eenzame en desperate vrienden. Bij Tom (Jim Broadbent) en Gerri (Ruth Sheen) is het permanent therapie. Ook als klanten zich buiten bezoekuur melden, zetten ze zuchtend de ketel op het vuur. Uit de goedheid van hun hart en omdat het fijn is om belangrijk te zijn.

Zo is er Ken, een schoolvriend van Tom. Een dikke ambtenaar uit Hull die snuivend eet, gierend ademt, rookt, zuipt en daarna in snikken uitbarst over het leven. Of broer Ronnie, woordloos in zichzelf gekeerd. Maar de koningin der wanhoop is Mary. Diep in de vijftig, doodsbang kwebbelend op zoek naar de ware. Mary’s manie garandeert dat ze krijgt wat ze het meest vreest: eenzaamheid. Haar leven is watertrappen om niet te verzuipen in een poel van wanhoop – waar ze na wat flessen wijn alsnog in wegzinkt onder de bezorgde blikken van Tom en Gerri. „Het wordt steeds erger”, zuchten zij als Mary laveloos op het logeerbed ligt.

Lente, zomer, herfst en winter: vier episodes uit een jaar Tom en Gerri. Een ‘slice of life’, zoals de meeste films van Leigh: minder verhaal dan een schets van een milieu, ontmoetingen die niets beslissen en waarna ieder zijns weegs gaat. Maar elk diner, elk praatje in de volkstuin is doordrenkt van drama. En al die passanten worden in heel korte tijd mensen.

Dat ligt aan de hoge eisen die Mike Leigh zijn acteurs stelt: ze werken maandenlang om hun personage te ‘ontdekken’. Het maakt Leigh tot ’s werelds beste acteursregisseur: samenwerking met hem heeft acteurs een vrachtwagen Gouden Palmen, Zilveren Beren, Volpi Cups, Golden Globes en Bafta’s opgeleverd. Ditmaal zou ik Lesley Manville – veteraan van zeven Leighfilms – als Mary graag nomineren voor een erebokaal.