Tellen volk is vorm van macht uitoefenen

Een taboe in Nederland, maar elders heel gebruikelijk: de census

Sinds er staten zijn, tellen machthebbers hun onderdanen. Boeren en stedelingen worden al sinds mensenheugenis geteld, om hen te controleren, om de staatskas te vullen en, in een verzorgingsstaat, om uitgaven te kunnen afstemmen op de behoeften. De vroegst beschreven volkstelling, in China, dateert van 4.000 jaar geleden.

De internationale term census komt van het Latijnse werkwoord censere, schatten. Met een paar onderbrekingen werd in het oude Rome iedere vijf jaar een census gehouden.

Een census stelt hoge eisen aan een staatsapparaat. In zwakke staten met een nomadische bevolking, zoals Somalië, en in door etnische conflicten geteisterde gebieden, zoals Darfur, is tellen bijna onmogelijk. Volkstellingen kunnen staten verder verzwakken wanneer religieuze of etnische groepen zich op basis van de uitslag ondervertegenwoordigd voelen. Kenia is het enige Afrikaanse land dat binnen één jaar na de tienjaarlijkse telling volledige data publiceert.

India, na China het volkrijkste land ter wereld, houdt op dit moment zijn vijftiende volkstelling sinds 1872. In elf maanden tijd brengen 2 miljoen enquêteurs een bezoek aan zo’n 1,2 miljard Indiërs.

Nederland hield zijn laatste volkstelling in 1971. De telling ging gepaard met protesten van mensen die zich zorgen maakten over bescherming van de persoonlijke levenssfeer. In China, met zijn strenge bevolkingspolitiek, zijn mensen vooral terughoudend over het aantal kinderen. In India wordt sinds de onafhankelijkheid niet meer gevraagd naar kaste. En in de VS ligt vooral het inkomen gevoelig. In landen met een goed functionerend lokaal bestuur kan worden volstaan met het samenvoegen van lokale gegevens, aangevuld met enquêtes.

In Nederland hield het CBS in 2001 een ‘virtuele volkstelling’, waarbij bestanden automatisch werden gekoppeld met de gemeentelijke basisadministratie op basis van het burgerservicenummer. In 2011 wordt er weer zo’n virtuele telling gehouden.

    • Dirk Vlasblom