Rotterdamse razzia herdacht

Rotterdam herdenkt vandaag de razzia van 10 november 1944 met de onthulling van een plaquette. René Versluis reconstrueerde het oorlogsverleden van zijn destijds door de Duitsers opgepakte vader.

Het briefje dat die ochtend op de keukentafel in Rotterdam werd achtergelaten, beloofde weinig goeds: ‘Lieverdje, eindelijk is het zover gekomen dat ik ook de sigaar ben’. Zo luidde de openingszin die John Versluis op 11 november 1944 voor zijn Willy op papier zette. Hun zoon, René Versluis, vond de afscheidsbrief toen hij drie jaar geleden de zolder van het ouderlijk huis opruimde na de dood van zijn vader.

Het was niet de enige vondst die Versluis (54) deed. Oude briefkaarten, vergeelde documenten, enkele foto’s, een handzaam zakboekje plus een wegenkaart, en dat alles zorgvuldig samengebundeld. „Alsof het verleden ooit gevonden moest worden”, zegt Versluis, jurist van beroep. Vooral het zakboekje trok zijn aandacht. Het bleek een agenda uit het jaar 1944, die vanaf zaterdag 11 november dienst deed als dagboek.

Die dag is in de Nederlandse geschiedenis gebrandmerkt als de tweede en laatste dag van de razzia van Rotterdam. De havenstad herdenkt die zwarte bladzijde vandaag met de onthulling van een plaquette bij Stadion Feijenoord. Ruim 50.000 mannen in de leeftijd van 17 tot 40 jaar werden opgepakt en vanuit de Kuip naar Duitsland gedeporteerd. Onder hen John Versluis, op dat moment 25 jaar en kort daarvoor nog bedrijfsleider bij een elektrotechnisch installatiebedrijf.

Versluis reconstrueerde het oorlogsverleden van zijn vader op basis van diens dagboeknotities. Vooral het ontcijferen van het nauwelijks leesbare handschrift vergde veel tijd. Versluis ging met eenzelfde precisie te werk als zijn vader. „Bij alles wat hij noteerde, heb ik de historische context gezocht én gevonden: het Ardennenoffensief, de aanhoudende bombardementen van de geallieerden op het Ruhrgebied, enzovoort.” Het resultaat van zijn zoektocht is een boek, getiteld In de voetsporen van een dwangarbeider, dat hij morgen in eigen beheer uitbrengt. Het schetst een indringend beeld van de lotgevallen van de afgevoerde mannen.

Dat zijn vader een oorlogsverleden met zich meedroeg, wist Versluis. Maar details kende hij niet. „Over de oorlog werd thuis niet gesproken.” Al waren de signalen overduidelijk. „Als wij op vakantie naar Italië gingen, nam zowel de heen- als de terugreis drie dagen in beslag. Als ik dat later op het schoolplein vertelde, keken mijn klasgenoten mij verbaasd aan. Zij waren in hooguit anderhalve dag naar Italië gereden.” Conclusie: vader Versluis meed bewust de Duitse Autobahn.

Nog zo’n jeugdherinnering: op zijn rapport prijkte ooit een drie voor het vak Duits. „Maar tot mijn stomme verbazing kreeg ik een schouderklopje, nadat hij mijn cijferlijst had bestudeerd.” Zijn docent wantrouwde de handtekening die zijn vader onder het rapport had gezet. „Moest ik weer terug, maar ik kreeg exact dezelfde reactie. Duits bestond domweg niet voor mijn vader.”

De historische meerwaarde van zijn speurtocht is vooral gelegen in de pijnlijke details, stelt Versluis. „Mijn boek bevestigt wat veel historici al vermoedden: de razzia van Rotterdam was slechts bedoeld om te voorkomen dat weerbare mannen zich zouden aansluiten bij de oprukkende geallieerden. Het waren geen dwangarbeiders, ze fungeerden slechts als kanonnenvoer.”

Meer informatie over het boek van Versluis op www.dwangarbeider.nl

    • Mark Hoogstad