Permanente zetels

De uitkomst van de Tweede Wereldoorlog heeft ruim zes decennia de zetelverdeling in de Veiligheidsraad bepaald.

De vijf permanente leden van dit orgaan hebben sinds de oprichting ervan in 1946 twee eigenschappen gemeen. De Verenigde Staten, Sovjet-Unie, Groot-Brittannië, Frankrijk en China behoorden in 1945 tot de overwinnaars van de Asmogendheden Duitsland, Japan en Italië. Zij het dat China tot 1971 moest wachten op de zetel met vetorecht.

De tweede karakteristiek is dat dit kwintet tussen 1945 en 1964 successievelijk is gaan beschikken over kernwapens. Die nucleaire status gaf hun positie extra politiek cachet. Maar die unieke positie is verwaterd. India, Pakistan, Israël en Noord-Korea hebben zich intussen bij de club van atoommachten gemeld.

Van deze vier is India hard op weg ook een industriële grootmacht te worden. India is na Amerika, China en Japan nu de vierde economische mogendheid ter wereld, dus vóór Duitsland en de vetoleden Groot-Brittannië, Rusland en Frankrijk. De politieke betekenis van het land is navenant toegenomen. Het is dan ook niet gek dat de Amerikaanse president Obama deze week tijdens de eerste stop van zijn Azië-tournee in New Delhi heeft aangekondigd dat hij een permanent lidmaatschap van India ondersteunt.

Obama is niet zo altruïstisch als hij doet voorkomen. De VS zijn op zoek naar bondgenoten tegen China. De toegeeflijkheid van zijn eerste jaar heeft te weinig opgeleverd.

De hoge koers van de yuan ten opzichte van de dollar, die door de Centrale Bank van China om binnenlands politieke redenen onder nauwgezette controle wordt gehouden, is het symbool van de wrijvingen in de wederzijdse betrekkingen. India kan bij uitstek tegenwicht bieden: omdat het met circa 1,2 miljard inwoners bijna even groot is als China en omdat het, ondanks de wederzijdse deelname aan de BRIC-club met Brazilië, Rusland en China, nog veel onopgeloste bilaterale conflictstof met Peking heeft.

Maar welke motieven ook een rol spelen, het aanbod aan India is niet alleen deel van de Aziatische machtspolitiek. Ook Europa moet zich afvragen wat de consequenties zijn van een permanente Indiase zetel in de Veiligheidsraad. Op de huidige voet kunnen de VN niet doorgaan. Zeker nu deze Amerikaanse regering – anders dan de vorige van president Bush jr. – wel oog heeft voor het belang van de VN, moet Europa openstaan voor een nieuwe architectuur van de Veiligheidsraad. Het moet zich daarbij onder meer de vraag stellen of de permanente zetels voor Groot-Brittannië en Frankrijk en de nagenoeg permanente afwezigheid van Duitsland in de Veiligheidsraad nog wel met de economische en politieke verhoudingen stroken. Met hun plan om militair nauwer te gaan samenwerken hebben Londen en Parijs die vraag al impliciet beantwoord: met ‘nee’.

Nu India in de wachtkamer van de Veiligheidsraad komt, moet de EU nadenken over één gezamenlijke Europese zetel.