Onderzoek naar Afrikaanse leiders

De hoogste Franse rechter heeft de weg vrijgemaakt voor een onderzoek naar de bezittingen van drie Afrikaanse staatshoofden in Frankrijk. De zaak kan tot diplomatieke wrijving leiden tussen Frankrijk en Gabon en Congo-Brazzaville – ex-koloniën – en Equatoriaal Guinee, een grote olieproducent.

De anti-corruptieorganisatie Transparency International heeft in 2007 en 2008 samen met diasporaorganisaties in Frankrijk aanklachten ingediend tegen de leiders van de Afrikaanse landen. Uit Frans politieonderzoek was gebleken dat de leiders tientallen miljoenen euro’s op Franse bankrekeningen hadden staan en een stoet limousines en kapitale villa’s en appartementen bezaten. Volgens Transparency International hebben de staatshoofden de dure aankopen gefinancierd met publieke middelen uit hun eigen land. De anti-corruptieorganisatie wil deze middelen terugvorderen.

Afgelopen jaar oordeelde een rechter in hoger beroep dat Transparency International als civiele partij geen zaak tegen staatshoofden mag aanspannen. Dit besluit werd gisteren ongedaan gemaakt door het Hof van Cassatie. Een onderzoeksrechter kan de zaak nu alsnog voortzetten.

Transparency International spreekt in een reactie van een „juridische mijlpaal”. Volgens haar is voor het eerst een collectieve aanklacht van een anti-corruptieorganisatie ontvankelijk verklaard.

De Afrikaanse leiders hebben eerder gezegd niets te hebben misdaan. Het gaat om Denis Sassou-Nguesso van Congo-Brazzaville, Teodoro Obiang Nguema van Equatoriaal-Guinee en Omar Bongo, de vorig jaar overleden president van Gabon. Bongo bijvoorbeeld bezat in Frankrijk zeventien huizen en elf bankrekeningen.

De rechtszaak vestigt weer de aandacht op het uit de koloniale periode stammende, ondoorzichtige netwerk van politieke en economische contacten tussen Frankrijk en Afrika. Er wordt rekening mee gehouden dat de Franse banken waar de Afrikaanse leiders hun geld hebben gestald, beschuldigd gaan worden van witwasserij. (Reuters, AP, AFP)