Ondergang Hippolytus wekt tranen op bij publiek

Phaedra van Jean Racine door Toneelgroep Amsterdam. Gezien: 7/11 Stadsschouwburg Amsterdam. Tournee tot 23/12 www.toneelgroepamsterdam.nl ****

Slechts zelden zijn in het theater nog de grote stukken uit het toneelrepertoire te zien, geënsceneerd met respect voor de tekst en de historische receptie van het stuk. Toneelgroep Amsterdam zorgt voor een zeer gunstige uitzondering: Phaedra, oftewel de uit 1677 daterende tragedie Phèdre van Jean Racine, in een regie van de Pool Grzegorz Jazyna.

Phaedra is een verhaal van niets ontziende passie met verwoestende gevolgen, waarvan Racine het thema heeft ontleend aan de Griekse mythologie. Koningin Phèdre is haar leven lang al ten prooi aan een even heftige als schuldige liefde voor haar stiefzoon Hippolytos. Zij verklaart haar passie wanneer de mare haar bereikt dat haar man Theseus is overleden en niet terug zal keren. Maar dat blijkt een misverstand: Theseus keert terug.

Bij de klassieke auteurs wijst Hippolytos de affecties van Phaedra af, omdat hij geen heil ziet in passie. Racine heeft dat veranderd: Hippolytos’ afwijzing komt voort uit zijn eigen liefde voor Aricia. Wanneer Phaedra van die liefde verneemt, ontsteekt zij – in de waanzinscène die sinds jaar en dag het hoogtepunt van het stuk vormt – in zodanige toorn dat zij haar man Theseus voorliegt dat Hippolytos haar avances heeft gemaakt. Dat is, zoals het hoort in een tragedie, het startsein voor een noodlottige reeks sterfgevallen.

Jazyna is er in geslaagd de twee lagen van de tragedie – het klassieke noodlotsdrama, en het meer moderne gegeven van de nietsontziende passie en geilheid van Phaedra – prachtig te laten uitkomen. Chris Nietvelt is bepaald groots in een aantal sleutelscènes, zoals de verleiding van Hippolytos en de waanzinscène. Ook de anderen bevinden zich op hoog niveau: de meervoudig bedrogen Theseus van Hans Kesting, de gekraakte eerlijkheid van Eelco Smits als Hippolytos en Phaedra’s vertrouwelinge Oenone in de vertolking van Kitty Courbois. Maar het spectaculairst is misschien nog wel de grote overtuigingskracht van het geheel. Wanneer Hugo Koolschijn als Theramenes in de voorlaatste scene de ondergang van Hippolytus beschrijft, stromen in de zaal de waterlanders. Tranen bij een bode-verhaal – wie had dat anno 2010 nog kunnen denken.