Niks hoeft en alles is mogelijk ... wat een ramp!

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

Deze week: de angst om niet alles uit het leven te halen wat erin zit.

Op een feestje kwam ik een vriend tegen die ik nog ken uit mijn studietijd. Enthousiast vertelde hij over zijn nieuwe onderzoeksbaan in Rotterdam. Ik vertelde dat ik na mijn studie bij een uitgeverij heb gewerkt en onderzoek gedaan heb aan een de universiteit, maar nu toch weer een nieuwe studie ben begonnen. Al snel kwamen we te spreken over waar andere studiegenoten terecht zijn gekomen: een heeft een hulporganisatie opgezet in Rwanda, een werkt bij een beroemd adviesbureau, een ander is oorlogsfotograaf. De vriend had Mireille, ook een studiegenoot, in augustus gezien in de documentaire Alles wat we wilden van Sarah Mathilde Domogala. Indrukwekkend, verzekerde hij mij, en hij beloofde een linkje te sturen.

„Waar ik echt heel erg bang voor ben, is om dood te gaan. Om dood te gaan en dat er niets is dat eraan herinnert dat ik bestaan heb”, zegt Mireille in die documentaire. Huh? Mireille is mooi, intelligent, leuk. Door sommige medestudenten werd ze ‘het perfecte meisje’ genoemd. Ze werkt inmiddels bij een non-gouvernementele organisatie in Brussel, heeft een prachtige woning, een vriendje, ze fotografeert graag, in de weekenden bezoekt ze vrienden in Amsterdam of Berlijn. Alles voor elkaar, zou je zeggen. Maar ze is bang. Bang om tekort te schieten, om niet alles uit het leven te halen wat erin zit. „Ik merk nu vaak dat ik het niet meer weet. Je mag alles zijn wat je wil, je hebt geen beperkingen in wat je zegt of wat je doet, waar je in gelooft en waar je heen gaat. Ik heb zoveel keuzes dat ik niet weet wat ik moet kiezen.”

Dat keuzestress een kwaal is van deze tijd, hoor je vaak. Het is natuurlijk waar, dat we nooit eerder zo veel mogelijkheden hadden als nu. Je hoeft geen schoenmaker meer te worden omdat je vader dat is. Of kinderen te baren, omdat God dat wil. Je mag het helemaal zelf weten. Maar de vraag is natuurlijk waarom velen dit niet als een bevrijding ervaren, maar als een last. Waarom zouden we bang worden door onze vele keuzemogelijkheden? Waar komt die keuzestress vandaan en waarom lijkt dit probleem juist nu zo sterk op te spelen?

De personen in de documentaire – stuk voor stuk jong en succesvol – zien wel degelijk de voordelen van hun vrijheden. „Dit is de leukste tijd ooit”, zegt er een. Ze feesten, hebben spannende banen, maken verre reizen, denken na over hun kleding, kapsel, inrichting. Ze zien zichzelf als een kunstwerk, waar ze eindeloos aan schaven. Alles is mogelijk en ze willen ook alles. Zo luidt ook het aan REM-bassist Mike Mills ontleende motto van de documentaire: ‘All we ever wanted / was everything.’ En precies in die onmogelijke eis lopen ze spaak.

Openhartig vertellen ze hoe achter het schijnbaar perfecte plaatje van zichzelf pijnlijke kanten schuilgaan. „Soms kan ik mijn bed niet meer uitkomen. Dan blijf ik de hele dag liggen. Ik neem de telefoon niet meer op, ook niet als mijn ouders bellen. Aan het einde van de dag voel ik mij dan verschrikkelijk”, zegt de 28-jarige modeontwerpster Niki. Ze slikt antidepressiva om te kunnen functioneren. Iets waarvan ze het gevoel heeft dat ze zich ervoor moet verantwoorden – „ach, ik drink toch ook cola light” – al blijft ze volhouden dat ze zich er niet voor schaamt. Daniel, een kunstacademiestudent van 25, heeft dwangrituelen om zijn paniek te bezweren. Als hij zijn capuchontrui dichtritst moet hij altijd even ter hoogte van zijn borst heen en weer ritsen, de trap aflopen moet op een bepaalde manier. Ook hij slikt medicijnen, iets waar hij al zo gewend aan is dat hij niet meer zonder zou willen. Niemand weet hoe het moet en iedereen is aan de pillen, is de boodschap van de documentaire. Maar ook: dit zijn geen individuele gevallen, deze angst is een maatschappelijk fenomeen.

Deze angst gaat verder dan de vraag welke keuze je moet maken tussen de vele verschillende mogelijkheden. Want dan zou het probleem simpelweg opgelost zijn als je die beste keuze hebt bepaald. Alsof je moet kiezen tussen pindakaas of appelstroop op je boterham. Het probleem is dat er oneindig veel keuzes zijn, waardoor iedere keuze willekeurig lijkt. De Deense filosoof Søren Kierkegaard (1813–1855) is een van de eersten die dit belangrijke verschil opmerkte. Hij noemt dit het verschil tussen vrees en angst. Vrees richt zich op iets concreets: je bent bang voor een examen bijvoorbeeld, of voor een vervelende buurjongen. Angst beschrijft Kierkegaard daarentegen als een „duizeling van de vrijheid”, als een caleidoscopische blik in de afgrond van al het mogelijke. En dan is die vrijheid opeens niet meer zo leuk.

Vrijheid is het besef dat het mogelijk is het leven in eigen hand te nemen, schrijft Kierkegaard. Dat lijkt iets banaals, maar historisch gezien is deze individuele keuzevrijheid heel recent. Nog niet lang geleden hadden geloof, traditie en sekse een beslissende invloed op de manier waarop je je leven kon inrichten. Mijn oma kon maar uit een beperkt aantal banen kiezen. Ze werd lerares op een katholieke basisschool, maar toen ze trouwde werd ze ontslagen. Dat was wettelijk geregeld. De generatie daarna, de generatie van mijn ouders, had deze beperkingen niet meer. Voor hen vormde de mogelijkheid om je eigen leven vorm te geven een bevrijding.

Maar wij hebben sowieso nooit schoenmaker moeten worden, en de meesten van ons hebben nooit in God geloofd. Je zou kunnen zeggen dat eerdere generaties leefden in zekerheid, en hooguit vreesden dat bepaalde onderdelen van hun zekere leven niet goed zouden lopen. Langzaam heeft de vrees plaatsgemaakt voor angst. De grenzeloze vrijheid kan leiden tot besluiteloosheid en vertwijfeling. Of zoals iemand in de documentaire zegt: „Als je daar een beetje in blijft hangen, in wat je allemaal zou kunnen doen, daar word je echt niet vrolijk van.”

We kennen allemaal de neiging je ergens aan vast te klampen. Ook Kierkegaard deed dat. De angst die hij beschrijft, ziet hij als een stap naar een volgend, religieus stadium. Dit stadium gaat voorbij aan het nadenken of gepieker over de grenzeloze mogelijkheden en vormt een „sprong over de afgrond” naar de ware zelf die door God is bepaald. Die hunkering naar religie zien we ook in onze tijd, al dan niet in de vorm van new age en ‘spiritualiteit’. Ik hoor vrienden regelmatig verzuchten dat ze religieus zouden willen zijn, om structuur en duidelijkheid te krijgen in hun leven en opvattingen. Maar het vrijwillig opgeven van de mogelijkheid van vrijheid is toch voor de meesten geen optie.

Een andere veelgebruikte strategie is om houvast te zoeken in hoe anderen het doen. Zo bekent Mireille in de documentaire altijd op leeftijden te letten als ze verhalen over anderen hoort. „Dan denk ik: die heeft dat en dat al gedaan en is pas zo oud.” Ze meet zich aan anderen, maar neemt alleen de succesvolsten als maatstaf waardoor ze het idee heeft dat ze altijd tekort schiet. Tegelijkertijd dragen de geïnterviewden in de documentaire ook bij aan deze sfeer, door op websites als Facebook en Flickr een geïdealiseerde versie van zichzelf te creëren en aan de buitenwereld te tonen. Aan het juiste ‘plaatje’ wordt veel tijd en aandacht besteed – en wordt zelfs belangrijker dan hoe het nou echt met hem of haar gaat.

‘Kwade trouw’ zou de Franse filosoof Jean-Paul Sartre (1905–1980) dit noemen. Kwade trouw is de verleiding om houvast te zoeken in oneigenlijke zaken buiten jezelf en zo te kiezen voor een onvrij bestaan als ‘ding’. Sartre is de strengste filosoof van de vrijheid. De mens ís vrijheid, meent Sartre. En de vrijheid schept verplichtingen. We dragen altijd zelf de verantwoordelijkheid voor de situatie waarin we ons bevinden; we kunnen die verantwoordelijkheid niet toeschrijven aan een religie, vaderlandsliefde, traditie of fatsoen. Of dat laatste mogen we wel doen, maar dan we moeten beseffen dat we daar zelf voor kiezen. En zo komt door onze vrijheid de verantwoordelijkheid altijd terecht bij onszelf. Zelfs in de gevangenis hebben we nog mogelijkheden: je kan nog steeds bepalen wie je bent. Er zijn geen smoesjes mogelijk. Jij bent de baas – de hel, dat zijn de anderen.

‘Love you – freedom’ heeft een jongen in de documentaire op zijn pols laten tatoeëren als een slavenarmband. Hij heeft het nog het best begrepen: we zijn gedoemd tot vrijheid.

    • Eva de Valk