Minder fouten bij uitgaven EU

Bij het verstrekken van Europese subsidies werden in 2009 fouten gemaakt, maar minder dan voorgaande jaren. Dat maakte de Europese Rekenkamer gisteren bekend.

Het was de zestiende keer dat de Rekenkamer de Europese begroting onderzocht. Voor de derde opeenvolgende keer werden de boeken goedgekeurd. De Rekenkamer, die in Luxemburg is gevestigd, doet steekproefsgewijs inspecties in de hele EU.

In 2009 gaf de Europese Unie 118,4 miljard euro uit. Bijna 80 procent van de uitgaven ging naar landbouw en visserij (56,3 miljard) en cohesie (regionale en sociale projecten, 35,5 miljard). Daarom krijgen deze projecten relatief de meeste inspecties.

Geld voor cohesieprojecten had in 2008 in 16 procent van de gevallen niet overgemaakt mogen worden. In 2009 was dat minder dan 6 procent. Fouten bij de besteding van landbouwgeld stegen licht, van 2 naar 3 procent. „Het gaat meestal niet om fraude”, zegt het Nederlandse Rekenkamerlid Maarten Engwirda.

De meeste fouten komen volgens hem voort uit het feit dat de subsidieprocedures zó complex zijn dat mensen in de war raken. Zo maken ze al een ‘fout’ als ze vergeten een handtekening te zetten of een bankgarantie mee te sturen.

Twee kostenposten bevatten weinig fouten: administratie (9,1 miljard euro) en economische en financiële zaken (0,7 miljard). Ook onderwijs (2,2 miljard), externe steun en ontwikkelingshulp (6,6 miljard) en onderzoek, energie en vervoer (8 miljard) vertoonden een acceptabele foutenmarge.

De inkomsten van de EU, die in 2009 117,3 miljard bedroegen, zijn volgens de Rekenkamer ook redelijk goed verantwoord. Bij de uitgaven zaten alleen bij cohesie nog te veel boekhoudfouten.

Dat het beter gaat met de besteding van Europees geld komt volgens Vítor Caldeira, de Portugese president van de Rekenkamer, deels doordat de 27 lidstaten nu met vergelijkbare boekhoudsystemen werken. „Viervijfde van de Europese uitgaven doen nationale overheden”, zegt Caldeira. „Maar de Commissie is eindverantwoordelijk. Zij controleert de geldbesteding in de lidstaten.”

Ook is de Commissie, die jaren werd aangekeken op fouten die de lidstaten maakten, beter geworden in het opsporen en terugvragen van verkeerd besteed Europees geld in de lidstaten.

Ook doen sommige landen beter hun best EU-geld rechtmatig te besteden. Nederland, Zweden, Denemarken en Groot-Brittannië maken jaarlijks een ‘nationale verklaring’ waarin staat dat subsidies in hun land correct zijn uitgegeven. Dit zijn niet toevallig de landen die vinden dat de Europese begroting kleiner mag. Andere landen weigeren zo’n verklaring uit te geven. „Zij vinden het wel makkelijk zo”, zegt Engwirda. Hij ergert zich al jaren aan de manier waarop landen hun verantwoordelijkheid voor fouten die ze zelf maken, op Brussel afschuiven.

Gisteren zei ook D66-Europarlementariër Gerben Jan Gerbrandy dat landen verplicht moeten worden zo’n verklaring op te stellen. „80 procent van het EU-geld wordt besteed door de lidstaten en daar worden de meeste onregelmatigheden gevonden. Lidstaten worden hierop nauwelijks afgerekend.”