Leven in desolate sleur

Vier kunststudenten deden inspiratie op in de Groningse Van Mesdagkliniek.

Het tbs-bestaan is niet zo mysterieus als ze dachten, het is vooral eentonig.

Een tbs-kliniek heeft iets spannends en mysterieus. Wat gebeurt daarbinnen? Hoe is de leefwereld van tbs’ers? Vier kunstenaars, allen studerend aan de kunstacademies in Groningen en Den Haag, vroegen het zich af nadat ze twee jaar geleden de open dag van de Van Mesdagkliniek in Groningen bezochten. Matthijs Munnik (21), derdejaars student aan de Haagse kunstacademie, Job van der Zwan (26), vierdejaars aan de Groningse kunstacademie Minerva, jaargenoot Daniël Overbeek (25) en Ismay Wolff (27) vormen sinds anderhalf jaar de kunstenaarsroep Cargo Cult. „Je hoort allerlei afschrikwekkende verhalen, we wilden zelf een mening vormen”, licht Munnik toe. De studenten interviewden twaalf tbs’ers. De indrukken beeldde elk van hen op eigen, experimentele manier uit. Spannend en enerverend blijkt het tbs-bestaan allerminst, zo ervoer het viertal. Eerder is de wereld binnen de muren eentonig, om niet te zeggen saai. „Heel lullig eigenlijk", zegt kunstenaar Job van der Zwan. Geen spanning of sensatie. „Bezoekers blijken vaak teleurgesteld. Die hadden een bonte boel verwacht.”

Opvallend genoeg willen veel patiënten er niet uit. „Een persoon die er al negentien jaar zit, vertelde ons: de samenleving wordt beschermd tegen ons, maar wij ook tegen de samenleving”, vertelt Ismay Wolff. De veroordeelde die hij sprak vond hij „heel normaal”. Snel verbetert hij zichzelf: „In elk geval niet zo griezelig als je je had verbeeld. Tbs’ers zijn geen monsters, maar hebben wel een misdrijf gepleegd. De waarheid ligt ergens in het midden.”

De leefwereld van de tbs’er is in feite een slappe kopie van de buitenwereld, constateert Munnik. „Die wordt op een veilige manier nagebootst. Ze leiden een opgelegd, gestructureerd bestaan, staan op, ontbijten, gaan naar het werk en komen thuis. In hun cel kijken ze tv, ze krijgen creatieve therapie. Een patiënt maakte daarvoor een muziekvideo. Maar computers zijn verboden en op internet zitten ze niet.” Hij vroeg zich af hoe de twitterpagina van een tbs’er eruit zou zien. Munnik maakte er een van een patiënt, Gerard 73 (een fictieve naam). Zijn installatie bestaat uit een nagebouwd bureau in een donkere ruimte. Daarop een pc, een asbak vol peuken en een Feyenoordmok. Munniks tweets zijn gebaseerd op het weekrooster van de patiënt. „Een soort brug naar de parallelle wereld in de kliniek. Als hij iets doet staat dat op Twitter. Bijvoorbeeld: ‘ik ga nu naar therapie’.”

Ismay Wolff tekende drie portretten van tbs’ers met een fineliner. Hun gedane uitspraken verwerkte hij in woorden waarmee hij de mannen ten voeten uit uitbeeldt. „Uit de verte kun je iemand gemakkelijk beoordelen. Dan is het beeld zwart-wit. Maar hoe dichterbij je komt, hoe meer nuances je ziet.” Een van de woorden is ‘Mozart’. „Die muziek draaide hij vaak.” Job van der Zwan maakte sfeerfoto’s, vijf van buiten de gevangenismuur en vijf erbinnen. De buitenfoto’s ademen een haast sprookjesachtige sfeer. Hij noemt ze zelf „over the top”. Het contrast met de interieurfoto’s is groot. Die geven een weinig spectaculair beeld: een desolate gymzaal, een tuintje met een konijnenhok en een lege kerkzaal. Mensen ontbreken, uit privacyoogpunt. „De foto’s binnen zijn een anti-climax. Ze zeggen veel over hoe de patiënten leven: in een verschrikkelijke sleur.”

Daniël Overbeek maakte twee video-installaties. Hij sprak met twee tbs’ers. „Ik vroeg een van hen of hij niets miste. Nee, zei de man. Hij had een vaste vriend en speelde veel gitaar.” Zo beeldt Overbeek hem ook af. Hij schoot diverse analoge zwart-witfoto’s van de man als die in de kerkzaal speelt. De foto’s laat hij in slow motion ronddraaien. Navrant is dat de patiënt ‘optreedt’ voor lege stoelen. Op de andere video – bewust zijn oude tv’s gekozen want die verdelen het licht beter, zegt Overbeek– laat hij willekeurige straatbeelden zien van New York, als symbool en clichébeeld van de individuele vrijheid. Aan een van de tbs’ers vroeg hij wat hij ging doen als hij vrijkwam. „Maar wonderlijk genoeg kon hij me niets vertellen. Hij vond het prima binnen. Hij had alles binnen handbereik.”

De tentoonstelling is sober, zoals het leven van de tbs’er, is de conclusie die je kunt trekken. Of zoals Job van der Zwan zegt: „Dit is de anticlimax van de nuance.”

expo

MES/DAG

SIGN, Groningen. www.sign2.nl Open: dindag - zaterdag 12.00-17.00 uur. Zondag 14.00-17.00 uur. T/m 21 november.