Leiders bang voor moderne middenklasse

De Iraanse president Ahmadinejad wil meer geld aan de armen geven. Dat haalt hij weg bij de middenklasse, zijn politieke tegenstanders.

Coffee shops [ where according to Islamic laws alcohol is forbidden] in Tehran mushroomed in the last decade, a reflection a growing demands of urban youths for more personal freedom. Newsha Tavakolian/Polaris

Vorig jaar vormden Teherans schrijvers, dokters en middenstanders de ruggengraat van maandenlange protesten tegen de regering. Aan de vooravond van een radicaal regeringsplan om staatssubsidies af te schaffen en prijzen te laten stijgen, zegt de middenklasse dat ze wordt gestraft voor haar oppositie tegen Ahmadinejads herverkiezing.

De middenklasse – die zoals in talloze andere opkomende landen explosief is gegroeid – is al het voornaamste slachtoffer van Europese en Amerikaanse sancties die zijn bedoeld om het Iraanse nucleaire programma te beteugelen.

Maar in de komende weken verwacht ze een nieuwe klap als de prijzen van benzine, elektriciteit en andere dagelijkse producten binnen korte tijd op marktniveau worden gebracht. Terwijl armen op het platteland contant geld als compensatie krijgen, zullen veel stadsbewoners de extra kosten zelf moeten opbrengen.

De herverdeling van subsidies legt de diepe kloof bloot tussen het leiderschap en de invloedrijke middenklasse over wat voor land Iran 30 jaar na de revolutie moet zijn. „Voor onze leiders vertegenwoordigen we alles wat mis is gegaan met de revolutie, dus straffen ze ons”, zegt Mehdi, een koperhandelaar.

Mehdi’s vader was een revolutionair en oorlogsheld die in 1980 stierf aan de frontlinies van de Iran-Irakoorlog. „Ik ben trots op de revolutie die hij steunde”, zegt Mehdi (30). „Maar niet op wat er met die revolutie is gebeurd.”

Wat Iran nodig heeft, zegt Mehdi – die zoals andere geïnterviewden niet met zijn achternaam in de krant wil – is een verantwoordelijke regering, meer persoonlijke vrijheid en goede relaties met het buitenland. „De middenklasse heeft een update naar de moderne tijd gemaakt. Nu wil ik dat onze leiders dat ook doen.”

De subsidies, die de prijzen decennia lang kunstmatig laag hebben gehouden, moeten deze maand worden opgeheven, maar de exacte datum wordt geheim gehouden om onrust te voorkomen.

Politiecommandanten hebben gewaarschuwd dat elke vorm van protest de kop in zal worden gedrukt. Vorige maand stonden er opeens paramilitairen met mitrailleurs op honderden punten in Teheran, voornamelijk in middenklassewijken, in een veiligheidsoperatie die tegelijkertijd de macht van de staat benadrukte.

Ahmadinejad zegt dat de herverdeling van de subsidies onrecht wegneemt. Als de maatregel ingaat zullen 60 miljoen Iraniërs onder wie de armen en een deel van de lagere middenklasse maandelijks het equivalent van 32 euro op een speciale bankrekening krijgen gestort, ter compensatie van de stijgende prijzen. De rest van de bevolking, ongeveer 15 miljoen mensen, moet het zelf rooien. „De middenklasse zal armer worden en invloed verliezen”, zegt Abbas Abdi, een politiek analist.

De middenklasse wordt steeds meer gewantrouwd door de Iraanse leiders, die modernere normen en waarden als een bedreiging van hun ideologie zien.

Na de revolutie, die een islamitische democratie had moeten brengen, verstedelijkte het land in sneltreinvaart. Ongeletterdheid bestaat praktisch niet meer, academische opleidingen zijn binnen ieders bereik gekomen en zelfs de kleinste gehuchten zijn aangesloten op het elektriciteitsnetwerk.

Maar de veranderingen hadden een prijs. Tapijtwevers, winkeleigenaren en boeren die naar Teheran verhuisden, auto’s kochten en hun zonen en dochters naar de universiteit stuurden, raakten hun revolutionaire vuur kwijt. Hogere inkomens, opleiding en betere gezondheidszorg leidden tot een explosieve groei van de middenklasse in de meeste Iraanse steden. Ondernemers, artsen en kunstenaars werden rolmodellen in plaats van revolutionaire helden en geestelijken.

In de hoofdstad gaan mensen in plaats van het vrijdaggebed naar het park, de nieuwste galerieopening, of chatten met familie in het buitenland. Iran kent met bijna 28 miljoen aansluitingen een van de hoogste aantallen internetgebruikers in het Midden-Oosten.

De veranderingen gingen samen met politieke eisen. De afgelopen 12 jaar vormde de middenklasse de achterban van een groep politici en geestelijken die het systeem probeerde te hervormen zonder het ten val te brengen.

De leiders hebben een heel ander ideaalbeeld van hun land. Die klagen dan ook vaak over het „verwesterde” gedrag van sommige onderdanen. Tot nu hebben ze alle pogingen van vertegenwoordigers van de middenklasse om hun groeiende sociale invloed in politieke macht te vertalen geblokkeerd.

In plaats daarvan worden bolwerken van de middenklasse steeds meer het doelwit van de regering en haar aanhangers. De Azad universiteit, de grootste academische instelling, werd vorige ze week feitelijk onder controle van de regering geplaatst, een belangrijke medische universiteit werd plotseling gesloten. Internet- en satellietontvangst worden steeds meer geblokkeerd.

„De regering richt zich op de middenklasse als ze de maatschappij wil controleren”, zegt Behdad, een 42-jarige journalist die werkloos is sinds zijn krant twee jaar geleden werd verboden. „Hoe minder we ons manifesteren, hoe beter, vindt de regering.”

Dus toen de middenklasse in juni 2009 de motor achter protesten tegen de betwiste verkiezingsoverwinning van Ahmadinejad was, werden ze handhandig van de straten afgeslagen door veiligheidstroepen. „Het is de grootste klasse in ons land”, zegt Amir Mohebbian, een analist die in het verleden Ahmadinejad steunde. „Ze staat op de frontlinie van de strijd tussen moderniteit en tradities in Iran. Ze wil worden gehoord.”

In het officiële discours van de Islamitische Republiek, is iedereen gelijk, al verdienen sommigen meer aandacht dan anderen. „De Iraanse natie bestaat uit 75 miljoen god-aanbiddende gelovigen en aanhangers van het systeem”, zei Ahmadinejad in een toespraak in maart. „Maar natuurlijk hebben de armen topprioriteit om steun te ontvangen.”

Maar velen vinden dit kortzichtig. „Mijn man was een importeur van chemische producten”, zegt Kazhal (53), een huisvrouw uit west-Teheran. „Maar wegens de sancties kan hij geen producten meer het land in krijgen.”

„Hij had 12 mensen in dienst. Ik denk dat die nu ook arm zijn”, zegt ze. „Als deze regering er niet was, waren de sancties er niet. In dat geval zouden rijk, arm en degenen daar tussen in allemaal werk hebben.”

    • Thomas Erdbrink