Ieren staken niet, ze discussiëren of emigreren

Terwijl elders in Europa burgers de straat op gaan, blijft het in Ierland redelijk rustig. Waarom protesteren de Ieren niet? „Ieren zijn geen Fransen. Stakingen zijn hier nooit echt hevig.”

Er was de man die met een cementwagen het hoofdkwartier van de Anglo Irish Bank inreed. De boer die premier Brian Cowen uitschold bij een debat. Het gemeenteraadslid dat verf gooide naar een minister. En vorige week demonstreerden duizenden studenten in hoofdstad Dublin tegen een mogelijke invoer van collegegeld, enkelen probeerden het ministerie van Financiën te bezetten – zonder succes.

Terwijl elders in Europa boze burgers de straat op gaan, zijn Ierse protesten op één hand te tellen. Niet dat ze geen reden hebben te demonstreren: eind deze maand kondigt de minister van Financiën een volgende bezuiniging van 15 miljard euro aan, waarmee het totaal op 30 miljard komt te staan. De meeste werknemers zagen hun salaris de afgelopen twee jaar met 17 procent dalen.

„Ieren zijn geen Fransen”, zei vakbondsleider David Begg onlangs. „De meeste werknemers zouden me niet bedanken als ik chaos creëer.” Liever zoekt hij naar „innovatieve manieren om de regering duidelijk te maken dat men niet blij is met de kant die het opgaat”. De bonden sloten eerder dit jaar een sociaal akkoord met de regering: in ruil voor loonmatiging zou worden gewerkt aan efficiëntie in de publieke sector.

„Stakingen zijn nooit echt hevig in Ierland”, vertelt Maura Stewart van de National University of Ireland in Galway. Ze deed onderzoek naar Franse protesten. „Nadat in de jaren zeventig de economie plat was gelegd door stakingen en demonstraties, is de regering compromissen gaan sluiten met vakbonden en werknemers. Pas als we met onze rug tegen de muur staan, zullen we de straat op gaan.”

Toch uiten de Ieren wel degelijk boosheid. Luister naar een uitzending van LiveLine, ’s middags op RTÉ. Boze luisteraars bellen presentator Joe Duffy met alles wat ze kwijt willen, en dat gaat vaak over de crisis. Dat leidde een week geleden tot een tirade over ministeriële auto’s, symbool van hebzucht en de kloof tussen politici en burgers. Na Kamervragen waren ze bijna afgeschaft. Tot het raadslid verf over de minister gooide.

Duffy is een ster. Hij fungeert als priester, politicus en pubeigenaar in een tijd dat de Ieren de eerste twee steeds meer wantrouwen en de laatste steeds vaker verdwijnt.

En Duffy is niet de enige: economen winnen het in populariteit in sommige lagen van de bevolking zelfs van X-factor-kandidaten. Macro-econoom Constantin Gurdgiev wordt in een kroeg herkend en aangesproken op zijn laatste krantencommentaar. De telefoon van hoogleraar economie Brian Lucey gaat voortdurend met verzoeken voor televisieoptredens. Bij een lezing van politiek commentator Fintan O’Toole over hoe Ierland er na de crisis moet uitzien, naar aanleiding van zijn nieuwe boek Enough is Enough, zit de zaal mudvol.

Komend weekend is Kilkenomics, een bijna uitverkocht economiefestival waar „denkers en komieken” met het publiek proberen „met inzicht, humor en originaliteit” over de crisis te spreken „in plaats van een depressieve analyse te geven over hoe we naar de verdoemenis gaan”.

Humor is een belangrijke uitlaadklep voor de Ieren. Neem Willa White, komiek uit Ballymun. Met zijn jas en tas nog in de hand klimt hij op het podium van de Comedy Cellar in Dublin. De ene na de andere grap over de crisis volgt. Nee, hij is nog niet verslaafd aan heroïne zoals Amerikaanse comedysterren, houdt hij zijn publiek voor. „Wij Ieren zijn te arm voor een creditcard. We kunnen de coke niet eens snijden.”

„Keukentafelpolitiek” noemt Naoise Nunn het. Hij is de oprichter van Leviathan, een goedbezocht politiek-economisch cabaret. Ieren, zegt hij, weten dat het geen zin heeft politici de schuld te geven van de crisis. „Het is onze eigen schuld dat de kwaliteit van ons leiderschap zo slecht is, wij hebben ze gekozen. In de tien jaar dat het goed met ons ging, hebben we geen vragen gesteld over financieel toezicht of over waar het geld vandaan kwam.”

Bovendien, denkt hij, praten de Ieren liever over de crisis dan dat ze de straat op gaan. „Aan publieke protesten hebben we sinds de hongerstakingen in de jaren tachtig geen goede herinneringen.” In 1981 stierven tien Noord-Ierse gevangenen na een langdurig protest tegen Britse behandeling. „Op de achtergrond speelt dat mee.”

Paul MacDonnall, medeoprichter van de denktank New Republic en marketingdeskundige, gaat verder terug in de tijd: „De Verlichting heeft hier nooit plaatsgevonden. Ja, jullie denken dat wij een rebellerend volk zijn en we hebben ons inderdaad van de Britten ontdaan, maar dat was om nationalistische redenen. Niet om gelijkheid en andere Europese idealen. Als een Fransman hoort over iemand die meer verdient, voelt hij diepe verontwaardiging, een Ier denkt ‘wat geweldig dat hij ermee wegkomt’. Gedrag van de elite is hier nooit onredelijk.”

De jaren van Britse overheersing hadden ook een impact op het debat, denkt MacDonnall. „Daartoe gedwongen discussieerden we in ondergrondse en geheime genootschappen. Een discussie in het openbaar was zeldzaam. En als je het helemaal niet eens was met de gang van zaken, dan emigreerde je. Dat is de Ierse oplossing. We rennen voor onze problemen weg.”

„We hebben geen traditie van protest”, zegt ook commentator Fintan O’Toole van de Irish Times, „meer van politieke samenzweringen en emigratie. We zijn niet zo goed in een antwoord formuleren in tijd van rampspoed, dan emigreren we. We zijn altijd opgegroeid met de gedachte dat emigratie onderdeel van deze maatschappij is.” Bijna 40.000 Ieren, vooral jongeren, hebben de afgelopen tijd Ierland verlaten.

„De collectieve reactie op deze crisis is relatief passief geweest. Er is boosheid, ja, maar ook wanhoop en angst. In tegenstelling tot eerdere crises hebben we nu voorspoed gekend, en mensen staan op het punt veel te verliezen.”

O’Toole ziet dat de Ieren er genoeg van hebben. „De studenten gaan al de straat op. Dat heeft nog niet veel effect, en niet iedereen is het eens met hun pleidooi om geen collegegeld in te voeren in deze tijd van bezuinigingen, maar de jongeren ondernemen actie.” Er is maar een kleine vonk nodig om de Ierse woede te laten uitbarsten, denkt hij.

Ook onderzoeker Stewart ziet dat het moment is aangebroken dat de Ieren wel degelijk de straat op zullen gaan. „We lachen om onze problemen, we praten over onze problemen, we vluchten weg van onze problemen. Ironie, ingetogenheid en emigratie zijn onze natuurlijke reactie. Maar als deze bezuinigingen niet eerlijk worden verdeeld over de bevolking, dan zal er iets knappen.”