Het volk tel je voor het geld

Sinds mensenheugenis tellen staten hun onderdanen, om hen te controleren en om belastingen te kunnen innen.

Veel landen hebben hun bevolkingsregister op orde.

Sinds er staten zijn, tellen machthebbers hun onderdanen. Onze jaartelling begint met een volkstelling, als we de evangelist Lucas mogen geloven. Boeren en stedelingen worden al sinds mensenheugenis geteld, om hen te controleren, om de staatskas te vullen en, in een verzorgingsstaat, om uitgaven af te stemmen op de behoeften. De vroegst beschreven volkstelling, in China, dateert van 4.000 jaar geleden.

De internationale term, census, komt van het Latijnse werkwoord censere, schatten. Met een paar onderbrekingen werd in het oude Rome iedere vijf jaar een census gehouden. Die exercitie leverde lijsten op van burgers en hun bezittingen, en op basis daarvan werden belastingen geïnd.

Een census stelt hoge eisen aan een staatsapparaat. In Afrika werden de eerste volkstellingen gehouden door koloniale overheden. De oudste Afrikaanse census, in Nigeria, dateert van 1866, maar die bestreek alleen het zuiden van het land en was niet gebaseerd op tellingen, maar op schattingen van bestuursambtenaren. In koloniaal Oeganda werd eind negentiende eeuw een hutbelasting ingevoerd en daarom werden alleen hutten geteld, geen mensen.

In zwakke staten met een nomadische bevolking, zoals Somalië, en in door etnische conflicten geteisterde gebieden, zoals Darfur, is tellen bijna onmogelijk. Volkstellingen kunnen staten verder verzwakken wanneer religieuze of etnische groepen zich op basis van de uitslag ondervertegenwoordigd voelen. Kenia is het enige Afrikaanse land dat binnen één jaar na de tienjaarlijkse telling volledige data publiceert.

India, na China het volkrijkste land ter wereld, houdt op dit moment zijn vijftiende volkstelling sinds 1872. Elf maanden lang brengen 2 miljoen enquêteurs een bezoek aan 240 miljoen huishoudens in 600.000 dorpen en 7.000 steden om de gegevens te noteren van zo’n 1,2 miljard Indiërs. Deze telling moet een nationaal bevolkingsregister opleveren met een foto en vingerafdrukken van iedere inwoner. Medewerking weigeren mag niet, maar de wet belooft geheimhouding.

Nederland hield zijn laatste volkstelling in 1971. Dat was een ambitieuze onderneming, waarbij veel meer gegevens werden geregistreerd dan tot dan toe gebruikelijk was. De telling ging gepaard met protesten van mensen die zich zorgen maakten over bescherming van de persoonlijke levenssfeer. 3.500 mensen weigerden om hun gegevens te laten registreren. De voor 1981 voorgenomen telling werd uitgesteld, want bij een proeftelling bleek de non-respons liefst 26 procent. In 1991 is de volkstelling in Nederland wettelijk afgeschaft.

Er bestaan in de wereld grote verschillen in privacybehoefte. In China, met zijn strenge bevolkingspolitiek, zijn mensen vooral terughoudend over het kindertal. In India wordt sinds de onafhankelijkheid niet meer gevraagd naar kaste. En in de Verenigde Staten, waar de bevolking overheidsbemoeienis wantrouwt, is vooral het inkomen gevoelig.

In landen met een goed functionerend lokaal bestuur en een betrouwbare burgerlijke stand kan de centrale overheid volstaan met het samenvoegen van lokale gegevens, aangevuld met steekproefsgewijze enquêtes. Dat is sinds 1981 de aanpak van het Nederlandse Centraal Bureau voor de Statistiek. Het CBS hield in 2001 een ‘virtuele volkstelling’, waarbij bestanden automatisch werden gekoppeld met de gemeentelijke basisadministratie op basis van het burgerservicenummer. In 2011 wordt er weer zo’n virtuele telling gehouden.